Zit er nog iets in je mond?

Conny begeleidt de vierjarige Miguel in een therapiesessie waarin hij zijn traumatische babytijd met een beademingsbuisje verwerkt.

Miguel (4 jaar) staat weer voor de deur met een grote lach op zijn gezicht. Zijn mond gaat wijd open maar er komt geen geluid uit. Praten kan hij wel maar als er spanning op staat, lukt het hem niet. Moeder vertelt dat Miguel op school grote vooruitgang laat zien. ‘Dat is mooi zeg! Gaat het ook goed met het praten in de kring?’ vraag ik aan Miguel zelf. Wat verlegen lacherig schudt Miguel zijn hoofd. Als baby heeft Miguel het RS-virus gehad en is er gestreden voor zijn leven. Hij heeft een week in coma gelegen en kreeg beademing via een flexibel buisje door zijn mond tot in zijn luchtpijp.
Als we in de therapieruimte zijn zegt Miguel: ‘Ik wil vandaag een hut bouwen.’ Routineus loopt hij naar de stapel schuimrubberen kussens in de kast en trekt ze eruit. Het wordt de best gebouwde hut tot nu toe. Miguel kan nu overleggen, vasthoudend zijn, maar ook toegeven. Geen onverwachte angsten en starheid meer, zoals toen hij bij mij begon.
De hut is klaar en er staat ook een school naast. Maar Miguel wil vandaag geen schooltje spelen. De vorige keer was me opgevallen hoe moeilijk hij het vond om antwoord te geven op mijn ‘schoolse’ vragen. Hij stak zijn vinger op, zijn mond ging open… maar er kwam geen geluid.
We gaan de hut in met tekenspullen. Terwijl ik een koppoter teken, vraag ik Miguel hoe dat voelt als hij wat wil zeggen in de kring maar het niet lukt. ‘Misschien kan je het kleuren in dit poppetje?’ Miguels mond gaat open terwijl hij verlegen lacht. ‘Miguel, zit er misschien iets in je mond’, vraag ik hem. ‘Nee joh’, zegt Miguel, terwijl hij een dikke stift pakt en begint te kleuren. ‘Weet je nog dat mama die foto liet zien van baby Miguel met een buisje in zijn mond? Toen hebben wij dat hier toch ook gedaan?’ Miguel knikt: ‘Met babypop.’ Ik pak de babypop en het slangetje. Miguel duwt het slangetje tegen de mond van babypop. Hij weet het nog precies. ‘Zoiets was het’, zeg ik, terwijl ik een pvc-buisje laat zien. Miguel pakt het buisje en steekt het in zijn mond. Hij duwt de buis verder en trekt ‘m er gauw weer uit. ‘Dat voelt niet fijn’, zeg ik, maar Miguel zuigt en blaast nu druk door de buis.
Dan wil hij een ballon om het uiteinde van de buis: ‘Die wil ik opblazen’, zegt Miguel. Dat kost enorm veel inspanning en bijna geeft hij het op. Ik hou de ballon nu steeds even dicht zodat Miguel weer lucht kan verzamelen voor de ballon leegloopt. Ondertussen moedig ik hem aan. ‘Jij kan zelf de lucht inademen en uitblazen. Wat ben jij sterk!’ Dan is de ballon opgeblazen en leg ik er een knoopje in. Supertrots houdt Miguel de ballon vast. ‘Miguel, haal die oude buis nu maar uit je mond.’ Met een handgebaar haalt Miguel iets onzichtbaars uit zijn mond. Even later kleurt hij het ademhalingsgebied rood en tekent hij er een buisje bij. Vervolgens krast hij dat buisje door terwijl hij zegt: ‘Zo, dat is nu weg!’

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2024

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen