Menselijkheid in therapie gaat vaak over de vraag hoeveel een therapeut van zichzelf mag laten zien. “Wat vind ik het fijn dat je zo open bent over jezelf!” zegt een cliënt, zelf ook therapeut, na een sessie. Zij heeft, net als vele collega’s, geleerd om zo min mogelijk over zichzelf te vertellen tegen cliënten, want het gaat tijdens een therapiesessie om de cliënt, niet om de therapeut. Dat de auteur van deze column het wel doet, ervaart de cliënt juist als helpend.
“Wat vind ik het fijn dat je zo open bent over jezelf!” zegt ze na een sessie. Zelf is ze ook therapeut. Zij heeft, net als vele collega’s, geleerd om zo min mogelijk over zichzelf te vertellen tegen cliënten want het gaat tijdens een therapiesessie om de cliënt, niet om jou. Dat ik het wel doe, ervaart ze juist als helpend.
Die les ‘niets van jezelf delen’ werd mij tijdens mijn eerste opleidingen ook meegegeven. De docenten pasten dat zelf meteen toe tijdens de lessen.
Nu kan ik hun goede bedoelingen erachter zien, maar destijds heb ik het als belemmerend ervaren. Zij, halfgoden die geen enkele worsteling in hun leven kenden, noch gekend hadden. Ik onveilig gehecht, onzeker en overtuigd dat ik een zwak persoon was. In hun buurt voelde ik mezelf nog kleiner en onzekerder worden.
Ik was trouwens niet de enige op wie het dat effect had. De meeste medestudenten hadden emotionele blutsen en builen opgelopen. Juist dat was de reden waarom we kozen voor het vak van counselor of therapeut. Als we anderen vanuit onze eigen ervaring en kennis konden helpen, was onze kwetsuur niet voor niks geweest.
Toen ik later bij een ander opleidingsinstituut terecht kwam, ging er een wereld voor me open. Daar ontmoette ik opleiders die zich van hun menselijke kant lieten zien en openlijk spraken over hun eigen worstelingen en tekortkomingen. Ik voelde me bij hen meteen op mijn gemak. Ze behandelden ons als gelijken, mensen die levenslang lerende zijn. We kunnen al veel èn er valt nog veel te leren èn dat is oké.
Het effect daarvan is zo constructief, het creëert zoveel mogelijkheden om in alle vertrouwen te ontdekken en leren.
Dat is precies de reden waarom ik regelmatig iets over mezelf deel met m’n cliënten. Geen verhalen over hoe goed ik ben, integendeel. Het zijn vooral voorbeelden van mijn eigen strijd in het heden of verleden.
Daarmee haal ik mezelf van een voetstuk, want menselijkheid in therapie begint bij het loslaten van dat voetstuk.
Om te laten zien dat we allemaal weleens knokken. Dat iedereen maar mens is, ook (relatie)therapeuten. Net zoals een oogarts een bril nodig kan hebben en een dokter ziek kan worden. Dat dit geen teken van zwakte is maar van menselijkheid.
Om te tonen dat het feit dat je ergens tegenaan loopt, niet betekent dat je relatie of je leven een mislukking hoeft te zijn.
Dat mijn cliënten moedige strijders zijn die niet weglopen van een probleem, maar het aanpakken.
Dat we groeien en ontwikkelen door onze uitdagingen aan te gaan.
En dat we daardoor een beter leven kunnen hebben en tevreden zijn met wie we zijn.
Die openheid over mezelf lijkt prima te werken:
“Dus ik ben normaal!”
“Dan ben ik dus niet de sukkel die ik altijd dacht te zijn.”
“Er is dus nog hoop dat het goedkomt.”
“Wij zijn dus niet het enige stel dat hier tegenaan loopt.”
Meestal gevolgd door een opluchtende zucht en nieuwe moed.
Dus ja, ik vertel tijdens sessies wèl iets over mezelf, juist in het belang van mijn cliënten. Dat is voor mij de kern van menselijkheid in therapie.
Conny Hagen is psychomotorisch kindertherapeut en werkt in haar eigen praktijk. Zij geeft therapie aan kinderen met gedrags- en/of ontwikkelingsproblematieken, en aan kinderen die last hebben van bepaalde gebeurtenissen. Haar motto is: ‘Kinderen in hun kracht zetten’.
www.connyhagen.nl
Wat onderzoek zegt over zelfonthulling door therapeuten
Menselijkheid in therapie hangt nauw samen met wat in de psychologie zelfonthulling (self-disclosure) wordt genoemd. Onderzoek beschreven door het Nederlands Instituut van Psychologen laat zien dat gedoseerde, doelgerichte zelfonthulling de therapeutische relatie kan versterken, mits het in dienst staat van de cliënt en niet van de therapeut zelf. Te veel of ongepaste zelfonthulling kan echter averechts werken. De kunst is dus balans: laten zien dat je ook mens bent, zonder de aandacht van de cliënt weg te nemen.
Waarom menselijkheid in therapie cliënten kan geruststellen
Uit de reacties van cliënten in deze column blijkt hoe krachtig menselijkheid in therapie kan werken: “Dus ik ben normaal!” of “Er is dus nog hoop dat het goedkomt.” Wanneer een therapeut laat zien dat ook hij of zij weleens worstelt, verdwijnt een deel van de schaamte die mensen vaak voelen over hun eigen problemen. Het normaliseert de strijd, zonder dat de professionaliteit van de behandeling verloren gaat.
Veelgestelde vragen
Is het gebruikelijk dat therapeuten iets over zichzelf delen?
Dit verschilt per opleiding en per therapeut. Sommige stromingen raden terughoudendheid aan, terwijl andere juist ruimte laten voor gerichte, kleine vormen van menselijkheid in therapie.
Kan zelfonthulling door een therapeut schadelijk zijn?
Ja, als het te veel over de therapeut gaat in plaats van over de cliënt, kan het de aandacht verkeerd richten. Het moet altijd in dienst staan van het proces van de cliënt.
Waarom voelt menselijkheid in therapie voor sommige cliënten geruststellend?
Omdat het laat zien dat worstelen en tekortkomingen bij het mens-zijn horen, ook bij de mensen die je helpen. Dat vermindert schaamte en vergroot vertrouwen.
Betekent dit dat elke therapeut zijn of haar problemen zou moeten delen?
Nee, het gaat om een bewuste, doordachte keuze die past bij de therapeut en het proces van de cliënt, niet om een vaste regel voor iedereen.
Meer persoonlijke columns van therapeuten en coaches lees je op de themapagina van TCC Magazine 2023.

