Kamperen, ik hou ervan. En dan het liefst zo simpel mogelijk.
Al sinds mijn kindertijd ga ik bijna jaarlijks kamperen. Als kind in zo’n degelijke, zware katoenen tent. Het hele pakket tussen de voor- en achterbank in op de grond, dus we zaten de hele weg met de voeten omhoog. Later in een klein, goedkoop iglotentje, dat met de eerste windvlagen bijna wegvloog. En sindsdien is mijn liefde voor kamperen gegroeid en heb ik allerlei tenten uitgeprobeerd; van een tipi, een gezinstent, tot een dektent. Er is voor iedere kampeervakantie een andere tent.
Tijdens de zomervakantie was het kleine iglotentje aan de beurt. We gingen naar de Pyreneeën. Niet naar een camping, maar back to nature. Zo hoog in de bergen kan het koud zijn ’s nachts, maar als je lekker dicht tegen elkaar aan ligt in een (te) kleine tent, zul je het niet snel koud hebben. Douchen deden we in een ijskoud riviertje, koken op 1 pitje. Op dit soort uitjes voel ik me vrij. Ik voel me meer mens dan in mijn comfortabele huis. Het is alsof mijn bloed bruist, net als de rivier naast de tent. Na een dag was de batterij van mijn telefoon leeg en die bleef leeg tot we weer thuis waren. Wat een rust!
We hopen bij de redactie dat je deze zomer tot rust bent gekomen en weer met frisse energie aan de slag bent. We wensen je veel leesplezier!

