Isabel…… kan jij het laatste stukje herhalen dat ik net voorgelezen heb?
Met een schok komt ze weer terug in de klas en ze ziet dat alle leerlingen naar haar kijken. Oh ja, de meester was aan het voorlezen en aan het eind gaat hij altijd vragen stellen.
Waarom kan ik mij nou niet gewoon concentreren op wat hij vertelt? En elke keer wanneer ik mij voorneem om goed te luisteren naar het verhaal….. kom ik toch weer in mijn droomwereld terecht! Ik kan er echt niks aan doen, het gebeurt gewoon….telkens weer.
Herkenbaar?
Het wegdromen heeft niks met je intelligentie of slimheid te maken. Bij een sensitief persoon is de rechterhersenhelft vaak de dominerende zijde van de twee hersenhelften (gevoel).
Wanneer iemand iets vertelt wat je al weet of weinig interesse bij je opwekt, kan de ander jouw volledige aandacht kwijt zijn.
Het is net als een vlinder. Vliegen van de ene bloem naar de andere bloem om die fijne nectar te vinden. Nectar maakt vlinders blij, ze ervaren vrijheid om van bloem naar bloem te vliegen.
En ondertussen, wanneer je wegdroomt, maken je hersenen dopamine aan, en dat maakt jou blij. Dus heerlijk toch! Even wegdromen in een blij gevoel, dat dus echt te voelen is.
Even weg uit de klas…. werk…. uit de drukte….. en dan met een klap weer terugkomen in de realiteit.
Vooral bij kinderen gebeurt dit heel vaak, waardoor de leraar kan denken dat je niet oplet. Geloof me…. niemand doet dit expres.
Wanneer iemand tegen jou zegt: ‘Ga maar even dromen’, ga je juist niet dromen. En wanneer het niet mag, doe je het wel. Ons onderbewustzijn kan geen ontkenning vasthouden. Dus “niet doen” wordt “doen”.
Op school of werk werken we merendeels vanuit de linkerhersenhelft (denken). We moeten presteren. En de één is daar beter in dan de ander, op zijn geheel eigen wijze.
Wat dus belangrijk is, is om beide hersenhelften optimaal te laten functioneren.
Een leerling kan heel slecht zijn in dictees maken (linkerhelft) en daar veel fouten in maken. Wanneer je dezelfde leerling vraagt om een opstel te schrijven, zal je zien dat zijn pen vloeiend over het papier zal bewegen. Dan kan namelijk de fantasie (rechterhelft) de leerling inspireren tot een geweldig verhaal.
Een sensitief persoon is namelijk heel creatief.
Toch, de leerling kan het verhaal iets veranderen in zijn creativiteit dan wat het doel van de juf of meester eigenlijk was. Wanneer de leerling dan zijn werk terugkrijgt en het moet verbeterd worden, blokkeert de leerling weer.
“Zie je wel dat ik er niet goed in ben”, zou een belemmerende overtuiging kunnen worden.
Wanneer de leerling wordt geprezen met zijn mooie verhaal, zullen de ogen gaan stralen en zal hij vele verhalen willen vertellen. De meeste ‘dromers’ verlangen naar harmonie. En wanneer deze niet buiten zichzelf is te ervaren in dat moment, zullen deze sensitieve personen naar binnen keren. Oftewel….. ze gaan op reis in hun fantasie, in een eigen droomwereld.
Astrid Waernes

