Loop maar met mij mee, ze doen je niks!

Een kindertherapeut begeleidt de 10-jarige Sanne stap voor stap door haar angst voor vogels, tot ze zelf naar de ganzen durft te lopen.

‘Het lukt mij niet om niet bang te zijn voor vogels’, vertelt Sanne aan mij. ‘Als er vogels in de buurt zijn, zegt mijn moeder vaak: ‘Loop maar met mij mee, ze doen je niks’, ‘maar dan ga ik niet!’

Sanne (10) komt bij mij omdat ze last van angsten heeft. Ze heeft onder andere grote angst voor vogels. Toen Sanne vier jaar was, pikte een vogel een stuk brood uit haar hand. Ze schrok daar zo van dat deze schrik zich, als een trauma, heeft opgeslagen in haar lichaam. Ze durft niet alleen op straat en hangt extreem aan moeder.

We spelen een spelletje wanneer we het gakken van brandganzen horen. Aan Sannes gezicht is te zien dat het haar stoort. Ze vindt het geluid van de vogels eng, zegt ze.

We kijken door het raam naar de ganzen. Ik vertel Sanne dat ze dag en nacht door gakken. ‘Ze praten gewoon tegen elkaar’. Ze zeggen: ‘Ga eens aan de kant, ik zat daar eerst!’ Sanne lacht erom. ‘Je kan jouw lichaam geruststellen’, zeg ik en ik leer haar met haar vingers te kloppen op meridiaanpunten van haar lichaam. Hoewel ze het maar raar vindt, doet ze het wel. ‘Zullen we een keer naar de ganzen toe gaan?’ vraag ik. ‘Vandaag niet maar een andere keer wel’, zegt ze stoer.

Sanne is nu al een aantal keer bij mij geweest en ondertussen vindt ze het gakken grappig. ‘Want,’ zegt ze, ‘ze praten gewoon met elkaar.’ Vandaag is het wat stil buiten en we zien dat er maar vier ganzen zijn. ‘Zullen we vandaag naar de ganzen gaan?’ stel ik voor. ‘Ok, maar ik vind het wel eng’, zegt Sanne.

Eerst doen we een korte herhaling van een visualisatie met krachtsymbool. Met haar ogen dicht stelt Sanne zich voor dat haar favoriete paard Bas in haar lijf zit en haar als krachtsymbool rust en moed biedt. Snel pak ik nog wat brood mee en zo lopen we, allebei kauwend op een boterham, naar buiten met in onze hand nog een boterham voor de ganzen.

We zitten eerst even op een bankje en kijken naar de ganzen die verderop grazen. ‘Hoe voel jij je nu?’ vraag ik. Sanne zegt dat ze zich wat raar voelt en kriebels in haar buik heeft. We bestuderen de ganzen en kloppen de meridiaanpunten om ons lichaam gerust te stellen. Tot slot checkt Sanne of paard Bas als krachtsymbool op zijn plek in haar lijf zit.

‘Ben je er klaar voor?’ Sanne knikt. We staan op en lopen rustig het gras op richting de ganzen. Op steenworp afstand besluit ik een stukje brood naar ze te gooien. Sanne doet mij na. Haar brood wordt direct opgepikt. Een andere gans gakt. ‘Ja hoor,’ zegt Sanne, ‘jij krijgt ook een stukje.’ Ze lacht en is druk met het eerlijk verdelen van het brood. Als het brood op is, lopen we terug. ‘Je hebt een mooie stap vooruitgezet vandaag’, zeg ik haar. ‘En dat heb je helemaal zelf gedaan!’ Met een rode kleur en opgewonden stem hoor ik haar even later aan opa vertellen: ‘Ik liep naar de ganzen toe en ze deden mij niks!’

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2023

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen