Door Lothar Ursinus
Gezond en actief worden. Dat is het doel van het stofwisselingsprogramma dat de Duitse gezondheidstherapeut Lothar Ursinus ontwikkelde na jarenlang onderzoek en interpretatie van vitale bloedwaarden en stofwisselingsanalyse. Zijn programma vormt ook de basis van dit boek. Daarin legt hij uit dat we voor een goed voedingsadvies moeten uitgaan van het individu. Doorgaans denken we vanuit voedingsmiddelen. Ieders stofwisseling is anders en ieder mens heeft een andere behoefte. Er bestaat volgens hem dan ook geen enkel voedingspatroon dat voor iedereen geschikt is. Hij onderbouwt dit met verschillende voorbeelden. Zo wordt voeding ingedeeld in zuur en basisch, maar wat iemand eet, kan bij de een zuur en bij de ander basisch uitwerken. Ook gaat ieders lichaam anders om met vitaminen, mineralen en sporenelementen. Dat heeft onder andere te maken met de darmflora die eveneens van mens tot mens verschilt en essentiële invloed heeft op hoe wij ons eten verwerken.
Om erachter kan komen wat iemands persoonlijke voedingsbehoeften zijn, adviseert Ursinus om uit te gaan van bloedgroepen. Hij heeft daarvoor een overzicht opgenomen van zes bloedgroepen (OO, AA, BB, AB, AO, BO) en de bijbehorende stofwisselingstypen. Hij stelt onder andere dat mensen met bloedgroep O en B meer enzymen hebben voor eiwitsplitsing dan A en AB. Over tarwe schrijft hij dat dit graan een lastige is voor alle stofwisselingstypen. In een staatje geeft hij weer welke graansoorten bij welke groep passen. Dit verhaal roept overigens de vraag op of je nog wel van ‘individueel’ kan spreken als je uitgaat van bloedgroepen.
Het boek bevat veel informatie die aansluit of zou kunnen aansluiten op de orthomoleculaire voedingsleer zoals we die in onze branche kennen. Zo is hij een voorstander van intermitterend vasten en zegt hij dat de kwaliteit van dierlijke eiwitten afhankelijk is van wat dieren zelf hebben gegeten en hoe met ze is omgegaan. Daarnaast doet Ursinus echter opmerkelijke uitspraken waaruit je tegelijkertijd kan opmaken dat zijn visie op sommige punten flink verschilt. Bijvoorbeeld dat vitamine D een van de stoffen is die het mineralisatieproces versterken waardoor botten minder elastisch worden en sneller kunnen breken. Ook veegt hij de vloer aan met de trend dat ‘volkoren’ gezond is. Hij zegt hierover dat duizenden jaren lang de vezelige bestanddelen van tarwe en andere graansoorten er bij het malen uit gezeefd werden. En niet voor niets. Door dat te doen werd het meel juist gemakkelijker te verteren. Eenzelfde principe geldt voor zilvervliesrijst. Het vliesje daarvan bevat lectine, een antinutriënt, dat daarom met recht vaak wordt verwijderd.
Lothar Ursinus schreef verschillende boeken die in het Nederlands zijn vertaald. Het is duidelijk dat hij een geheel eigen visie heeft op diverse aspecten van ons vakgebied. Los van of je het op sommige punten wel of niet met hem eens bent, het is altijd de moeite waard om af en toe vanuit andere invalshoeken naar je vak te kijken om een frisse blik te blijven houden.
Uitgeverij Akasha, ISBN 9789460152115

