Groei stimuleren bij (hoog)begaafde kinderen

Orthopedagoog Chantal Berens over hoe creatieve werkvormen groei stimuleren bij (hoog)begaafde kinderen zoals Veerle.

Groei stimuleren bij (hoog)begaafde kinderen

In de zorg aan kinderen en adolescenten is de laatste jaren steeds meer aandacht gekomen voor problematiek die kan ontstaan rondom het (hoog)begaafde individu. Dit komt mede doordat er inmiddels ook meer bekend is over de specifieke kenmerken en behoeften van (hoog)begaafde kinderen en jongeren. Therapeuten en coaches kunnen een sleutelrol spelen door op een passende wijze een gunstige ontwikkeling te bevorderen en groei te stimuleren.

Het onlangs verschenen boek van Veerle Evers en Chantal Berens biedt de professional kennis en inzicht over dit thema én geeft tegelijkertijd ouders en kinderen die hetzelfde meemaken, een gevoel van (h)erkenning en vertrouwen.

Veerle

Een aantal jaar geleden ontmoette ik Veerle (2010). Terwijl er sprake was van cognitieve capaciteiten op een zeer hoog niveau, liet ze dit in de schoolsituatie niet zien. Gaandeweg de jaren was Veerle veranderd van een leergierig en enthousiast meisje, in een passieve, teruggetrokken en stille leerling. Ze was totaal niet gelukkig binnen de schoolcontext en een bore-out loerde om de hoek.

Ervaring Veerle

Ik weet nog vroeger toen ik nog heel jong was. Ik was blij toen ik voor de eerste keer naar school mocht. Ook vond ik het heel erg spannend! De kleuterbouw vond ik fantastisch. Spelen, spelen, spelen. In de middenbouw vond ik het steeds minder leuk op school. Ik kwam altijd sip thuis. Naar huis gaan vond ik het leukste van de dag. Tijdens de uitleg lag ik altijd op tafel of ondersteunde ik mijn hoofd in mijn handen. Ik verveelde me enorm en had geen zin om te luisteren. En zo ging het elke dag. Ik moest meedoen tijdens de instructielessen, terwijl er niets nieuws werd verteld. De juffen begrepen me niet. Ik leerde bijna niets en deed ook bijna niets meer. Mijn weektaak was kort, maar ik had hem toch nooit af.

Zorgtraject

Deze passiviteit was ook voelbaar binnen de praktijkruimte. In de beginfase lukte het Veerle ook nog niet om woorden te geven aan haar ervaringen. Gedurende het traject bleek dat creatieve werkvormen meer passend waren voor Veerle om persoonlijke groei te stimuleren. Zo kon ze zich bijvoorbeeld uiten met behulp van het maken van tekeningen. Het hondje dat ze tekende, genaamd Veerle, werd haar ‘woordvoerder’. Elke volgende sessie legde ze een ander stukje van haar verhaal en de bijkomende emoties bloot. Na een tijdje kon ze haar ervaringen in het verleden meer ontrafelen en organiseren door de tekeningen in een voor haar logische volgorde te leggen. Het verhaal in taal en woorden volgde als vanzelf. Eerst op papier, voor Veerle zelf. Later kon ze het ook delen met haar omgeving.

De stapel tekeningen en de teksten over haar ervaringen waren gedurende het traject zo uitgebreid geworden dat het idee ontstond om er een boek van te maken. Een boek over dit thema vanuit het perspectief van het kind zou andere kinderen enorm kunnen helpen, was de gedachte achter dit initiatief.

Amotivatie kan een uitdaging zijn!

Als een cliënt niet intrinsiek en niet extrinsiek gemotiveerd is (amotivatie), kan het een hele klus zijn om persoonlijke groei op gang te brengen. In het geval van Veerle werden mogelijkheden tot groei gevonden door fundamentele psychologische behoeften te benaderen op een creatieve manier. Door Veerle uit te nodigen haar verhaal te doen middels tekeningen kon er groei plaatsvinden. Beetje bij beetje, tekening na tekening.

De Zelfdeterminatietheorie

Gaandeweg kwamen we tot de ontdekking dat het verhaal raakvlakken heeft met de Zelfdeterminatietheorie. Deze theorie stelt dat mensen drie basisbehoeften hebben: behoefte aan autonomie, behoefte aan zich competent voelen en behoefte aan verbondenheid met anderen. De gedachte is dat wanneer er aandacht is voor deze drie basisbehoeften, het met de motivatie (voor school) ook wel goed komt.

De Zelfdeterminatietheorie (ZDT) is een overkoepelende theorie. De elementen zijn universeel en kunnen positief bijdragen aan de leermotivatie. Ongeacht de achtergrond en/of het cognitieve niveau. In het geval van Veerle waren dit de elementen die enorm hebben bijgedragen aan het weer terugvinden van plezier in leren. Dit bleek een betekenisvol proces in verbondenheid, waarbij het zoeken naar de juiste insteek een ‘samen’-zoeken was. Soms de plank misslaan, evalueren en weer verder afstemmen met elkaar, waarbinnen er bovendien ruimte was voor autonome keuzes en jezelf mogen zijn. En waar gevoelens van competentie gaandeweg konden ontstaan.

Vanaf het moment dat de schoolcontext en therapiesessies een omgeving werden die zich focusten op autonomie, competentie en verbondenheid kon Veerle zich meer openen en volgde de intrinsieke en extrinsieke motivatie als vanzelf.

Het boek Hondje Veerle

Het eerste deel van het boek bestaat uit vier hoofdstukken. Enerzijds volg je daarin het getekende verhaal van hondje Veerle, anderzijds komt de echte ervaring in woorden aan bod aan het einde van elk hoofdstuk. Het tweede deel van het boek staat bomvol tips voor de leerkracht in het kader van onderwijs aan (hoog)begaafde leerlingen. In de tabellen staat aangegeven wat de leerkracht kan doen om tegemoet te komen aan de (onderwijs)behoefte van de (hoog)begaafde leerling.

Deze tips zijn eveneens toepasbaar voor de zorgverlener om de therapie vorm te geven. Er staat per domein (autonomie, competentie en verbondenheid met anderen) concreet beschreven wat het kind mogelijk nodig heeft en wat de professional kan doen om hieraan tegemoet te komen. Daarnaast kunnen de tips uit de tabellen ook eenvoudig meegegeven worden aan de ouder(s) van het kind om toe te passen binnen opvoedtaken.

Chantal Berens werkt als orthopedagoog en gedragswetenschapper met hoogbegaafde individuen van alle leeftijden binnen haar eigen praktijk Goochem in Balans in Zevenaar.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2022

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen