Interview met Charlie Paludanus: een eetstoornis gaat niet echt over eten
Fotografie: Janneke Walter & Patricia Bos
Charlie Paludanus (56) is eetstoornistherapeut en oprichter van Vrij van Eetstoornis. Ze staat bekend om haar verfrissende, positieve aanpak van eetstoornissen. Ze legt de focus op persoonlijke ontwikkeling in plaats van op eten en gewicht. Paludanus is expert op het gebied van emotie-eten, boulimia en eetbuistoornissen en auteur van zelfhulpboek Bevrijd jezelf van eetbuien & boulimia. Ze bevrijdde zichzelf van de boulimia waar zij tussen haar 20e en 27e aan leed en laat daarmee zien, dat je 100% kunt herstellen van een eetstoornis.
Onlangs verscheen haar bundel Een emmer kots in de kast met 35 spraakmakende verhalen over leven, eetbuien en boulimia.
Worstelen
Paludanus: ‘Ongeveer 200.000 mensen in Nederland kampen met een eetstoornis, maar er zullen veel meer mensen zijn die worstelen met eten. Als je denkt aan de hoeveelheid mensen die op dieet zijn of worstelen met overgewicht, zijn het er waarschijnlijk veel meer.
De grootste groep mensen met een eetstoornis bestaat uit mensen met de eetbuistoornis (binge eating disorder). Dat zijn er 160.000. Dat is een aanzienlijke groep. Zeker als je dat vergelijkt met anorexia. Dat zijn er 5.500.
Bij eetstoornissen denken de meeste mensen eigenlijk gelijk aan anorexia, ondergewicht, controle en angst voor aankomen, maar het probleem aan de eetbuikant is gezien de cijfers vele malen groter.
Het is gek dat er stapels geschreven zijn over anorexia en veel minder over de andere eetstoornissen, terwijl ze vaker voorkomen. Dat is eigenlijk triest.
Het is mijn missie de aandacht meer te richten op de eetbui gerelateerde eetstoornissen. Daar kun je net zo gevangen in zitten als bij anorexia, want je kunt het eten niet laten. Het is een soort dwangstoornis.’
Holistisch
‘Je spreekt van een eetstoornis op het moment dat iemand obsessief met eten bezig is en wanneer er onrust ontstaat, wanneer iemand het niet zou kunnen doen. Het is een dwangmatig iets dat je moet uitvoeren. Dus je moet niet eten of je moet eetbuien hebben, of je moet braken, of je moet sporten. Als je het niet doet, word je hevig onrustig. Eigenlijk verdoof je jezelf ermee. In de DSM-5 staan de exacte kenmerken omschreven.
Zelf pak ik het breder. De DSM zit heel erg op gedrag, op eten en gewicht, terwijl ik het holistischer zie. Het is een overlevingshulpmiddel. In mijn ogen gaat het niet om die oppervlakte, dus wat je qua gedrag doet met eten, gewicht of sporten. Het gaat erom wat daaronder schuilgaat. Want het heeft waarschijnlijk ook betrekking op hoe iemand in zijn vel zit, met sociale contacten, met werk. Er zijn veel meer symptomen en onderliggende aspecten die belangrijk zijn.’
Deel van de puzzel
‘Ik kom zelf uit het bedrijfsleven waarbij we vaak marktonderzoek deden. We onderzochten dan de hele populatie van Nederland. Bijvoorbeeld: hoe vaak komen bepaalde symptomen voor? Vervolgens gingen we de diepte in met de mensen die deze symptomen hadden. Zo’n bevolkingsbreed onderzoek is op eetstoornissen nooit gedaan. Er zijn stukjes onderzocht, bijvoorbeeld de doelgroep jongeren en dan vooral jongere vrouwen, maar daarbij is de puzzel nooit compleet gelegd. Dus de cijfers die er zijn, zijn de cijfers die we weten vanuit de GGZ. Daar komt bij dat maar 1 op de 10 mensen hulp zoekt. Dat is heel weinig. Zelf vermoed ik dat de cijfers dus niet helemaal kloppen.
Volgens de cijfers is 95 procent van de mensen met anorexia vrouw en 5 procent man. Bij boulimia is 85 vrouw en 15 procent man. En bij de eetbuistoornis is het een beetje fifty fifty.
Wanneer je dit bij elkaar optelt, betekent dat dat 45 procent van de mensen met een eetstoornis, man is. En dat beeld heerst natuurlijk helemaal niet in de buitenwereld. Het beeld is dat het meer een vrouwending is en dan vooral een jongevrouwending.
Uit recentere onderzoeken blijkt dat vrouwen tussen de 40 en 60 jaar behoorlijk te kampen hebben met eetstoornissen. Ook dat is geen heersend beeld.’
Van alle tijden en overal
‘De literatuur zegt dat eetstoornissen van alle tijden zijn en overal voorkomen. Volgens mij doen ze zich wel meer voor in de westerse wereld. Het kan zijn dat ze nu meer naar voren komen, omdat er nu meer te vinden is op internet.
Social media met alle mooie beelden die daarop getoond worden, hebben natuurlijk een grote invloed op ons zelfbeeld en daaraan gekoppeld ons (eet)gedrag. En het feit dat er nu overal eten te krijgen is, speelt ook een rol. Dat is heel verleidelijk. Toen ik een eetstoornis had, waren er in Utrecht 2 nachtwinkels en die wist ik wel te vinden. Voor de rest was alles gewoon dicht. Nu heb je op het station een kiosk, bij de benzinepomp een kiosk en alle supermarkten zijn van vroeg tot laat open en je kunt thuis laten bezorgen.
De maatschappij is, denk ik ook, jachtiger geworden, waardoor veel mensen in een soort overleefpatroon gaan zitten en eigenlijk altijd opgejaagd zijn. En eten helpt om je tot rust te brengen. Controle hebben op je eten, dus een stevige regie hebben, diëten volgen en daar niet vanaf willen wijken, geven controle en rust. Maar ook eetbuien geven rust. Die zorgen voor een verdovend effect. Daar spelen ook hormonen een rol in. Op het moment dat je vet, zoet of zout eet, maak je dopamine aan.’
Hormonen
‘Ik heb het sterke vermoeden dat er tegenwoordig heel veel aspecten zijn die de hormoonniveaus uit balans halen. Het wordt alleen niet gestaafd door wetenschappelijk onderzoek. PMS is bijvoorbeeld een goed voorbeeld. Veel vrouwen zeggen dat ze voordat ze ongesteld moeten worden, snaaidrang hebben. Maar artsen zeggen dat dat niet bewezen is.
Er is niet veel onderzoek gedaan en het is zeker niet bekend. Dat vind ik een groot gemis, want ik denk dat het wel degelijk samenhangt. Ook omdat eetstoornissen vaak in de puberteit ontstaan. Je zou kunnen zeggen dat het puberbrein dan nog niet helemaal is uitgerijpt, maar anderzijds gieren de hormonen dan door het lichaam.’
Schaamte, schuldgevoel en autonomie
‘Zoals blijkt, zoekt slechts 1 op de 10 mensen hulp. Redenen daarvoor kunnen zijn schaamte, schuldgevoel en autonomie. Met autonomie bedoel ik, dat zodra iemand zijn eetstoornis in de wereld brengt en erover gaat praten met anderen, diegene er ten eerste zelf wat mee moet en ten tweede dat anderen zich er dan ook mee gaan bemoeien. Daarom houden mensen het maar liever voor zichzelf. Ik begeleid soms mensen die het al 20 of 30 jaar hebben en soms weet hun partner het niet eens. Het is net als met verslavingen: je houdt het liever voor je.
Bij boulimia en eetbuistoornissen speelt schaamte een grote rol. Iedereen kan toch normaal met eten omgaan? Waarom ik niet? Er is iets mis met mij. Deze mensen wijten het heel erg aan zichzelf. En als je het dan gaat uiten, kunnen mensen daar wat van vinden. Mensen met eetbuistoornissen zijn vaak wat zwaarder, omdat ze niet compenseren wat mensen met boulimia wel doen. Daar kom je niet zomaar voor uit.’
Cirkel
‘Mensen met boulimia en de eetbuistoornis doen steeds weer een nieuwe poging met bijvoorbeeld een nieuw diëet of een personal trainer. Ze denken dat ze discipline moeten hebben. Ik moet een nieuw regime beetpakken en dan gaat het me wel lukken. Vaak hebben ze een hele boekenkast vol met boeken over verschillende diëten en al van alles geprobeerd. Ze blijven zich focussen op de controle, op eten en gewicht. Dus ze veranderen hun patroon niet.
Op een gegeven moment komen ze dan toch tot de ontdekking, ook doordat er informatie op internet te vinden is – zoals mijn blogs – dat ze niet de enigen zijn die ermee kampen. Ze gaan op een gegeven moment beseffen dat ze de hele tijd in hetzelfde cirkeltje ronddraaien en dat ze daaruit kunnen stappen.’
Dubbelleven
‘Het is ook niet een onderwerp waarover mensen met elkaar spreken. Wel over diëet, maar niet zozeer over wat het nu echt doet met mensen.
Dat zie ik in mijn praktijk, maar ik weet het ook uit eigen ervaring. Ik heb 7 jaar boulimia gehad en ik heb het pas verteld toen ik ervan af was. Ik ben er zelf van afgekomen en alleen mijn vriend destijds wist het, maar die vroeg er eigenlijk niet op door.
Het zit een beetje in de verslavingshoek. Mensen die bijvoorbeeld alcoholist zijn, kunnen dat over het algemeen aardig verbloemen. Je hebt eigenlijk een soort dubbelleven. Vaak zien buitenstaanders mensen met een eetstoornis niet bezig zijn met eten of niet eten, want je doet in gezelschap net alsof er niets aan de hand is. Mensen met anorexia schuiven hun eten een beetje met hun vork heen en weer of zeggen dat ze net al gegeten hebben. Mensen met boulimia of een eetbuistoornis houden anderen in de gaten en kijken wat zij eten en passen zich daaraan aan. Als ze dan eenmaal thuis zijn -in hun eentje-, slaan ze door.’
Dierlijk eten
‘Mensen met eetbuien of boulimia eten zoveel dat het niet meer fijn is voor het lijf. Eigenlijk voelen deze mensen hun lijf niet zo goed. Ze moeten weer leren voelen. Het kan zijn dat mensen voor lekker eten gaan, maar vaak is het als ontlading of ontspanning aan het einde van de dag iets knagen zoals chips, koekjes of chocola. Het eten wordt gebruikt als verdoving. Vaak gaat het om eten dat je niet mag eten van jezelf. Ze hebben een lijstje met dingen die ze niet van zichzelf mogen eten. En dan gaat het om koolhydraatrijk en vette voeding. Op het moment dat de eetbui komt, is het juist wel dat voer dat gegeten wordt. In het begin is het nog wel belangrijk dat de smaak lekker is, maar op een gegeven moment niet meer. Soms gaan er zelfs bevroren boterhammen naar binnen. Het wordt bijna een soort dierlijk eten.
En zodra je stopt met eten, komt het besef wat je hebt gedaan en dat wil je niet. Je wil dat vervelende gevoel niet. Dus je eet verder. Er komt steeds minder zelfvertrouwen dat je jezelf nog in de hand kunt houden.’
Psycho-educatie
‘Weten waardoor iets komt, geeft vaak inzicht. Daarom begin ik altijd met een stuk psycho-educatie over hoe we aangelegd zijn als mens, zodat je jezelf voor een stuk kunt verontschuldigen, maar er ook naar kunt handelen. Als dit nu eenmaal biologisch zo is, hoe kan ik daar dan mee omgaan? Neem alleen maar het heel simpele gegeven, dat je, wanneer je aan eten denkt, het erover hebt of het ziet of ruikt, het kwijl in je mond gaat lopen. Dat is een biologisch reflex. Dat betekent niet dat je niet spoort, maar dat je reflexen werken.
Ook leg ik uit wat de functie van die eetstoornis kan zijn. Veel mensen die bij mij komen, hebben er vaak twee. De ene is de restructieve kant, het lijnen, en de andere is de eetbuikant. Die trekken allebei aan iemand. Je kunt het zien als twee delen van jezelf, zonder dat je die zelf bent. Je kunt jezelf niet meer identificeren met de kanten die aan je trekken.
Psycho-educatie is belangrijk en zorgt voor een stuk regulatie. Hoe kan ik mezelf reguleren wanneer ik over de rooie ga of mij somber of depressief voel? Zo leren mensen eten los te zien van wie ze zijn en dan krijgen ze weer wat meer grip. Het is de bedoeling dat mensen weer hun eigen regie gaan voelen.
Daarna duik ik pas met mensen de diepte in naar de bron van hun eetstoornis. Waar komt deze vandaan? Heeft het met eten te maken of met iets van vroeger, met hechtingsproblematiek of traumatiek. Wanneer ze zichzelf kunnen reguleren, ontstaat er ruimte om de kern te onderzoeken.’
Bedding
‘Mijn aanpak is anders dan die van de GGZ. Zij richten zich met cognitieve gedragstherapie op het normaliseren van het eetpatroon en gewicht. Ik denk dat je iemand niet zijn zwembandjes af kunt nemen, als hij nog geen nieuwe heeft of heeft leren zwemmen.
Wanneer ik gelijk met het eetpatroon aan de slag ga, moeten mensen iets gaan doen, maar ze hebben nog geen methode aangeleerd om zichzelf te reguleren. Ze snappen nog niet waar het vandaan komt. Er is nog geen bedding om ruimte te voelen om iets te doen aan het eetpatroon.
Ik heb voor deze aanpak gekozen omdat ik bij mezelf ben gaan kijken wat ik destijds nodig had gehad. Wat had mij de beste werkwijze geleken als ik behandeld zou zijn geweest.’
Toekomst
‘Ik kijk tijdens 1 van de eerste sessies naar de toekomst. Stel je voor dat je geen eetstoornis meer zou hebben. Hoe zou dat zijn? Stel dat je je doel hebt bereikt en probeert dat helemaal te ervaren. Wat merk je dan? Het belichamen van je doel is heel behulpzaam, want dan krijgen mensen ook inzicht in waar ze naartoe zouden willen en hoe zou dat zijn. En zien daardoor ook scherper wat ze niet meer willen. Dan krijg je een soort hefboom. Je kunt kiezen voor oud of je kunt kiezen voor nieuw.
Bij mensen met een eetstoornis ligt de focus op eten. Ik wil ze juist leren om zich op de andere levensgebieden te focussen.
Vaak zijn mensen met een eetstoornis heel voorwaardelijk naar zichzelf. Ik moet eerst het juiste figuur en het juiste eetpatroon hebben en dan mag ik gaan leven. Als dat al 20 jaar niet lukt, heb je al 20 jaar niet mogen leven van jezelf. Mensen moeten leren leven. Dus draai ik het om. Stel, dat je nu al zou mogen leven, wat zou je dan gaan doen?
Ik besteed er een hele sessie aan, zodat ze het ook echt kunnen voelen hoe fijn dat is. Ze kunnen zich vaak niet voorstellen dat het kan.’
Vroege jeugd
‘Veel van de dingen die onder een eetstoornis schuilgaan, stammen vanuit de vroege jeugd. Het kan zelfs iets zijn dat speelde bij de geboorte: pre- en perinatale traumatiek. Wanneer een baby in het ziekenhuis ligt en niet gereguleerd wordt, kunnen gevoelens ontstaan als ‘mag ik hier wel zijn?’ of ‘ik voel me niet verbonden met de wereld waarin ik ben beland’.
Andere onderliggende factoren kunnen zijn ouders die scheiden, een vechtscheiding, het wonen op jonge leeftijd in twee huizen.
Pestgedrag is een factor en ook misbruik, hetzij in de familie, hetzij erbuiten.
Verhuizen kan grote impact hebben op kinderen, en ook dyslexie of ADHD die niet serieus worden genomen in het onderwijs, kunnen ervoor zorgen dat kinderen zich terugtrekken uit de wereld.
Maar ook geaardheid kan een rol spelen. Wanneer kinderen beseffen dat ze anders zijn, kunnen ze het idee hebben dat ze niet goed genoeg zijn. Of ze denken tot last te zijn omdat ze anders zijn. Dit gevoel willen ze compenseren.
Of kinderen willen juist niet tot last zijn, omdat er al zoveel speelt in het gezin.
Mensen zijn zich vaak niet bewust van hetgeen zich in hun jeugd heeft afgespeeld en dat deze trauma’s een rol spelen in hun heden.’
Kwetsbare leeftijd
‘De puberteit is een heel kwetsbare leeftijd. Op de middelbare school krijgen tieners te maken met er wel of niet bij horen en wat anderen van ze vinden. Als ouder is het belangrijk dit te realiseren. Ieder woord van kritiek of oordeel kan hard binnenkomen.
Op een gegeven moment komen alle kinderen wel iets aan. Als de groei in de lengte klaar is, komt de breedte. Het kan goed zijn aan te geven dat dat erbij hoort. Dat vrouw of man worden, betekent dat verhoudingen veranderen.
Ook het maken van opmerkingen van volwassene over diëten of het bekritiseren van andere mensen luistert nauw. Ook als moeders zichzelf continu afkraken voor de spiegel heeft invloed.
Ouders kunnen kijken hoe het kind eet of bijvoorbeeld zoeken naar weggegooide snoeppapiertjes in een rugzak. Is dat er af en toe 1 of is de verhouding zoek? Is het kind vrolijk, hoe staan de ogen en gaat het sociale contacten aan? Zodra kinderen zich terug gaan trekken, is er meestal iets aan de hand.’
Studententijd
‘Een eetstoornis kan ook in de studententijd ontstaan. Perfectionisme kan een rol spelen. Het halen van goede cijfers, een goed cv opbouwen. Niet alleen presteren op studiegebied, maar ook op gewicht en verschijning, terwijl je natuurlijk studentenkilo’s kunt krijgen. Dat levert een dilemma op.
Ik denk dat de ontwikkeling van puberbrein naar volwassenbrein een kwetsbare fase is, waarin je af kunt dwalen en je zekerheid zoekt in dingen waar het niet om gaat, maar die wel houvast geven. Zo kan het sociale onvermogen in eetbuien omgezet worden. Ik voel me ellendig, maar dan heb ik in ieder geval dat. Een stukje troost.’
Aandacht
‘Ik hoop dat er stap voor stap meer zicht komt op eetstoornissen. Het zou fijn zijn als meer therapeuten en coaches aan een cliënt zouden vragen welke rol eten speelt in hun leven, ook al komen ze voor iets anders. Dan kun je het eerder opmerken en er ruimte voor maken.
Een eetstoornis gaat niet over eten. Het helpt als mensen hier meer zicht op krijgen. Hoe meer je weet, hoe meer je dingen kunt plaatsen. Als hulpverlener en als cliënt.
De reden waarom ik zelf blogs schrijf, is om meer mensen het idee te geven dat er iets aan te doen is. Soms zijn het kleine stapjes, soms is het een inzicht. Ik wil duidelijk maken dat ze niet alleen zijn en dat er wat aan te doen is. En er zijn zoveel vooroordelen over eetstoornissen. Er is echt maar weinig aandacht voor. Hier kunnen we met elkaar verandering in brengen. Verdiep je erin om er iets meer over te weten en vraag ernaar bij je cliënten. Dat is een mooi begin.’
Een overzicht van therapeuten die zich gespecialiseerd hebben in eetstoornissen kun je vinden op eetstoornissennetwerk.nl of eetstoornisvrij.nl.

