Duidelijkheid en vertrouwen door transparantie
In gesprek met Catherine van Heest over het creëren van meer gelijkwaardigheid binnen de Nederlandse gezondheidszorg.
Catherine van Heest is directeur van Care for Women. Dit is een organisatie op het gebied van vrouwen en hormonale problemen. “Toen ik ruim 20 jaar geleden begon, was er weinig kennis over hormonale problemen zoals de overgang en menstruatie. We wisten niet goed of we het goed deden. Daarom zijn we gaan meten wat de effectiviteit van onze behandelingen was. Dit proces hebben we geautomatiseerd en steeds een beetje verbeterd en toen konden we practice based evidence gaan werken. Dit wil zeggen dat we in de praktijk meten wat de effectiviteit van de behandeling is en dit onze cliënt ook laten zien. Onze cliënten reageren zeer positief op deze werkwijze. Ze vinden het professioneel, hebben meer vertrouwen in onze behandelingen en voelen zich er meer bij betrokken.
Bovendien kunnen we nu aantonen dat we kwaliteit leveren en dat de behandelingen effectief zijn. Het resultaat is dat we inmiddels ook in ziekenhuizen werken en met huisartsen samenwerken. Bovendien krijgen we goede vergoedingen voor onze consulten. We hebben inmiddels zelfs via een zorgverzekeraar een contract voor het bedrijfsleven gekregen.”
Complementaire zorg ondergeschikt
“Niet alleen is complementaire zorg vaak ondergeschikt aan reguliere zorg, maar ook ons imago helpt ons niet. Een aantal concrete voorbeelden laten dit zien. Toen de lockdown kwam, moesten de complementaire praktijken dicht. De vergoedingen door zorgverzekeraars voor complementaire behandelingen worden steeds lager en steeds minder beroepsorganisaties worden nog vergoed. Bij de btw-discussie over vrijstelling tellen we niet mee. Als er iets misgaat met onze zorg, staan we gelijk volop in de media als een soort kwakzalver. Maar het meest betreurenswaardige vind ikzelf, dat we niet op de Zorgkaart Nederland mogen staan. Wij worden niet erkend door de partij waar we het voor doen, namelijk de patiënten.
Nederland telt ongeveer 17 en een half miljoen inwoners en minder dan 2 miljoen maakt gebruik van de complementaire zorg. Wat zegt dat? Waarom is het geen logische stap om naar bijvoorbeeld een osteopaat te gaan? Wanneer je dit gaat navragen, blijkt het antwoord heel simpel. Onzekerheid. Ze weten niet wat ze bijvoorbeeld van een acupuncturist of een orthomoleculair therapeut kunnen verwachten. En waarom niet? Omdat er zoveel geneeswijzen zijn en omdat we onvoldoende de effectiviteit van onze zorg onderbouwd hebben. We kunnen vaak niet goed laten zien dat onze behandelingen wel degelijk effectief zijn en dat we wel degelijk goede zorg leveren. Dat vertrouwen ontbreekt, niet alleen bij de patiënt, maar ook bij onze collega’s uit de reguliere zorg. Samenwerking is vaak moeizaam en dat is jammer. Juist een goede samenwerking zou de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland ten goede komen. Daar moeten we iets aan doen en dat zouden we als complementair veld ook moeten willen.”
Gezamenlijk optrekken naar gelijkwaardigheid
“Een jaar of 5 geleden werd ik benaderd door 5 beroepsorganisaties die ook graag practice based evidence wilden werken. Samen zijn we gaan kijken of we transparantie konden bieden in wat wij doen als complementair therapeuten. Ons doel is helder en eenduidig: een Nederlandse gezondheidszorg met meer diversiteit in effectieve behandelingen, waardoor patiënten meer keuze hebben en waarbij samengewerkt wordt tussen reguliere en complementaire zorgverleners. Om dit doel te bereiken hebben we met elkaar, de 6 beroepsorganisaties, een tool laten ontwikkelen, EviCare. Dit elektronische cliëntendossier is speciaal ontwikkeld voor de complementaire zorg dóor therapeuten en bevat een methode waarmee therapeuten practice based evidence kunnen werken.
Afgelopen jaar ben ik in gesprek gekomen met Zilveren Kruis Achmea over ons gezamenlijke initiatief en heb hun uitgelegd waarom die gelijkwaardigheid binnen de Nederlandse Gezondheidszorg zo belangrijk is. Hun reactie was enorm enthousiast. Ik heb duidelijk aangegeven dat het ons niet zo zeer gaat om vergoedingen of inkoopbeleid, maar om het creëren van meer gelijkwaardigheid binnen de Nederlandse gezondheidszorg. Met als gevolg dat de patiënt meer keuzemogelijkheden krijgt op basis van effectiviteit, kwaliteit en klanttevredenheid. Dit zal uiteindelijk de kwaliteit van de gezondheidszorg ten goede komen en daarmee zullen ook de kosten dalen.
Wij denken dat we deze gelijkwaardigheid kunnen bereiken, wanneer we transparant zijn in wat wij doen en onze effectiviteit gaan aantonen.
Toen is het idee ontstaan om een position paper te schrijven en gezamenlijk op te trekken met het gehele speelveld, dus de beroepsorganisaties, de zorgverzekeraars én de patiëntenorganisaties. Zeker deze laatste groep is hierin essentieel. Zowel wij, als het complementaire veld, als de zorgverzekeraar bestaan immers omdat er patiënten zijn. Wat ons betreft zijn zij de belangrijkste partij.
Toen we met hen contact zochten en vertelden dat wij door practice based evidence te gaan werken transparantie wilde geven als het gaat om onze effectiviteit, bleken ze waanzinnig positief te reageerden op ons initiatief. Zij gaven aan dat dit is, waar de patiënt al jaren op zit te wachten. Zij wilde dan ook graag onderdeel zijn van de position paper. Meerdere patiëntenorganisaties hebben zich dan ook al aangemeld.”
Gedeelde wens
“Waar we nu voor staan, is het inventariseren van welke organisaties het initiatief van de position paper willen ondersteunen en bereid zijn om samen met ons op te trekken om deze verandering tot stand te brengen.
De position paper beschrijft de verandering die we in gang willen zetten. De wens van patiëntenorganisaties is, dat patiënten meer transparantie en keuzemogelijkheden in de Nederlandse gezondheidszorg willen. De zorgverzekeraars hebben de wens gerichter kwalitatieve zorg in te kunnen kopen. Bij de therapeuten ten slotte bestaat de wens dat zij als zorgverlener serieus genomen willen worden en meer gelijkwaardigheid willen binnen die Nederlandse gezondheidszorg waardoor er ook beter samengewerkt kan worden. Voor alle partijen geldt dat transparantie in kwaliteit en effectiviteit het antwoord kan zijn op de behoefte die iedereen heeft. Daar vinden we elkaar.
Verandering is voor iedereen noodzakelijk. Dat maakt het voor iedereen beter. Met het aantonen van onze effectiviteit en het bieden van transparantie creëren we duidelijkheid en vertrouwen.”
De position paper
De position paper ligt inmiddels bij Zilveren Kruis Achmea en gaat ook naar de andere zorgverzekeraars. Meerdere grote verzekeraars hebben positief op deze ontwikkeling gereageerd. Inmiddels hebben bijna 40 organisaties zich aangesloten en er komen nog steeds aanmeldingen binnen.
De position paper gaat om visie. Het eigen vertrouwen in de eigen behandelingen. Trots zijn op het vak dat we met zoveel passie uitoefenen en op de bereidheid dit aan de patiënt te laten zien. Wij willen niet meer reageren vanuit verdediging. We gaan uit van eigen kracht en niet van angst. Dat is waar we met de position paper voor staan. Wij zijn met elkaar niet bang voor deze grote verandering, want we weten wat we waard zijn en we zijn bereid om te veranderen. Wij vinden dat complementaire zorg net zo belangrijk en effectief is als reguliere zorg. Hoogstens is de insteek anders, maar de zorg is net zo effectief. Ook daar moet een patiënt voor kunnen kiezen. Met een gezamenlijke Nederlandse gezondheidszorg, gebaseerd op gelijkwaardigheid, kunnen we dit doel bereiken.”
EviCare
EviCare, waar Care for Women mee werkt en dat door 6 beroepsorganisaties uit de complementaire zorg is ontwikkeld, is de praktijksoftware voor therapeuten die de effectiviteit van hun behandelingen willen meten om zo specifieker en effectiever te behandelen. Met EviCare kunnen therapeuten de effectiviteit van hun behandelingen aantonen. EviCare bevat bovendien alles om professioneel en efficiënt te werken in de praktijk, zoals cliëntendossiers, agendabeheer, facturatie, onderzoeksresultaten, rapportage en financiële administratie. Hierdoor wordt veel administratief gedoe bespaart en levert het tijd op i.p.v. dat het tijd kost. Het is ontwikkeld door therapeuten zelf en daarom helemaal gericht op dit vakgebied. Bovendien is EviCare heel simpel in het gebruik.
Therapeuten die werken met EviCare, komen in aanmerking voor het Keurmerk ‘Aantoonbaar Beter’. Dit kunnen ze aan hun cliënten laten zien. Ook krijgen ze een vermelding op therapeutenkaart.nl. Dat geeft de cliënt vertrouwen.
EviCare is door de onafhankelijke keuringsdienst KIWA goedgekeurd en voldoet aan de hoogst gestelde veiligheidseisen voor het opslaan van medische gegevens, vergelijkbaar met die van ziekenhuizen. De gegevens in EviCare zijn goed beveiligd en bovendien heeft de cliënt altijd de mogelijkheid ze op te vragen of te laten verwijderen. www.evicare.nl
Rick Denkers over het initiatief
“De NFG steunt het initiatief van Catherine. Het is ons uit het hart gegrepen dat de branche zich meer moet richten op evidence based/practice based werken. Want: op het moment dat wij kunnen aantonen dat het werkt dat we doen – en dat weten we – betekent dat de onderhandelingen met de zorgverzekeraars een ander karakter zullen krijgen. Ook zullen we bijvoorbeeld door Gemeenten (WMO) serieuzer genomen worden.
Care for Women heeft een voortouw genomen die een unieke kans biedt voor de complementaire zorg. Zilveren Kruis staat zeer welwillend tegenover het initiatief en is bereid fors ruimere vergoedingen te geven voor de complementaire zorg vermits we cijfers kunnen aanleveren. Zilveren Kruis is de organisatie binnen de Achmea-groep die afspraken maakt met de complementaire branche. Dat betekent dus dat de reikwijdte van dit project veel breder is. Daarnaast weten wij dat de andere drie grote zorgverzekeraars met belangstelling naar dit project kijken. Een unieke kans dus om aan te tonen, maar ook om als branche eenheid en samenwerking te tonen!
De komende tijd zullen we hard aan de slag gaan om ook vanuit de NFG cijfers te kunnen aanleveren. Wij zijn ervan overtuigd dat wat onze leden doen, daadwerkelijk leidt tot een verbetering van gezondheid van de cliënten.”

