Waarom worden we verliefd, bang, verdrietig en gelukkig?
Door Ria Teeuw
Ze kunnen je naar de hoogste toppen brengen, maar ook naar de diepste dalen. En alles ertussenin. Emoties. Ze zijn reëel, ongrijpbaar en vooral complex. Soms overspoelen ze je als een vloedgolf en gaan met je op de loop. Een andere keer besluit je heel bewust hoeveel ze je handelen mogen beïnvloeden. De Duitse arts en wetenschapsjournalist Julia Fischer schreef er een boek over: ‘De innerlijke buienradar, de wetenschap achter onze emoties’. Dat verscheen afgelopen juni bij uitgeverij Ten Have.
‘Een emotie is het totaal van alle biologische processen die als direct antwoord op een ervaring in ons lichaam plaatsvindt: de activering van het autonome zenuwstelsel, het losbarsten van hormonen, de verandering van onze gezichtsuitdrukking en het aangegrepen worden door bepaalde reacties,’ schrijft ze. Je kan erover discussiëren of deze omschrijving de lading dekt of dat de spreekwoordelijke kip en ei er mogelijk mee worden omgedraaid. Interessanter is je te verdiepen in de functie en het hoe en waarom van emoties. Dat is precies wat Julia Fischer heeft gedaan en waarvan ze het resultaat heeft beschreven. Voor zorgverleners doet ze dat heel toegankelijk, maar voor de leek zal het wellicht hier en daar een stevige kluif zijn. Dat zit ‘m in de uitleg over verschillende biochemische processen in het lijf en in de hersenen. Met medische basiskennis beschik je over een kader om dat snel te begrijpen.
Oxytocine
Fischer legt aan de hand van een aantal veelvoorkomende emoties uit wat er allemaal in je lijf gebeurt als ze zich aandienen. Dat zijn onder andere verliefdheid, verdriet, pijn, angst, stress, woede en geluk. Verder bespreekt ze fenomenen als huilen, stress en fomo (fear of missing out). Ze bestudeerde voor het boek vakliteratuur, las wetenschappelijke studies en raadpleegde experts. Daarbij kwam ze tot de conclusie dat alles wat ermee te maken heeft, buitengewoon gecompliceerd is. Wat voor de wetenschap in elk geval als een paal boven water staat, is dat emoties als waarborg dienen om te overleven. Een voorbeeld daarvan is het bekende ‘knuffelhormoon’ oxytocine. Dat maakt dat we hechten aan partners, kinderen en andere mensen die belangrijk voor ons zijn. De hersenstructuren die ermee te maken hebben, zijn de thalamus, de globus pallidus, de hippocampus en de raphekernen. Deze structuren werken met opioïden als signaalstof. Dat zijn een soort lichaamseigen drugs die ervoor zorgen dat we bijvoorbeeld een gevoel van geluk ervaren. Volgens Fischer is de hypothese dat het beloningssysteem in de hersenen via dopamine gevoelens van kriebelende lust en hete begeerte losmaakt en het opioïdesysteem de ervaring van kalme, diepe affectie toevoegt.
Duistere kant
Niet alleen is oxytocine actief in de hersenen, maar ook in diverse organen en daardoor van invloed op verschillende lichaamsfuncties, onze psyche en het contact met anderen. Hoewel lange tijd werd gedacht dat alleen vrouwen het aanmaakten, blijken mannen dat toch ook te doen. Bijvoorbeeld als ze vader worden. Het blijkt zo te zijn dat de mate waarin iemand in zijn jeugd warmte en liefde heeft ontvangen, veel zegt over hoe zijn of haar oxytocinesysteem functioneert. En ook over hoe goed iemand op zijn beurt weer warmte en liefde kan doorgeven. Maar Fischer benadrukt dat oxytocine niet alleen mooie eigenschappen heeft. Het bevat ook een duistere kant. Dat heeft onderzoek van de psycholoog Carsten de Dreu uitgewezen, die oxytocine toediende aan groepen proefpersonen. Gelijkgestemden werkten goed samen, maar reageerden vijandig op anderen die geen deel uitmaakten van hun gemeenschap. Dat verklaart fenomenen als racisme en de sterke teamgeest in een voetbalteam. In de prehistorie was het heel belangrijk en zorgde het voor een evolutionair voordeel. Mensen moesten immers strijden voor hun eigen groep. Wie als enige tegen de groepsnormen inging, werd uitgesloten. In de huidige tijd zijn we in principe nog steeds zo geprogrammeerd. Vooral is bekend dat liefdevolle aanraking oxytocine stimuleert. Echter, aanraking bevordert ook de aanmaak van dopamine en opioïde. Zo ontstaat een cocktail die volgens Fischer wonderen verricht, wat volgens haar verklaart waarom massagetherapie zo gunstig uitwerkt bij chronische angsten, depressies en dat het ook pijn kan verlichten. Ze betreurt dat daar nauwelijks erkenning voor is.
Levensgevaarlijk
In het hoofdstuk ‘Het gebroken hart’ behandelt ze de vraag of het mogelijk is om te sterven aan liefdesverdriet. Biochemisch gezien blijkt dat ‘verlaten worden’ dezelfde reacties in het brein oproept als afkicken van drugs. Stimulerende drugs activeren net als liefde het beloningscentrum van de hersenen, vooral de area tegmentalis ventralis en de nucleus accumbens. Als het middel of de kus waar iemand zo naar hunkert, uitblijft, ontstaan wanhoop, angst en kwellende pijn. Dat komt naar voren uit onderzoeken bij mensen met een gebroken hart. In de functionele MRI lichten behalve het beloningssysteem ook de insula en de cingulate cortex op. Die hebben daarbij ook de functie dat ze pijn en verdriet overbrengen. Conclusie: van liefdesverdriet kun je echt ziek worden en het is zelfs mogelijk dat het levensgevaarlijk is. Het ‘gebroken-hartsyndroom’ heeft als symptomen hevige pijn op de borst, ademnood en doodsangst – net als een hartinfarct.
Freud
En dan ‘huilen’. Waarom doen we dat? Fischer beschrijft dat we basale, reflectorische en emotionele tranen hebben. De basale houden de ogen vochtig en voeden en reinigen die. De reflectorische zijn een reactie op een irriterende stof. Bij emotionele tranen voegt de traanzak grotere hoeveelheden proteïnen, mangaan, kalium en serotonine en prolactine aan het vocht toe. Testosteron noemt ze de tegenspeler van emotionele tranen, wat waarschijnlijk verklaart dat mannen in droevige situaties minder geneigd zijn te huilen. Ze maakt daarbij direct de kanttekening dat ook maatschappelijke opvoeding invloed heeft op dit verschil tussen de seksen. Ze schrijft: ‘Waarom we huilen weten we niet. Het bouwt emotionele spanningen af, verbetert de stemming en bevordert zelfs onze gezondheid. Freud had in 1895 het vermoeden dat huilen fungeert als ventiel waardoor ons lichaam emotionele energie kan laten ontsnappen die het anders ziek zou maken. 100 jaar later was er de wetenschappelijke stelling dat traanklieren ons bloed filteren en zuiveren van stresshormonen en giftige afvalstoffen. Studies konden dit mechanisme echter niet bewijzen.’
Greta Thunberg
Heel uitgebreid gaat ze verder in het boek in op wat er in je lijf gebeurt als je angst ervaart en waarom ook die emotie bijdraagt aan het behoud van de menselijke soort. ‘We kunnen angst waarderen als een echt voordeel en er zelfs trots op zijn.’ Ze voegt daar nog een heel persoonlijke opmerking aan toe: ‘Hopelijk krijgen wij allemaal – niet alleen de generatie van Greta Thunberg – zo’n angst voor klimaatverandering, dat we de moed opvatten om er daadwerkelijk iets tegen te doen. Niet voor niets wordt wel gezegd: angst maakt ons inventief.’ Aan het slot van dit uitgebreide en gedetailleerde boek volgt een hoofdstuk over geluk. Over wat dat is, heeft ieder zo zijn eigen ideeën, aldus Fischer. En iedereen ervaart geluk ook op een eigen manier. Aan haar gedegen uitleg voegt ze een positieve boodschap toe: ‘Het is mogelijk om geluk te vinden. En dat geldt voor ieder van ons.’
De innerlijke buienradar – Julia Fischer – Uitgeverij Ten Have – ISBN 9789025909802

