Schaamteloosheid op Sociale Media: Verwondering over Verdwijnend Fatsoen

NKS-column: over de verdwijnende schaamte in sociale-mediadiscussies en hoe vrijheid van meningsuiting wordt misbruikt.

Schaamteloosheid op sociale media: een verwondering

Door Ingelien Warmerdam, systeemspecialist

Steeds meer verwonder ik me over de manier waarop op sociale media, en met name op Facebook, ongenuanceerde reacties worden geplaatst onder openbaar geplaatste artikelen of berichten. Schaamte, normen en waarden, of beleefdheidsbegrippen als “hoe gaan we met elkaar om”, lijken steeds minder belangrijk. Sterker nog, wie een appel doet op sociale omgangsvormen, wordt niet zelden weggehoond. Racisme, fascisme en stigmatisering worden aan elke discussie toegevoegd, ongeacht het onderwerp. Zo lijkt schaamteloosheid op sociale media de norm te worden. Alles moet kunnen, onder de noemer “vrijheid van meningsuiting”.

schaamteloosheid op sociale media

Het derde axioma van communicatiewetenschapper Paul Watzlawick, dat de aard van een betrekking afhankelijk is van de interpunctie van de interacties tussen de communicerende personen, wordt hier naar believen uit zijn verband gerukt. Hierdoor kan schaamteloos gecommuniceerd worden. Om schaamte te kunnen voelen, moet iemand toegang hebben tot de eigen integriteit, lijfelijke aanwezigheid in het contact met de ander, en verantwoordelijkheid.

De natuurlijke remming om onszelf in te houden, ingegeven door cultuur, opvoeding en integriteit in gesprek met de ander, lijkt te ontbreken wanneer we niet meer lijfelijk in gesprek zijn met die ander, maar via tussenkomst van een beeldscherm. We zien niet hoe de ander reageert. In een virtuele sociale wereld kunnen we ons anoniem en solitair wanen. We kunnen ons letterlijk en figuurlijk afsluiten voor de reactie van de ander, en maken geen deel uit van een sociaal systeem wanneer we dat niet willen.

Na de aanslagen op Charlie Hebdo in Parijs, in januari 2015, werd geprotesteerd dat dit een aanslag was op de vrijheid van meningsuiting. Die vrijheid vind ik juist een grote persoonlijke verantwoordelijkheid: het is de verantwoordelijkheid om, met behoud van de ander, je mening te uiten. Na de aanslagen lijkt het een verzamelexcuus te zijn geworden, een opeisbaar recht om straffeloos de meest grove beledigingen te mogen uiten. Zeker wanneer dit met alle gemak via sociale media wordt geuit, waar elke persoonlijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid opzij gezet kan worden. Hoewel de term “sociale” media toch iets anders suggereert.

Filosoof en AI-ethicus Joris Krijger verwoordt iets vergelijkbaars wanneer hij het heeft over virtualisatie: “Wanneer we de werking van virtualisatie willen samenvatten, zou ik willen stellen dat we virtualisatie moeten beschouwen als een onbetrokkenheid: het biedt de mogelijkheid elke betrokkenheid tot je eigen handelen weg te nemen.”

Die onbetrokkenheid is precies wat ik terugzie in veel discussies online: mensen die woorden gebruiken die ze in een fysiek gesprek nooit zouden uitspreken, omdat het scherm tussen hen en de ander een schijnbare afstand schept. Alsof de gevolgen van wat je typt minder echt zijn dan de gevolgen van wat je zegt.

Toch blijven woorden gevolgen hebben, ook online, en is schaamteloosheid op sociale media geen onvermijdelijk gegeven. Wie schaamteloosheid op sociale media normaliseert, normaliseert ook het gebrek aan verantwoordelijkheid dat eronder ligt. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar het is geen vrijbrief om de ander als mens uit het oog te verliezen. Misschien begint herstel van fatsoen online juist met het simpele besef dat er aan de andere kant van het scherm altijd een mens zit, met dezelfde kwetsbaarheid als wijzelf.

Voor mezelf blijft de vraag hoe je als individu overeind blijft zonder cynisch te worden. Ik merk dat het helpt om me niet mee te laten slepen in de reflex om net zo hard terug te reageren. Schaamteloosheid op sociale media roept nu eenmaal iets op, verontwaardiging, boosheid, de neiging om te winnen. Maar juist door daar niet in mee te gaan, blijft er ruimte voor een ander soort gesprek.

Meer columns en verhalen over verbinding, communicatie en menselijkheid zijn te vinden op de thema-pagina van TCC Magazine.

Wat me daarbij opvalt in gesprekken met cliënten die zelf slachtoffer zijn geworden van schaamteloosheid op sociale media, is hoe lichamelijk de impact ervan kan zijn. Mensen vertellen over slapeloze nachten, een opgejaagd gevoel bij het openen van hun telefoon, of schaamte die ze zelf gaan voelen, ook al hebben ze niets verkeerd gedaan. Het omgekeerde van wat je zou verwachten: niet degene die de grens overschrijdt voelt zich klein, maar degene die geraakt wordt.

Vanuit systemisch perspectief is die verspreiding van schaamteloosheid op sociale media niet zo vreemd. Een systeem, of dat nu een gezin, een team of een online gemeenschap is, zoekt voortdurend naar balans. Wanneer één stem grof en ongefilterd mag zijn zonder consequenties, verschuift de norm voor de hele groep. Anderen passen zich daaraan aan, uit zelfbescherming of omdat ze het gevoel krijgen dat verzet toch geen zin heeft. Zo wordt schaamteloosheid niet het probleem van één persoon, maar een patroon dat zich door een heel netwerk verspreidt.

Dat betekent ook dat herstel niet alleen bij het individu ligt. Platforms, moderators en gebruikers dragen samen verantwoordelijkheid voor de toon van een gesprek. Een enkele persoon die weigert mee te gaan in schaamteloosheid op sociale media, die vraagt om een ander soort taalgebruik, kan al een klein tegenwicht bieden. Niet omdat dat meteen alles oplost, maar omdat het laat zien dat er een alternatief is voor schaamteloosheid op sociale media en de normalisering van grofheid die daarbij hoort.

Auteur

Redactie TCC Magazine

Redactie TCC Magazine

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2020

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen