Wijsheid komt met de haren
Door Jamie Nederpel
Maandagochtend op het schoolplein. “Hee, is je haar weer geverfd?” vraagt de ene moeder aan de andere. “Ja, maar het heeft niet goed gepakt, je ziet nog grijs.” Met vier moeders buigen we naar haar toe en inderdaad, we zien bovenop haar hoofd nog een paar grijze haren. “Waarom laat je het eigenlijk niet grijs worden?” vraag ik. “Nee joh, daar vind ik mezelf echt nog veel te jong voor, ik ben 34!” Een andere moeder beaamt: “Als je er makkelijk iets aan kunt doen, dan doe je dat toch gewoon?”
Het klinkt zo logisch. In ons welvarende land hoeft niemand er oud bij te lopen. Maar draai het eens om: als je iets gemakkelijk kunt laten zoals het is, waarom zou je er dan iets aan doen? Waarom is het gemakkelijker om elke zoveel weken een paar uur onze haren te laten verven en daarvoor te betalen, dan de tekenen van ons ouder-worden te accepteren?
Dankzij de subsidieregeling Ontwikkeladvies voor 45-plussers van minister Koolmees wandel ik de laatste tijd meer met vijftigers. Zij ervaren aan den lijve dat ze geen twintig meer zijn. En niet alleen aan hun haar. Werk dat hen voorheen moeiteloos afging, vraagt nu om een grote inspanning. Het tillen wordt te zwaar. Die eindeloze vergaderingen voelen als een enorme ballast. De zoveelste reorganisatie kan er eigenlijk niet meer bij. Terwijl het werk inhoudelijk nog steeds past.
Hier valt niet tegenop te verven. Hier is iets anders nodig: berusting. Berusten in de werkelijkheid zoals-ie is. Om van daaruit – waar mogelijk – maatregelen te kunnen treffen. Berusten in het ouder worden is veel minder sexy dan nog wat langer jong lijken. Het vraagt dat je jezelf neemt zoals je bent met alles wat daarbij hoort: je haren, je lichaam en je veranderende energie. En ook je teruglopende geheugen, trouwens. Want nu ik dit schrijf, herinner ik me ineens dat ik tot ruim voorbij mijn 30e met een pincet één voor één die paar grijze haren uit mijn slapen trok. Want als je er makkelijk iets aan kunt doen, dan doe je dat toch gewoon? Voor mij valt verven blijkbaar niet in de categorie ‘makkelijk’, maar die pincet werkte prima. Totdat dat niet meer genoeg was en ik mijn grijze haren toch maar besloot te accepteren.
Het doet me denken aan de bekende woorden van – vermoedelijk – Franciscus van Assisi: “Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de kalmte om te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me de wijsheid om het verschil tussen beide te zien.” Er zit een grijs (…) gebied in zijn gebed. In onze tijd kunnen we namelijk héél veel veranderen. We kunnen ons hele lichaam laten aanpassen als we het geld daarvoor (over) hebben. We kunnen onze baan of relatie opzeggen en naar de andere kant van de wereld verhuizen. Accepteren wat we niet kunnen veranderen en daarin berusten lijkt bijna niet meer te hoeven. We veranderen net zo lang door totdat dat écht niet meer gaat.
Wanneer we Franciscus’ woorden vertalen naar onze tijd, hoor ik daarin de uitnodiging om goed te blijven voelen wat er echt speelt: wanneer zijn we aan het vluchten voor wat er werkelijk aan de hand is en wanneer exploreren we de ruimte om onszelf en ons leven te verbeteren? Ik zou willen vragen: geef me de kalmte om te accepteren wat ik kan accepteren. Geef me de moed om te veranderen wat ik niet kan accepteren. En geef me de wijsheid om het verschil te zien. En die wijsheid, die komt met de haren.
Jamie Nederpel is wandelend loopbaancoach en schrijver van het boek Het is altijd het goede weer. www.werkvanuitjenatuur.nl

