GMO en voedingssupplementen

Rubriek Duurzaamheid legt uit wat GMO betekent voor voeding en voedingssupplementen en hoe etikettering werkt.

GMO en voedingssupplementen

Al sinds jaar en dag worden gewassen met elkaar gekruist om zo gewassen te verkrijgen die bijvoorbeeld smaakvoller zijn of beter bestand zijn tegen insecten en ziekten. Dat heet verdeling.

Sinds de jaren 70 van de vorige eeuw heeft de technologie het mogelijk gemaakt om nog een stapje verder te gaan. Wetenschappers begonnen het DNA van organismen te veranderen met genetische manipulatie. Zo ontstond de term GMO (Genetically Modified Organism). In het Nederlands spreken we over GGO: Genetisch Gemodificeerd Organisme. Dit betekent dat het DNA van een organisme op een kunstmatige manier is aangepast met behulp van genetische technologie. Deze aanpassingen worden gedaan om specifieke eigenschappen te verkrijgen, zoals resistentie tegen ziekten, insecten en bestrijdingsmiddelen, verbeterde groei of betere voedingswaarde en het elimineren van stoffen waar mensen allergisch voor kunnen zijn.

Etiketten

Voedingsmiddelen die met genetisch gemodificeerde organismen gemaakt zijn en in Nederland worden verkocht, zijn veilig verklaard door de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). Op het etiket van een voedingsmiddel moet vermeld worden of het product genetisch gemodificeerde ingrediënten bevat. Op het etiket van melk, vlees of eieren van dieren die gevoerd zijn met genetisch gemodificeerd veevoer, hoeft dat niet vermeld te worden.

Biologisch

De biologische sector maakt geen gebruik van genetische modificatie. Ook producten die afgeleid zijn van genetisch gemodificeerde organismen, mogen niet gebruikt worden. Hetzelfde geldt voor veevoer. Het voer voor bijvoorbeeld biologisch gehouden koeien moet GMO-vrij zijn.

Op een etiket mag ‘bereid zonder gentechniek’ staan, als het product aan de bovenstaande eisen voldoet. Biologische voedingssupplementen moeten voldoen aan dezelfde eisen.

Vermenging

Gentech-gewassen kunnen zich vermengen met biologische gewassen die in de buurt groeien. Stuifmeel kan bijvoorbeeld overwaaien. Of een biologisch gewas wordt in een vrachtwagen vervoerd waarin eerder een genetisch gemodificeerd gewas is vervoerd. Dit is niet te voorkomen. Daarom mogen biologische gewassen tot 0,9% van het genetisch gemodificeerde gewas bevatten. De producent moet dan wel kunnen aantonen dat vermenging onvermijdelijk was.

Telers hebben onderling afspraken gemaakt om de kans op vermenging zo klein mogelijk te houden. Ze kunnen bijvoorbeeld tussen het genetisch gemodificeerde en het biologisch geteelde gewas bufferzones aanleggen. In deze bufferzones telen ze dan een ander gewas.

Vitamines en mineralen zijn er in natuurlijke en in synthetische vorm. Synthetische vitamines of mineralen worden kunstmatig geproduceerd in een laboratorium en zijn daarom niet biologisch. Natuurlijke vitamines of mineralen zijn verkregen uit natuurlijke ingrediënten. Als de grondstof biologisch is geteeld, kan het voedingssupplement biologisch zijn, mits er ook aan alle andere eisen van biologische productie is voldaan.

Biologische supplementen zijn herkenbaar aan de code NL-BIO-01 en de biologische keurmerken EKO, Europees Biologisch of Demeter. Wanneer een supplement niet-biologisch is, kan het toch GMO-vrij zijn. Deze supplementen kunnen een NON GMO-certificaat krijgen wanneer aangetoond is dat ze aan alle criteria voldoen.

Meer weten

Wil je meer weten over de herkomst en productie van een supplement? Vraag de producent om achtergrondinformatie.

Bronnen: infogm.org, voedingscentrum.nl en ivg-info.nl

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

N&S Magazine 2024

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen