SIBO: een verstoord darmmicrobioom

Wat is SIBO (small intestinal bacterial overgrowth), welke werkingsmechanismen liggen eraan ten grondslag en hoe kun je het aanpakken?

SIBO: een verstoord darmmicrobioom

Het menselijk maag-darmkanaal speelt een belangrijke rol in onze algehele gezondheid. Het is de plek waar voeding wordt verteerd en opgenomen in het lichaam. Het is ook de plek waar een groot aantal microben leven. Het darmmicrobioom is een zeer complex ecosysteem van organismen die met elkaar en met de mens als gastheer samenleven.

Uit onderzoek blijkt dat de verdeling van de microben in onze darmen verschilt afhankelijk van de plek in het darmkanaal. Dat heeft onder andere te maken met de omgevingsfactoren in de verschillende delen van de darm, zoals de hoeveelheid zuurstof, de zuurgraad, de darmpassagetijd ter plaatse en de beschikbaarheid van voedingsstoffen. In de dunne darm is de pH-waarde laag, is er veel zuurstof en een overvloed aan beschikbare en eenvoudig te metaboliseren voedingsstoffen. Maar zijn er in verhouding weinig bacteriën aanwezig. De bacteriën die aanwezig zijn, behoren vooral tot de phyla (families) Proteobacteriën, Streptococcus spp. en Bacteroidetes.

Verreweg de meeste microben leven in de dikke darm, waar de zuurgraad hoger is, terwijl de hoeveelheid zuurstof en snel verteerbare voedingsstoffen laag is. Je treft hier vooral bacteriën aan uit de families Firmicutes en Bacteroidetes, maar ook melkzuur producerende bacteriën zoals Lactobacillen en Bifidobacteriën.

De samenstelling van het darmmicrobioom (in de dunne en in de dikke darm) kan verstoord raken. Een SIBO is namelijk een voorbeeld van een verstoord darmmicrobioom.

Maar wat is een SIBO?

De afkorting ‘SIBO’ staat voor small intestinal bacterial overgrowth. Deze definitie is tot stand gekomen in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw toen de focus van het wetenschappelijk onderzoek rondom de klachten die met een SIBO worden geassocieerd, vooral lag op de hoeveelheid bacteriën ter plaatse in de darm. Recent onderzoek doet de vraag rijzen of een SIBO ook niet mede een verstoring omvat van (uitsluitend) de samenstelling van de microben in de dunne darm.

Een SIBO kan gepaard gaan met een groot scala aan klachten. De meest in het oog springende klachten zijn buikklachten zoals een opgeblazen gevoel, winderigheid, buikpijn en -ongemak of chronische diarree. Daarnaast kan sprake zijn van malabsorptie van de vetoplosbare vitaminen A, D en E en een gebrek aan nutriënten zoals vitamine B12 en ijzer.

Mogelijke oorzaken van de bacteriële overgroei in de dunne darm

Het lichaam heeft een groot aantal fysiologische werkingsmechanismen, die moeten voorkomen dat het darmmicrobioom verstoord raakt en een SIBO mogelijk wordt. Een verstoring in één of meerdere van de werkingsmechanismen staat namelijk aan de basis van het ontwikkelen van een SIBO.

1. Een tekort aan maagzuur
Een gezonde maag heeft als gevolg van de hoeveelheid maagzuur die het produceert, een zuurgraad van ongeveer 1,8. Deze zure omgeving is een van de eerste lichaamsbarrières tegen pathogenen. Een gebrek aan maagzuur vermindert dit afweermechanisme en maakt het mogelijk dat het microbioom in de darmen verstoord raakt doordat pathogenen het maagmilieu overleven en verder kunnen reizen naar de dunne darm.

Een gebrek aan maagzuur, bijvoorbeeld door het gebruik van een maagzuurremmer, kan ervoor zorgen dat de zuurtegraad van de maag stijgt tot wel 7. In een meta-analyse uit 2016 is gekeken naar de relatie tussen het gebruik van een maagzuurremmer en het ontwikkelen van een SIBO. De onderzoekers concludeerden dat het gebruik van een maagzuurremmer een risicofactor kan zijn voor het ontwikkelen van een SIBO.

2. Een verstoord mondmicrobioom
De mond bevat een eigen microbioom, het mondmicrobioom. Elke slikbeweging zorgt voor translocatie van mondmicroben naar het maag-darmkanaal. Als deze microben dan in de maag niet tegengehouden worden door de zuurtegraad aldaar, komen deze microben de dunne en dikke darm in. Pathogene bacteriën uit de mond zoals Enterobacteriaceae (met name Klepsiella), Escherichia-Shigella en Clostridium perfringens zijn in staat zo het darmmicrobioom negatief te beïnvloeden en een SIBO te veroorzaken.

3. Dysfunctionele darmreiniging en vertraagde darmtransit
De darm stuwt de voedselbrij door het darmkanaal richting de anus. Om ervoor te zorgen dat er geen voedselresten achterblijven in het darmkanaal is de darm uitgerust met het migrerend motorcomplex (MMC). Dit MMC is een speciaal motiliteitspatroon van de maag en dunne darm dat de dunne darm schoonhoudt en voorkomt dat daar een ongewenste wildgroei aan bacteriën kan ontstaan. Factoren die de werking van het MMC verstoren, zijn stress, kwaliteit van voeding, snelheid van eten, pathogenen en medicijnen zoals narcotica. Rustig, mindful eten en bepaalde voedingsmiddelen, zoals gember kunnen het MMC stimuleren. In aanvulling hierop lijkt de darmperistaltiek en dus de darmtransittijd een rol te spelen bij het voorkomen van een SIBO.

4. Dysfunctionele iliocecale klep
De dikke en dunne darm worden van elkaar gescheiden door middel van de iliocecale klep, ook wel de klep van Bauhin genoemd. Deze moet voorkomen dat bacteriën uit de dikke darm migreren naar de dunne darm. Hoe hoger de druk van deze klep, hoe beter hij sluit en dus hoe beter voorkomen wordt dat deze migratie van dikke darmbacteriën kan plaatsvinden.

5. Tekort aan gal of pancreasenzymen
Bacteriën hebben, net als de mens, voeding nodig. Voeding is rijkelijk aanwezig in het darmkanaal. In de gezonde situatie wordt deze voeding in de dunne darm zo volledig mogelijk verteerd en opgenomen in de bloedbaan met uitzondering van onverteerbare vezels. Zo blijft er niet veel voeding in de dunne darm achter waar de aldaar aanwezige bacteriën zich op kunnen voeden. Dit wordt anders als de spijsvertering niet goed functioneert door bijvoorbeeld een gebrek aan gal en/of pancreasenzymen. Het niet goed kunnen verteren van voeding kan een risicofactor zijn voor het ontwikkelen van een SIBO.

6. Anatomische obstructies in de dunne darm
Ook anatomische obstructies in de dunne darm kunnen een risicofactor zijn voor het ontwikkelen van een SIBO. Een obstructie hindert immers de normale doorstroming in de darm en ook het migrerend motorcomplex en de darmmotiliteit worden hierdoor wellicht negatief beïnvloed.

Werkingsmechanismen aanpakken

Het allerbelangrijkste bij de aanpak van een SIBO is het aanpakken van de hiervoor genoemde werkingsmechanismen, daar waar deze verstoord zijn. Uiteraard is het belangrijk dat een voedzaam voedingspatroon wordt gevolgd om het klachtenpatroon bij voorkeur positief te beïnvloeden. De interventies kunnen worden aangevuld door het inzetten van onder andere:

Gember
Voor wat betreft de interventies gericht op de verstoorde werkingsmechanismen, kan gedacht worden aan gember. Er zijn uit de praktijk veelbelovende ervaringen met gember als stimulans van zowel de maag als de motiliteit van de darmen. En gember is toepasbaar door verse gemberthee te drinken of gember als specerij toe te voegen aan gerechten. Vooral bij Aziatische gerechten, zoals in curry’s past gember perfect! Ook vis en vlees kunnen uitzonderlijk lekker worden, wanneer ze worden gemarineerd met gember.

Spijsverteringsenzymen
Voor een goede spijsvertering zijn er uiteraard voldoende spijsverteringsenzymen nodig. Als er sprake is van een tekort aan spijsverteringsenzymen, is de inzet van deze enzymen ook een mooie interventie bij SIBO. Let er wel op dat, als je spijsverteringsenzymen inzet, deze dan lang actief blijven en resistent zijn tegen het maagzuur. Alleen op die manier kunnen de enzymen optimaal hun werk doen. Ook is er een aantal voedingsmiddelen die van nature spijsverteringsenzymen bevatten. Zo zit er bijvoorbeeld in avocado lipase voor de afbraak van vetten. En papaja bevat papaïne dat helpt bij de afbraak van eiwitten.

Orale probiotica
Bij een verstoord mondmicrobioom kan gedacht worden aan orale probiotica. Producten waar probiotica in zit, zijn bijvoorbeeld zuurkool, kimchi en kombucha. Kimchi is een Koreaans bijgerecht dat gemaakt is van gefermenteerde groenten. Het bevat verschillende soorten probiotica die goed zijn voor het mondmicrobioom. Verder wordt kombucha, gefermenteerde thee, ook steeds populairder. Het is verkrijgbaar in winkels, maar je kan deze thee ook zelf maken. Toch zal orale probiotica niet de eerste interventie zijn voor een SIBO.

Samenvattend kan er een groot aantal werkingsmechanismen verstoord raken en zo de kans op een SIBO doen toenemen. Het goede nieuws is dat veel van deze werkingsmechanismen positief te beïnvloeden zijn met voeding, fytotherapie en integrale orthomoleculaire interventies.

Wil je weten hoe de diagnose van SIBO wordt gesteld? En welke onderbouwde interventies er nog verder mogelijk zijn? Lees verder op www.naturafoundation.nl

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

N&S Magazine 2024

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen