Helpende Honden, samen speuren naar mogelijkheden!

Helpende Honden is een begeleidingscentrum dat zich richt op de inzet van honden in zorg, welzijn en onderwijs. Een interview met oprichtster Patricia Delorme.

Door: Sandrine Baaij, redactie PSC

Een interview met Patricia Delorme
Helpende Honden is een begeleidingscentrum dat zich richt op de inzet van honden in zorg, welzijn en onderwijs. Helpende Honden biedt training en begeleiding aan kinderen en jongeren in de leeftijd van zes tot en met achttien jaar bij wie sprake is van mogelijke gedragsproblemen, of die behoefte hebben aan extra ondersteuning op het gebied van onder andere communicatie, sociale vaardigheden en zelfvertrouwen. Bij de trainings- en begeleidingstrajecten worden honden ingezet om kinderen en jongeren te ondersteunen in het (her)ontdekken van hun mogelijkheden, het vinden van oplossingen voor hun problemen en het oefenen van nieuwe vaardigheden. Ook biedt Helpende Honden cursussen en coaching aan professionals in zorg, welzijn en onderwijs, die honden willen inzetten bij de begeleiding van en/of therapie aan cliënten.

Dieren hebben altijd deel uitgemaakt van het leven van Patricia Delorme, oprichtster van het begeleidingscentrum Helpende Honden. Als eigenaar van een hond was zij zich al bewust van de interactie tussen dieren en kinderen. Het verschil tussen Helpende Honden en andere hulpverlenende instanties is, dat de hond bij Delorme het middel is en niet de rol krijgt van cotherapeut. De therapeut blijft uiteindelijk verantwoordelijk. Belangrijk aspect bij het oplossingsgericht werken binnen Helpende Honden is, dat naast het begeleiden van de cliënt, de hond zichzelf mag blijven tijdens een training. Delorme ziet er nauwlettend op toe dat het welzijn van het dier niet wordt onderschat.

Waar moeten honden aan voldoen om als middel te kunnen worden ingezet?
“De hond moet uiteraard goed kunnen gehoorzamen. De veiligheid tussen het kind en de hond moet gewaarborgd kunnen worden. De hond moet ook gezond en stressbestendig zijn. Bepalend voor het inzetten in een training is ook het karakter van de hond. Elk ras heeft bepaalde kenmerken: de ene hond biedt vrolijkheid, de andere hond wil alle leden van het gezin bijvoorbeeld bij elkaar drijven. De eigenheid van de hond wordt benut binnen de therapie.”

Hoe bepaal je wanneer een hond geschikt is of niet?
“Naast de eigenschappen van het ras, is de mate van plezier binnen een training ook belangrijk. Daarom worden alle honden getest op geschiktheid voor training en begeleiding en worden de (behandel)programma’s getest op hondvriendelijkheid. Dit doe ik samen met Jolien Schat. Zij is kynologisch gedragstherapeute en docente aan de opleiding voor kynologische gedragstherapeuten. Zij heeft diverse boeken en tijdschriftartikelen geschreven over honden en zij is eigenaresse van de Martin Gaus hondenschool De Bacchanten. Met ruim 22 jaar ervaring als hondentrainer is zij als geen ander geschikt om honden te testen. Ook honden die van buitenaf ingezet worden. Honden van cliënten kunnen ook op geschiktheid worden getest en eventueel worden voorbereid op deelname aan een training.”
Na haar opleiding op het gebied van Jeugdhulpverlening heeft Delorme vanaf het begin altijd wel pioniersbanen gehad binnen de Jeugdhulpverlening en Kinder- en Jeugdpsychiatrie. In functies als onder andere pedagogisch medewerkster in een dagbehandelingscentrum voor kinderen, intensief ambulant gezinsbegeleidster binnen de Jeugdhulpverlening en sociale vaardigheidstrainster heeft zij gedurende twintig jaar ervaring opgedaan met kinderen bij wie sprake is van ADHD, autisme, PDD-NOS, Asperger en andere syndromen en/of stoornissen.

Kun je een mooi voorbeeld noemen van een angstig kind en hoe je ermee bent gaan werken om het kind over die angst heen te helpen?
“Een mooi voorbeeld is dat van een jongetje van tien jaar met het syndroom van Asperger. Naast andere angsten was hij vooral heel bang voor honden. Ik ben met hem oplossingsgericht en praktisch gaan werken. Door oplossingsgericht te gaan werken, verdiep ik mij in mogelijke oplossingen, in plaats van in het probleem. Zo ga ik doelgericht werken aan de wens van het jongetje, waarbij ik op zoek ga naar passende oplossingen voor hem en zijn omgeving. De focus van oplossingsgericht werken ligt ook op het heden en de toekomst. Er wordt vooral gelet op dat wat de cliënt al goed kan of doet.
Bij hem ben ik eerst begonnen met de ‘Murdock-vaardigheid’ en heb ik hem steeds naar de hond laten kijken. Daarna heb ik hem contact laten maken met het dier en ben ik interventietechnieken gaan toepassen om hem de taal van de hond steeds beter te laten begrijpen. Door de taal van het dier beter te beheersen, zie je de angst ook minder worden. Het jongetje ging begrijpen waarom een hond bijvoorbeeld blaft en hij kon er uiteindelijk goed mee omgaan. Wat zo mooi is om te zien is, dat op het moment dat de angst voor de hond minder wordt, andere angsten ook verdwijnen.”

Ook heeft Delorme ervaring in het omgaan met kinderen die gewoon wat extra ondersteuning kunnen gebruiken bij hun ontwikkeling, bijvoorbeeld op het gebied van zelfvertrouwen, weerbaarheid en het leren omgaan met verlies. Delorme heeft telkens weer ervaren dat honden een geheel eigen waarde hebben in de begeleiding en training van kinderen en volwassenen.
Wat is bij jou de trigger geweest om met kinderen te gaan werken?
“Wat mij altijd aan kinderen heeft gefascineerd, is hoe zij zich staande weten te houden, soms zelfs onder verschrikkelijke omstandigheden. Ik heb ontzettend veel respect voor kinderen. Zij hebben iets onvoorwaardelijks. Kinderen zijn sterk en weten zich altijd maar weer aan te passen aan een bepaalde situatie. Ook niet altijd goed, trouwens. Wat mijn contact met kinderen zo bijzonder maakt, is dat ik als therapeute geen ouder ben die het kind moet opvoeden. Ik ben er om kinderen te helpen en te begeleiden. Om met ze samen te werken.”
Hoe komen kinderen hier terecht?
“Dat kan op verschillende manieren. Ik heb binnen mijn werk natuurlijk in al die jaren veel mensen ontmoet. De GGZ of het MEE verwijzen ouders ook wel eens door. Via het speciaal onderwijs komen kinderen hier binnen of via de ouders onderling. Daarnaast heb ik ook wel eens informatiebijeenkomsten georganiseerd om te laten zien wie ik ben en hoe ik werk.”

Kun je iets meer vertellen over de verschillende interventies die je toepast?
“De twee vormen van samenwerken met dieren zijn AnimalAssistedActivities (AAA) en AnimalAssistedTherapy (AAT). Samen vallen zij onder de overkoepelende term AnimalAssistedInterventions (AAI), in het Nederlands: Dierondersteunde interventies (DOI). De dierondersteunde activiteiten (AAA) bieden therapeutische mogelijkheden op het gebied van motivatie, educatie en recreatie met als doel de kwaliteit van het leven te verbeteren. Deze activiteiten worden georganiseerd in diverse situaties, door speciaal opgeleide professionals en vrijwilligers met huisdieren. Hierbij kun je denken aan bezoeken aan ouderen en cliënten thuis, of aan snoezelsessies voor verstandelijk gehandicapten of dementerende bejaarden, of aan dierenopvangprojecten in psychiatrische instellingen, zorgboerderijen waar cliënten taken verrichten met dieren.
De dierondersteunde therapie (AAT) is een doelgerichte interventie waarin een dier dat aan de verschillende eigenschappen voldoet, een vast onderdeel wordt van het (herstel)proces. Een hulpverlener met een kwalificatie in de gezondheidszorg of maatschappelijke dienstverlening geeft dierondersteunde therapie. De term is wel wat verwarrend omdat, hoewel er gesproken wordt over dierondersteunde therapie, het lang niet altijd om therapie gaat, maar ook om andere vormen van begeleiding.”

Is er wel eens onderzoek gedaan naar het effect van deze interventies?
“Er is een platform opgericht om hulpverleners kennis en ervaring uit te laten wisselen. Voor zover ik weet, maakt het platform onderdeel uit van de Stichting AAIZOO. Dat staat voor AnimalAssistedInterventions in Zorg, Onderzoek en Onderwijs. En binnen deze stichting wordt inderdaad onderzoek gedaan naar het effect van de verschillende interventies.”
Doelstelling van de Stichting AAIZOO is het stimuleren en faciliteren van onderzoek op het gebied van dierondersteunde zorg, activiteiten en onderwijs. De stichting zet zich in voor het verbeteren van de kennisinfrastructuur, waardoor wetenschappers, hulp- en zorgverleners en andere beroepsmatige aanbieders van dierondersteunde werkzaamheden beschikbare kennis beter kunnen delen, onderzoeksprojecten kunnen initiëren en onderwijs kunnen ontwikkelen. Daarnaast maakt AAIZOO zich sterk voor drempelverlaging van verantwoorde professionele inzet van (huis)dieren in de zorg, in onderzoek en in het onderwijs.
De stichting is in 2009 opgericht door dr. Marie-José Enders-Slegers. Sinds 1990 is zij verbonden aan het Departement Klinische en Gezondheidspsychologie van de Faculteit Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Utrecht. Haar promotieonderzoek ‘Een leven lang goed gezelschap, een empirisch onderzoek naar de betekenis van gezelschapsdieren voor de kwaliteit van leven van ouderen’, trok veel aandacht en had tot gevolg dat steeds meer verzorgings- en verpleeghuizen de toegang van huisdieren gingen toestaan. Haar verdere onderzoeken betreffen de invloed van dierondersteunde interventies op de kwaliteit van leven van kwetsbare groepen in de samenleving, zoals dementerende ouderen, psychiatrische patiënten en kinderen met gedragsstoornissen.

De bijzondere relatie tussen mens en hond bestond al 15.000 jaar geleden. Hoewel de hond nog niet bestond, was er al sprake van een bijzondere band tussen mens en wolf. Het is niet precies bekend of de mens naar de wolf is gekomen of de wolf naar de mens, maar beiden hadden profijt van elkaar: de wolf werd door de mens gebruikt bij de jacht, om de kudde bijeen te houden en om te waarschuwen tegen vijanden. De mens zorgde ervoor dat de wolf altijd te eten kreeg.
De wolf is een erg sociaal dier. Hij leeft, net als de mens, in groepsverband (roedel), met een sociale rangorde, waarbij bepaalde wolven het leiderschap op zich nemen. Dit maakt het dier mogelijk en aantrekkelijk als gezelschapsdier, waarbij de wolf de mens als leider beschouwde. Gaandeweg begon de mens eisen te stellen aan het uiterlijk en gedrag van de wolf. Zoals er verscheidenheid is bij mensen, is er ook verscheidenheid bij wolven. De tamme wolf werd gekruist op zijn eigenschappen, afzijdig gehouden van zijn wilde soortgenoten en werd een huishond. Als de hond blafte, werd hij gebruikt als waakhond. Als de hond stil en snel was, was deze weer goed voor de jacht. Zo werd de basis gelegd voor het ontstaan van de verschillende rassen.
Honden worden al eeuwenlang voor verschillende doeleinden gebruikt: bijvoorbeeld als blindengeleidehond, als reddingshond en als politie- en brandweerhond. Dat de hond inmiddels bijna de beste vriend van de mens genoemd mag worden, heeft ook te maken met de laagdrempeligheid in het contact met het dier. Naast het vermogen om snel te leren, is het contact met een hond snel gelegd, een hond is aaibaar, een hond is altijd blij en kan zich redelijk snel aanpassen aan een situatie.

Delorme heeft in haar lange bestaan als hulpverlener telkens weer ervaren dat honden een geheel eigen waarde hebben in de begeleiding en training van kinderen en volwassenen. Met volle overtuiging weet zij het positieve effect van dieren op mensen die zorgbehoevend zijn, over te brengen. Het is voor haar een vaststaand gegeven. Volgens haar vinden veranderingen plaats in het hier en nu. Honden leven in het hier en nu. Kinderen ook. Honden communiceren op een non-verbale manier, mensen -voor 80 procent- ook. Dat maakt de samenwerking tussen beiden zo bijzonder, mits de inzetbaarheid van de hond op een weloverwogen manier gebeurt.
Met dank aan haar gedrevenheid, enthousiasme en het doorgeven van kennis en ervaring!
www.helpendehonden.nl

Auteur

Sandrine Baaij

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2012

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen