Voorwoord editie 3 2012

Dromen, we doen het allemaal. We dagdromen en we dromen tijdens onze slaap. Er zijn fijne dromen, onbereikbare dromen, enge dromen en dromen die ons iets willen vertellen.

Door: Sacha van den Ende, hoofdredacteur

Beste lezer,
Dromen, we doen het allemaal. We dagdromen en we dromen tijdens onze slaap. We leven onze dromen na en soms vallen onze dromen in duigen. Er zijn beroemde dromen, zoals die van Martin Luther King: ‘I have a Dream.’ Er zijn jongensdromen: een hele snelle auto. Er zijn fijne dromen, onbereikbare dromen, enge dromen, nachtmerries en dromen die ons iets willen vertellen.
Het onderwerp dromen is al decennia onderwerp van bijvoorbeeld gedichten en popliedjes. The Everly Brothers zongen: ‘All I have to do is Dream’. ABBA had het liedje ‘I have a Dream’ en Aerosmith zong ‘Dream On’. En als echte muziekliefhebber spreekt dit laatste nummer mij het meest aan: “Dream on, Dream on, Dream on, Dream until your dreams come true”.

Heel veel van de dingen die we doen en meemaken, komen in onze dromen terug. We verwerken op deze manier alle prikkels die er iedere dag op ons afkomen. Ik besef nu dat het aantal prikkels enorm is, zeker als ik bedenk wat ik soms wel niet voorbij zie komen in mijn slaap. Rare verhalen over mensen die ik soms jaren niet gezien heb en korte flarden van de meest bizarre situaties. Het is fijn dat de geest ons helpt alle indrukken van de dag te verwerken. Dat ruimt lekker op.
Maar onze dromen zijn niet alleen bedoeld om onze ervaringen te verwerken. Ze kunnen ook een boodschap hebben. Bepaalde droombeelden of symbolen in dromen kunnen ons iets vertellen. En dat is iets waar Sigmund Freud en Carl Jung zich wetenschappelijk in verdiept hebben.
Als we naar de geschiedenis kijken, zien we dat zij niet de eerste waren, die zich met dromen bezighielden. Al in de Klassieke Oudheid werd er grote waarde gehecht aan de droom. Bij Homerus en andere oude Griekse schrijvers komt de droom veelvuldig voor als een superieure bron van informatie. En Cicero (106 – 43 v.C), een Romeinse filosoof, laat in een dialoog zijn broer zeggen: ‘Wanneer de ziel zich tijdens de slaap scheidt van de verbondenheid met het lichaam, dan herinnert zij zich het verleden, schouwt het heden en ziet de toekomst.’
Het christendom zag de droomanalyse echter als bijgeloof en met de komst van het Rationalisme raakte de droom nog verder uit de gratie. In de Renaissance ontstond er weer een filosofische belangstelling voor de droom en in de Romantiek waren het de dichters en kunstenaars die zich in de droom interesseerden.

In 1899 verscheen het beroemde boek Die Traumdeutung van Freud en pas toen ontstond de moderne belangstelling voor de droom. Dit boek gaat over de relatie tussen het onbewuste en de inhoud van dromen. In dromen zouden verborgen boodschappen van het onderbewustzijn zitten. Het zijn verkapte vervullingen van onbewuste wensen. Door dromen te analyseren kon men dus dingen over het onbewuste te weten komen.
En dat is waar Anne-Marie Wegh zich in verdiept heeft. Ik hoop dat u door het lezen van het interview met haar, net als ik, gefascineerd raakt door de verborgen communicatie in onze dromen. Misschien valt u ineens iets op morgenochtend bij het wakker worden. Ik ben benieuwd! Laat u ons het weten?
Voor nu wens ik u veel leesplezier!
Sacha van den Ende
Hoofdredacteur
redactie@pscmagazine.nl

Auteur

Sacha van den Ende

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2012

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen