Door: Evert van de Ven
In mijn meest recente lezingencyclus ‘Seksualiteit: de levenslustige inspiratiebron voor persoonlijke groei en intieme relaties’ ben ik in dialoog met het publiek op zoek naar de vele innerlijke bewegingen die we bij onszelf kunnen herkennen, als het onderwerp seksualiteit ter sprake komt. Ondanks de vele taboes die er de laatste decennia ogenschijnlijk ten aanzien van seksualiteit doorbroken zijn en de hoeveelheid expliciete en impliciete seks die ons dagelijks via de media bereikt, is seksualiteit omgeven met nieuwsgierigheid, onwetendheid, verlangen, angst, genot, tevredenheid, plezier, schaamte en kwetsing. Niemand is klaar voor de seksuele relatie, het is een proces van persoonlijke ontwikkeling en groei.
In mijn begeleidingswerk van zowel groepen als relaties worden onder andere pijnlijke ervaringen in de (seksuele) relatie met elkaar gedeeld en deze ervaringen lijken de oorzaak te zijn voor het verlies van vrijheid binnen de relatie; het wordt een pijnlijke en verstikkende verstrikking. De kern van de verstrikking zit hem vaak in het dilemma: blijf ik trouw aan mezelf of blijf ik trouw aan de relatie? Mijn vraag aan de betrokkenen is dan: wat geeft je het idee dat deze pijnlijke ervaringen geen onderdeel uitmaken van een gezonde relatie? Na een moment van een verbijsterde stilte, volgt meestal nog een checkende vraag in de trant van of ik werkelijk bedoel te zeggen dat pijnlijke ervaringen een onderdeel vormen van de gezonde relatie. Mijn bevestigend antwoord schept na aanvankelijke verontwaardiging, een relatie is immers om het leuk en goed te hebben, zowel verwarring als ruimte: ‘zo had ik het nog niet bekeken’, zeggen de betrokkenen dan. Verandering van perspectief is een eerste stap tot het hervinden van vrije ruimte om te kunnen bewegen.
Om te kunnen begrijpen dat pijnlijke ervaringen deel uitmaken van een gezonde relatie, is het belangrijk om ons te realiseren dat we in een ongemak en pijn vermijdende samenleving leven, geënt op de illusie dat het leven maakbaar is en dus alleen harmonieus, vriendelijk, prettig en vooral leuk zou moeten kunnen zijn. Zo lang je dit niet voor elkaar hebt, doe je dus iets niet goed. Dit is een groot misverstand dat er ondermeer toe leidt, dat we het lijden proberen te vermijden en juist daardoor het lijden perfect in stand houden, want we blijven maar naarstig op zoek naar die onvindbare roze wolk van alleen maar zon en geluk. Leven is echter geboren worden en doodgaan, is open en gesloten, is lachen en huilen, is zon en schaduw, is prettig en onprettig, is rust en onrust, is pijnlijk en aangenaam. De zachte kant verwelkomen we als een beschermende en koesterende warme jas; de schurende en pijnlijke kant proberen we te verzachten, te vermijden en op te lossen als een ons levensgeluk ondermijnende energie. Er zit juist ongelooflijk veel levensenergie en groeikracht in ongemak en pijn. Zolang ze je niet doden, maken ze je sterker. De paradoxale uitnodiging is dan ook beter te (her)kennen hoe en wanneer we weg bewegen van de pijn en juist op dat punt te proberen bij de pijn of het ongemak te blijven.
Oorspronkelijk is het in onze persoonlijke ontwikkeling een logische en evolutionair bepaalde beweging om van pijn weg te bewegen en dat is een prima strategie om te overleven. Het is een automatische reflex van het voelend organisme om zich in veiligheid te brengen, daar waar zich in het Hier en Nu iets aandient dat als bedreigend wordt ervaren. Zo zal ook ieder kind zichzelf beschermen tegen pijnlijke contactloosheid; van niet gezien, gehoord, gekoesterd, getroost of liefgehad zijn. Ieder mens ontwikkelt hierop een subpersoonlijkheid die door Eckhart Tolle het pijnlichaam wordt genoemd met het ego als besturingsmechanisme.
Gezien het feit dat de persoonlijke ontwikkeling voortschrijdt en de mens ook een zelfreflecterend vermogen ontwikkelt, komt hij meer en meer in de positie om te zien en te ervaren welk gedrag hij in sommige situaties heeft om zodoende de structuur van het pijnlichaam te kunnen doorgronden. Hij wordt zich meer en meer bewust van zichzelf en zijn gedrag, van zijn letterlijke en figuurlijke bewegingen, van zijn vermogen om al dan niet contact te maken van hetgeen zich in het Hier en Nu afspeelt. In deze bewustzijnsontwikkeling verwerven we ons in toenemende mate het vermogen om onze aandacht te kunnen sturen, te focussen en waar te nemen of het ons lukt volledig in contact te zijn en te blijven met alles wat zich in het Hier en Nu aandient, onafhankelijk van of dat prettig of onprettig is. Het is een belangrijke evolutionaire stap van de mens: van reactief wezen, via reflectief, naar creatief wezen; van overleven naar leven. Het reactief weg bewegen van de pijnlijke contactloosheid door het kind in je maakt plaats voor het volwassen ernaar toe bewegen en het vermogen in relatie te blijven met dat wat er is. Het waarnemen van deze bewegingen – het er vanaf en het ernaar toe bewegen – en het vermogen deze bewegingen te kunnen sturen, zijn ontzettend belangrijk voor de ontwikkelingsweg van de mens.
“Mens worden is een ontzagwekkende ontwikkelingsweg.”
Mens worden is een ontzagwekkende ontwikkelingsweg. Jouw eerste stap op die ontwikkelingsweg ligt bij je verwekking. Hoe afzichtelijk de voorstelling ook voor je moge zijn: – een voorbeeld van weg bewegen – uit het seksuele contact van je ouders, een zaadlozing van 300 miljoen spermatozoïden van jouw vader en 1 eicel van je moeder, ben jij voortgekomen. Het is een wonder en een getuigenis van een enorme levensdrift dat jij, uit de 300 miljoen mogelijkheden, aan de reis op deze blauwe planeet hebt kunnen beginnen. Een ieder van ons heeft dezelfde tweeledige uitdaging: worden wie je bent en jezelf zijn in relatie tot je medemens. Iedereen doorloopt aanvankelijk in de relatie tot de ouders/verzorgers een proces van conditioneringen, raakt daarbij verward door de ontwikkeling van en identificatie met het pijnlichaam. We voelen op latere leeftijd de inspirerende uitdaging om juist door te stappen op onze ontwikkelingsweg: de uitnodiging om voorbij te gaan aan de conditionering, het oude los te laten, om vervolgens de vrije ruimte in te stappen. Dit is in een groter perspectief tevens een typering van de tijd waarin wij leven: al het oude (geloof, politiek, economie, onderwijs) brokkelt af of is in verval en er is de inspiratie van verandering en transformatie. Durf je dat, heb je het lef en de moed om deze uitdaging helemaal waar te laten zijn en je er met hart en ziel aan te wijden? Durf je je verlokkende carrièremove te laten lopen omdat elke maatschappelijke promotie bleek afsteekt bij de voldoening van de ervaring te worden wie je bent; de oude wereld te laten voor wat hij is en door te stappen naar een nieuwe aarde?
Het doorstappen is een individuele afweging, een individuele keuze. De eerste stap daartoe is dat je de verbinding voelt en aangaat met wat jou blij maakt, energie geeft, voldoening schenkt, tevredenheid schenkt. Verandering begint daar waar jij je verbindt met jezelf en het vormveld waarmee jij resoneert. Daar waar jij in je element bent en je jezelf steeds beter kunt leren kennen en leren waarderen, daar waar jij jouw inspiratie verbindt en deelt met de wereld om je heen. Worden wie je bent, is onlosmakelijk verbonden met zelfkennis en zelfwaardering. Zelfvalidatie is een kernfunctie; zij verschaft je het diepe besef van eigen grond waarop je jouw bestaan kunt vormgeven. Deze eigen grond biedt mogelijkheden voor het (her)ontdekken en ontwikkelen van je eigen seksualiteit.
Het aangaan van relaties geschiedt ook vanaf je eigen grond. Je gaat een relatie aan omdat je van iemand houdt in tegenstelling tot van iemand houden omdat je iemand nodig hebt. In het eerste geval blijf je autonoom en op je eigen grond, in het tweede geval word je afhankelijk en zul je daardoor het contact met je eigen grond verliezen. Een relatie gebaseerd op ‘houden van’ biedt de mogelijkheid om ‘het groeien in houden van’ te ervaren en biedt de ruimte dat het beste van beide partners tot ontwikkeling kan komen. Een relatie gebaseerd op ‘nodig hebben’ lijkt nog het meest op de periode van verliefd worden. Er bestaat niets anders meer dan de gedachte over en het verlangen naar de ander; de behoefte om samen te willen zijn, te versmelten. ‘To fall in love’ is je eigen grond verliezen; het is opwindend, leuk, wauw, kriebels, maar kan uitmonden in het offeren van je eigen grond ten behoeve van het niet alleen kunnen zijn.
Een intieme relatie aangaan zal altijd resoneren met de (on)bewuste herinnering aan de relatie met je ouders/verzorgers en zal altijd appelleren aan de conditionering die je daarin hebt opgebouwd. De herinnering ligt naast mentale herinneringsbeelden, met name opgeslagen in de fijnmazige energiestructuren van je buitengewoon gevoelige lichaam. Een intieme relatie aangaan is jezelf bewust openen en tonen aan de ander; is jezelf laten zien in al je schoonheid, ‘lelijkheid’ (schaduwkanten) en kwetsbaarheid; is niet weg bewegen van jouw gekwetstheid of die van de ander.
Seksualiteit is bij velen synoniem aan neuken, een mensonterende simplificatie. Seksualiteit heeft zeer veel lagen en de geslachtsgemeenschap maakt daar eventueel een onderdeel van uit. Het neuken is een doel op zichzelf geworden: rechttoe, rechtaan. We kunnen daarbij onszelf noch de ander daadwerkelijk in de ogen kijken, of sterker nog: we durven niet te kijken. Hoe gevoelig ons lichaam is en welke rol onze ogen daarbij spelen, wordt inzichtelijk en ervaarbaar in de hierna beschreven oefening. Partners lopen daarbij in alle rust naar elkaar toe terwijl ze bewust oogcontact hebben, het wordt voor eenieder voelbaar en inzichtelijk hoe ongelooflijk gevoelig ons lichaam is en hoeveel verschillende bewegingen er in ons lichaam waarneembaar zijn om contact te vermijden en naar contact te verlangen. Juist daar waar je vroeger een pijnlijke contactloosheid hebt ervaren (ouder-kind relatie), kun je nu als volwassene de uitnodiging aannemen om de intimiteit van het oogcontact te onderzoeken en daarin nieuw gedrag te ontwikkelen. Ook in bed, ook tijdens het vrijen. Naast de ogen kent het lichaam nog vele gebieden om het intieme contact te ontdekken en te onderzoeken: een spannende en enerverende reis. Er is hierin veel over onszelf te ontdekken juist in het contact met de ander; de intieme relatie is een heilige ruimte voor persoonlijke groei.
Evert van de Ven (1960) is bewustzijnstrainer bij Atelier de Clou en auteur van ‘Het Kompas’.
www.declou.com
Driedaagse workshop: Seksualiteit: de levenslustige inspiratiebron voor persoonlijke groei en intieme relaties. 25, 26 en 27 januari 2013, de Poort, Groesbeek.

