Door: Sieta Horjus
De naam ‘schatgraven’ roept vaak allerlei associaties op. Herinneringen aan de kindertijd waarin we schatten begroeven en de ander ze vervolgens m.b.v. schatkaarten weer moest opgraven. Associaties met films waarin wordt gezocht naar een schat en allerlei moeilijkheden moeten worden overwonnen. Op internet kun je momenteel heel veel workshops schatgraven vinden. Deze workshops hebben echter een totaal andere inhoud dan het schatgraven waarover ik het heb.
Bij het schatgraven waarover het hier gaat, wordt er wel naar een schat gezocht, maar die schat ligt in de persoon zelf en er wordt gebruik gemaakt van een schatkaart die de persoon aan de hand van onbewuste boodschappen zelf maakt.
We werken in het zand, maar de hoeveelheid zand is beperkt en ligt in een bak met geringe afmetingen.
Als psychosociaal therapeute volgde ik enkele jaren geleden een gespecialiseerde 4-jarige opleiding tot behandelaar voor mensen met eet-, angst- en dwangstoornissen bij IMET. Hierin maakte ik kennis met Sandplay. Sandplay is een bestaande methodiek waarbij de cliënt zijn essentiële ervaringen uitbeeldt met behulp van figuurtjes in een zandbak.
Ik was heel enthousiast over deze methode, maar de opleiding hierin was alleen bestemd voor psychiaters (in opleiding).
Het liet mij echter niet los. In mijn eigen praktijk geef ik ruime aandacht aan het werken met persoonsdelen. Aan cliënten leg ik altijd uit dat persoonsdelen de verschillende kanten zijn die ze in zich hebben. Elk persoonsdeel heeft een specifieke (bij dit persoonsdeel horende) manier van denken, voelen en zich gedragen.
Tijdens de sessies merkte ik steeds weer dat praten over persoonsdelen toch wel erg abstract is. Het persoonsdeel werd, door praten alleen, vaak steeds groter en ongrijpbaarder en werd slechts tot op zekere hoogte begrepen door het verstand. Toen kwam het idee om de persoonsdelen door hen te laten plaatsen in een (zand)bak. Ik verzamelde allerlei figuurtjes en mijn partner maakte een zandbak in het tafeltje in mijn werkkamer.
Het was een experiment maar het werd een heel geslaagd experiment. Door maar gewoon aan de slag te gaan met deze methode, breidden de toepassingsmogelijkheden zich uit en zag ik steeds meer de waarde van deze manier van werken. Schatgraven was geboren.
Ik werk m.n. met mensen met eet-, angst- en dwangstoornissen. Steeds duidelijker wordt dat aan deze stoornissen een identiteitsstoornis ten grondslag ligt die o.a. is ontstaan in de kindertijd door een communicatieprobleem tussen opvoeder(s) en kind. Door dit communicatieprobleem ontstaat een erg dominant persoonsdeel in de cliënt: de dictator. De dictator is een persoonsdeel dat de hele persoonlijkheid in zijn greep houdt en waarmee het moeilijk communiceren is. Het houdt zich niet bezig met gevoel, maar alleen met de ratio en wil alles bij het oude houden.
Ook als therapeut is het moeilijk communiceren met deze dictator, zelfs al sta je buiten de persoon en kun je het overzicht houden. Een cliënt heeft de dictator als onderdeel van zijn persoonlijkheid. Daardoor is het voor hem nog veel moeilijker om de dictator objectief in beeld te krijgen.
Tijdens het schatgraven met één van mijn cliënten ontdekte ik hoe helder het werkelijke probleem door haar werd neergezet in de zandbak. Zij had het zelf niet in de gaten, maar haar onderbewuste had de veroorzakers en instandhouders van het probleem op een presenteerblaadje aangereikt. Deze cliënte had een ernstige angststoornis die haar verhinderde een gelukkig leven te leiden. De angst- en paniekaanvallen volgden elkaar op.
Het viel mij direct op dat een klein meisje met haar gezichtje naar de hoek van de bak stond gericht en dat er een agressieve strijder met zwaard in de aanslag dicht achter haar stond: ‘Wee je gebeente als…’ Deze agressieve strijder zou je kunnen zien als de dictator in haar. Mijn cliënte mocht zich nooit kwetsbaar opstellen. Ze mocht niet huilen, niet onzeker, niet gevoelig zijn. Ze had een harde en onbereikbare houding ontwikkeld. Ook mocht niemand weten dat ze een angststoornis had. Ze gaf zichzelf (oftewel de dictator) de opdracht dit aan niemand te laten zien. Het kind in haar en daarmee ook haar spontaniteit, blijheid, creativiteit, verdriet en angsten werden door dit alles onderdrukt. Haar relatie was zeer slecht en het onderdrukken van alle daarbij horende gevoelens en emoties zorgden voor angst- en paniekaanvallen. Haar schatkaart wees ons de weg naar het probleem en daarmee ook naar de oplossing, of bevrijding, van de angststoornis.
Inmiddels hebben vele cliënten hun schatkaart in de zandbak uitgebeeld. Soms vonden ze het interessant, soms confronterend of kinderachtig en riep het weerstand op wanneer ik over deze methodiek vertelde. Maar steeds wanneer ik hen toch wist te verleiden het een keer te proberen, ging de knop om en wisten ze hun eigen schatkaart te maken en daarmee de schat in zichzelf op te graven.
De methodiek heeft zich al doende verder ontwikkeld. Zo kunnen mensen nu met behulp van de diverse figuren precies het patroon en de dynamiek van hun eetstoornis uitbeelden. Hierbij is de rol van de therapeut van groot belang. Door middel van vragen en observatie kun je de cliënt helpen het patroon duidelijk te krijgen.
Een van mijn cliënten leed enorm onder haar eetbuien. Het frustreerde haar enorm dat ze juist op het gebied van de eetbuien geen vat had op haar eigen handelen.
In de zandbak werd duidelijk hoe het wegmoffelen van haar onzekere deel door de dictator het proces van het ontstaan van een eetbui in gang zette. Door het wegmoffelen van de angst of pijn kreeg de in haar aanwezige grote ‘Verleider’ de kans het persoonsdeel ‘Eetbui’ te stimuleren zich volledig te buiten te gaan. Was de eetbui eenmaal over, dan kwam de dictator weer tevoorschijn die haar weer vertelde hoe zwak ze wel niet was en haar weer heel onzeker maakte. Zo ontstond er een vicieuze cirkel. Door het visueel en bewustmaken van dit proces konden we aanknopingspunten vinden om mee aan de slag te gaan. De dictator zorgde voortdurend voor flink wat weerstand, maar omdat de aard van deze weerstand nu bewust was, kon het genezingsproces toch doorgaan.
Een waardevol effect van het uitbeelden van je eigen persoonsdelen is het ontstaan van de waarnemer. Door het neerleggen van de interne persoonsdelen en de patronen tussen hen, wordt de cliënt a.h.w. waarnemer van zijn eigen innerlijke processen. Juist deze positie van waarnemer kan er uiteindelijk voor zorgen, dat de cliënt in de positie van regisseur kan stappen als het gaat om zijn eigen genezingsproces.
Ik gebruik schatgraven ook wanneer er een impasse ontstaat in de therapie, die lijkt te worden veroorzaakt door de relatie tussen de cliënt en mijzelf.
We maken dan naast het neerzetten van beider persoonsdelen, ook gebruik van allerlei attributen die de barrière tussen ons uit kan beelden. Op deze manier wordt een gesprek op metaniveau mogelijk over de impasse die is ontstaan tussen ons. Door de afstand die het schatgraven ons biedt, praten we er beschouwend en niet beschuldigend over en kijken we naar de oplossingen. Mijn ervaring is dat dit heel effectief is. Deze methode is ook heel verhelderend gebleken in relatiegesprekken.
Inmiddels geef ik workshops schatgraven. Deze zijn zowel gericht op intervisiegroepen als op teams en groepen met elkaar soms nog niet kennende individuen.
Als het gaat om teams die zich in de opbouwende fase bevinden, kan een workshop schatgraven het proces van teamvorming versnellen. Omdat schatgraven zo speels is en je zelf de regie houdt in wat je neerzet en hoever je wilt gaan, is het een ontspannen manier om elkaar beter te leren kennen. Wanneer er conflicten zijn, kan het schatgraven de aard van het conflict helpen verhelderen en daarmee bewerkbaar maken.
In de workshops die bedoeld zijn voor intervisiegroepen, kan onderscheid worden gemaakt tussen het neerzetten van figuren die sowieso de persoonlijkheid vertegenwoordigen en figuren die de persoon als therapeut of begeleider kenmerken. De deelnemer kan op die manier ontdekken welke persoonsdelen hem als therapeut zo effectief maken of welke persoonsdelen hem steeds weer laten struikelen of in de weg zitten. Observaties van collega-therapeuten kunnen daarbij worden ingezet. Het effect dat na de workshop nog doorwerkt, bestaat uit het gemakkelijker bespreekbaar maken van ieders sterke en zwakke therapeutische instrumenten in de nog volgende intervisiebijeenkomsten.
Een van de eerste workshops gaf ik aan een intervisiegroep van creatief therapeuten. Een van de deelnemers was doof en had een tolk bij zich. Omdat ze visueel kon maken wat ze met woorden niet kon zeggen, bleek het schatgraven voor haar heel bevrijdend en een belangrijke uitingsmogelijkheid. Op deze manier kon ze haar collega’s vertellen wie ze was en wat belangrijk voor haar was. De tolk was niet nodig.
Je zou kunnen zeggen dat schatgraven de tolk is van de persoonlijkheid en het onderbewuste van iedere cliënt of deelnemer. Hij is in staat om op duidelijk wijze inzicht te geven in wie je als het ware bent.
Voor informatie over workshops: Sieta Horjus, tel.nr. 06 25121194 of talk2bfree@xs4all.nl

