De zinzoekende mens heeft behoefte aan hulpverleners

Sinds enkele decennia groeit de belangstelling voor de relatie tussen hulpverlening en religie of levensbeschouwing. Het spirituele verlangen van mensen verdient een echte ontmoeting.

Zinzoekende mens: op zoek naar zin en betekenis

De zinzoekende mens staat niet alleen: steeds meer hulpverleners zien dat de zinzoekende mens religie en levensbeschouwing wil bespreken in de spreekkamer. Meer weten over zingeving? Lees ook ons overzicht van PSC Magazine 2013 artikelen over dit thema.

Sinds enkele decennia is er een groeiende belangstelling ontstaan voor de relatie tussen hulpverlening en religie of levensbeschouwing. Er zijn reeds vele publicaties verschenen, zowel in boekvorm als in tijdschriften. Hieruit zou je kunnen opmaken dat de zinzoekende mens behoefte heeft aan hulpverleners die hen daarbij kunnen begeleiden.

Voor hulpverleners is het echter een nieuw terrein en vaak zijn zij er huiverig voor om religie of levensbeschouwing in de therapie bespreekbaar te maken. Interessant in dit verband is dat hulpverleners vaak veel minder gelovig zijn dan bijvoorbeeld natuurwetenschappers. Door ontkerkelijking en secularisering van de maatschappij is geloven een randverschijnsel geworden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het menig hulpverlener ontbreekt aan kennis en vaardigheden om adequaat in te spelen op de positieve of negatieve invloed die religie of spiritualiteit kan hebben op het therapeutisch proces. De oudere hulpverlener heeft zich destijds van zijn religieuze opvoeding ontdaan en ziet geloven, om met Anna Enquist te spreken, als “een collectieve psychose”. Maar ook wanneer zij hun levensbeschouwing trouw zijn gebleven, bestaat er altijd het gevaar van tegenoverdracht (A. Schreurs, Psychotherapie en religie, 2001). De jongere hulpverlener is er vaak niet mee groot gebracht, wat onwetendheid met zich meebrengt en een ongemakkelijk gevoel om over dergelijke zaken te spreken.

Mensen zoeken zin en betekenis in het leven. Vaak mondt dit uit in een moeilijk te rationaliseren geloof of levensbeschouwing. Slik, hoogleraar Boeddhisme in Leiden, meent dat academici vaak op een manier met het geloof bezig zijn die weinig van doen heeft met de dagelijkse praktijk ervan. Steeds meer mensen lijken er behoefte aan te hebben hun geloof of levensbeschouwing expliciet in de therapie aan de orde stellen. Hulpverleners zullen bij zichzelf te rade moeten gaan of zij aan die behoefte tegemoet willen komen. Cliënten vragen echter niet om commentaar op hun geloof of levensbeschouwing waarin ze zichzelf niet herkennen. Daarom dienen hulpverleners meer kennis van de leefwereld van de gelovige te krijgen om in te kunnen spelen op diens overtuiging of spiritualiteit. Alleen zo kunnen zij het vertrouwen winnen dat de cliënt nodig heeft om zich vrij te durven en te kunnen uitspreken. Niet voor niets stelt Van Kalmhout (in: Spiritualiteit in psychotherapie, 2001, p.14) “dat als psychotherapie op zijn best is, er gesproken kan worden van een spirituele dimensie in psychotherapie”.

Het meest toonaangevende “mensbeeld” van dit moment ligt geworteld in het humanisme. Termen als “zelfverwerkelijking” en “autonomie” spelen hierin een sleutelrol. De mens streeft ernaar zichzelf te verwerkelijken, dat wil zeggen te worden wie hij in potentie al is. Hij doet dit autonoom door zijn verlangens en belangen te zien als bepalend voor wie hij is en voor hoe hij handelt. De mens is hier, zonder godsgeloof, aangewezen op zichzelf. Ieder heeft zijn eigen waarheid en ieder mag die ook hebben, zolang een ander daar geen last van heeft.
Bouwkamp (2010, p. 19) voegt daar aan toe dat mensen “naast een diepe wens tot zelfvervulling, tot autonomie, een diepe wens en grote behoefte (hebben) zich verbonden te weten.” We hebben het nodig om onszelf in relatie met anderen te kunnen realiseren. De filosoof Levinas maakt het nog wat groter en zegt dat wij mensen altijd in relatie staan tot de ander, maar ook tot de “Ander”.

Kortom: de zinzoekende mens heeft behoefte aan hulpverleners die daarmee om weten te gaan en op in willen gaan. Of zij nu geloven in een god, het transcendente of “ietsisme”; het spirituele verlangen van mensen verdient een echte ontmoeting, want zoals Buber al zei: “De mens is pas echt mens in relatie, alle werkelijk leven is ontmoeting”. Voor die zinzoekende mens zou het een zege zijn als hulpverleners aandacht hebben voor en kennis hebben van religie en de impact hiervan op de geestelijke gezondheid.

Literatuur: Bouwkamp, R. & Bouwkamp, S. (2010) Handboek psychosociale hulpverlening, de Tijdstroom Kalmhout; Festen, T., De Roeck, B.P., De Dijn, H., Schreurs, A, & Maas, F. (2001) Spiritualiteit in psychotherapie?, Tilburg: Katholiek Studiecentrum voor Geestelijke Volksgezondheid; Ree, F. van (red.) (2003) GGZ en levensbeschouwing. Psychiatrische hulp aan Nederlanders en Medelanders, Lisse: Swets & Zeitlinger; Schreurs, A. (2001) Psychotherapie en spiritualiteit, Koninklijke Van Gorcum.

Seminar Hulpverlening en religie, 7 juni 2013. Voor een hulpverlener is het van belang om te weten hoe cliënten in het leven staan. In dit seminar krijgt of vergroot de hulpverlener zijn inzicht in de positieve of negatieve invloed die religie en spiritualiteit op het hulpverleningsproces kunnen hebben. Meer informatie: www.gradatim.nl

Auteur

Redactie PSC magazine

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2013

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen