Inhoudsopgave
Tot 40 procent haalt onvoldoende adem tijdens het sporten

Ademhaling tijdens sport krijgt vaak minder aandacht dan techniek of tempo, terwijl het net zo goed trainbaar blijkt.
Een overzichtsstudie in Frontiers in Physiology bracht de wetenschappelijke kennis over ademhaling tijdens het sporten samen. Een van de opvallendste cijfers: tot 40 procent van de hardlopers ervaart weleens kortademigheid, zelfs bij een rustig tempo. Ook bleek dat langzamer ademen de longventilatie met zo’n 21 procent kan verhogen vergeleken met snel, oppervlakkig ademen, simpelweg omdat je dieper en efficiënter ademt.
Een ander interessant resultaat: getrainde sporters konden tot ongeveer 85 procent van hun maximale zuurstofopname nog via de neus blijven ademen, iets waarvan vaak wordt gedacht dat het alleen bij een heel rustig tempo lukt.
Deze bevindingen zijn samengevat in Breath Tools: A Synthesis of Evidence-Based Breathing Strategies to Enhance Human Running (PMC), dat de wetenschappelijke stand van zaken rond ademhaling tijdens sport op een rij zet.
Wat opvalt in de review is dat de verschillen tussen individuele hardlopers groot zijn: het ene lichaam vindt vanzelf een efficiënt ritme, het andere heeft baat bij bewuste sturing. Dat maakt ademhaling tijdens sport een onderwerp waarbij zelfexperiment vaak nuttiger is dan één vaste richtlijn voor iedereen.
Ademhaling en je pas op elkaar afstemmen
Een bekende techniek is het koppelen van je ademhaling aan je pasritme, bijvoorbeeld elke drie of vijf passen een keer in- of uitademen. De onderzoekers noemen vooral oneven verhoudingen, zoals 5:1 of 7:1 stappen per ademhaling, gunstig: dat zou de kans op een zijsteek kunnen verkleinen omdat de belasting daardoor niet steeds op dezelfde kant van je lichaam valt.
Dit is geen wondermiddel, maar wel een simpele, gratis aanpassing om tijdens hardlopen mee te experimenteren, vooral als je vaker last hebt van een zijsteek.
Onderzoekers benadrukken dat dit soort ademhalingsritmes geen universele regel zijn: het gaat erom een patroon te vinden dat voor jouw ademhaling tijdens sport prettig en houdbaar aanvoelt, niet om een vast schema koste wat het kost vol te houden.
Wie moeite heeft om een pasritme aan te houden, kan ook simpelweg tellen: elke inademing bij een bepaald aantal passen, en elke uitademing bij het volgende. Na een paar trainingen wordt dit vaak vanzelf een automatisme dat weinig bewuste aandacht meer vraagt.
Diep en langzaam versus snel en oppervlakkig
Bij een rustig tot gemiddeld tempo is bewust iets langzamer en dieper ademen vaak effectiever dan snel hijgen: je haalt meer lucht per ademteug binnen doordat je longen beter worden gebruikt. In een van de bestudeerde onderzoeken voelde inspanning bij ongeveer tien ademhalingen per minuut minder zwaar aan dan bij vrij, ongestuurd ademen.
Bij hoge intensiteit is dit lastiger vol te houden, en schakelt je lichaam vanzelf over naar sneller ademen. Dat is normaal en geen teken dat je iets fout doet.
Dit verklaart mede waarom ervaren hardlopers vaak automatisch overschakelen naar langzamere, diepere ademhaling zodra het tempo dat toelaat: hun lichaam heeft geleerd dat dit efficiënter is.
Bij duurlopen op een laag tot gemiddeld tempo is er dus ruimte om bewust te experimenteren met een lager ademhalingstempo, terwijl je bij intervaltraining of een wedstrijd beter je lichaam zijn gang kunt laten gaan.
Zo blijft ademhaling tijdens sport een van de weinige vrij toegankelijke manieren om prestatie en beleving te verbeteren zonder extra materiaal.
Ademspiertraining, een minder bekende aanpak
Minder bekend, maar wel onderbouwd: gerichte training van je ademhalingsspieren met een weerstandsapparaatje. In onderzoeken die de review meenam, leverde een paar weken van dit soort training prestatieverbeteringen van zo’n 3 tot 4 procent op, onder andere doordat het hart per hartslag meer bloed kan rondpompen.
Het is geen sneltruc: de meeste verbeteringen werden pas zichtbaar na twee tot zes maanden regelmatig oefenen, dus het vraagt geduld voordat je effect merkt.
Voor wie net begint met gerichte ademspiertraining als onderdeel van ademhaling tijdens sport: een eenvoudig weerstandsapparaatje is al voldoende, en de training kost meestal niet meer dan vijf tot tien minuten per dag.
Sommige sporters combineren ademspiertraining met hun warming-up, zodat het geen extra tijdsinvestering vraagt maar gewoon onderdeel wordt van de bestaande routine rondom trainingen.
Je techniek afstemmen op de intensiteit
Match je ademhalingstechniek aan je inspanning: bij een rustig tempo kun je prima door je neus blijven ademen en bewust vertragen, bij hogere intensiteit werkt een langere, actieve uitademing vaak beter. Verwacht geen directe doorbraak, de meeste voordelen bouwen zich pas na maanden op.
Heb je vaak veel last van kortademigheid, ook bij een rustig tempo, en verbetert dat niet met deze aanpassingen? Dan is het de moeite waard om dit met een arts of sportfysiotherapeut te bespreken, want het kan ook op een onderliggende oorzaak wijzen.

Meer lezen over ademhaling tijdens sport en verwante technieken? Bekijk de thema-pagina complementair algemeen voor meer achtergrondartikelen.
Zie ademhaling tijdens sport niet als iets dat je in één training onder de knie krijgt: het is een vaardigheid die zich, net als kracht of uithoudingsvermogen, langzaam opbouwt met consistente oefening.
Uiteindelijk draait ademhaling tijdens sport om bewustwording: merk je patroon op, experimenteer rustig, en pas aan wat werkt voor jouw lichaam en jouw sport.

