Inhoudsopgave
Vermoeidheid is een symptoom, geen diagnose op zich

Dit dossier heeft laten zien wat complementaire zorg kan betekenen bij chronische vermoeidheid en ME/CVS. Medisch onderzoek bij vermoeidheid is daarom een noodzakelijke eerste stap, voordat aan complementaire zorg wordt gedacht. Dat begint echter pas nadat andere, beter behandelbare oorzaken van langdurige vermoeidheid zijn onderzocht. Dit afsluitende artikel zet op een rij welke lichamelijke, psychische en medicamenteuze oorzaken een huisarts nagaat, en bij welke signalen extra alertheid nodig is.
Voordat complementaire zorg of een diagnose als ME/CVS in beeld komt, is het belangrijk dat andere, vaak beter behandelbare oorzaken van langdurige vermoeidheid zijn uitgesloten. Vermoeidheid is een van de meest voorkomende klachten waarmee mensen naar de huisarts gaan, en de lijst met mogelijke onderliggende oorzaken is lang. Zorgvuldige diagnostiek voorkomt dat iemand maandenlang pacing en complementaire behandelingen inzet voor een klacht die eigenlijk een andere, gerichte behandeling nodig heeft.
Dit is geen kwestie van wantrouwen tegenover complementaire zorg, maar van volgorde: pas wanneer duidelijk is welke factoren wél en niet meespelen, kan een zinvolle, samenhangende aanpak worden gekozen. Voor sommige mensen blijkt na onderzoek dat er inderdaad sprake is van ME/CVS zonder aanwijsbare andere oorzaak; voor anderen brengt hetzelfde onderzoek een goed behandelbare aandoening aan het licht die de vermoeidheid grotendeels verklaart. Beide uitkomsten zijn winst, omdat ze duidelijkheid geven over de te volgen weg.
De diagnose ME/CVS wordt in de praktijk dan ook gesteld bij uitsluiting: pas als andere verklaringen zijn onderzocht en niet blijken te voldoen, en de kenmerkende combinatie van langdurige vermoeidheid, postexertionele malaise en de andere in dit dossier beschreven kenmerken aanwezig is, komt deze diagnose in beeld. Dat proces kost tijd, soms maanden, in complexere gevallen langer, en vraagt geduld van zowel patiënt als arts, ook al is die wachttijd voor iemand die al uitgeput is een extra belasting op zich. Het kan daarom helpen om, terwijl diagnostisch onderzoek nog loopt, alvast te starten met laagdrempelige, veilige maatregelen zoals de pacing-principes uit dit dossier, zonder op de uitslag van elk onderzoek te wachten voordat er iets wordt ondernomen. Meer over ondersteunende zorg lees je op de thema-pagina complementaire zorg. Medisch onderzoek bij vermoeidheid voorkomt dat een onderliggende aandoening over het hoofd wordt gezien. Zonder medisch onderzoek bij vermoeidheid blijft een deel van de mogelijke oorzaken onbelicht. Vermoeidheid als symptoom vraagt altijd om medisch onderzoek bij vermoeidheid, voordat andere verklaringen worden overwogen. Kortom, medisch onderzoek bij vermoeidheid is de basis waarop verdere zorg wordt gebouwd.
Lichamelijke oorzaken die eerst worden uitgesloten
Een huisarts zal bij aanhoudende, onverklaarde vermoeidheid doorgaans bloedonderzoek aanvragen naar onder meer bloedarmoede (een tekort aan hemoglobine, vaak door ijzertekort), schildklierfunctie (zowel een te trage als te snelle schildklier kunnen vermoeidheid veroorzaken), bloedsuikerwaarden (diabetes mellitus), nier- en leverfunctie, en ontstekingswaarden die kunnen wijzen op een onderliggende infectie of auto-immuunaandoening. Een overzicht van chronisch vermoeidheidssyndroom noemt schildklierafwijkingen, bloedarmoede en diabetes als aandoeningen die eerst moeten worden uitgesloten voordat medisch onderzoek bij vermoeidheid als afgerond kan gelden. Ook een tekort aan vitamine B12 of vitamine D wordt regelmatig gevonden als bijdragende factor, en wordt bij aanhoudende vermoeidheid standaard meegenomen in het bloedonderzoek.
Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd wordt vaak ook gekeken naar de mogelijkheid van een zwangerschap en, rond de overgang, naar hormonale schommelingen die vermoeidheid kunnen verklaren of verergeren (zie het dossier Hormonale gezondheid voor meer over dit onderwerp). Bij mannen kan een verlaagd testosterongehalte een rol spelen, al is dit een minder vaak onderzochte en soms onderschatte oorzaak van aanhoudende vermoeidheid die bij twijfel actief bespreekbaar gemaakt mag worden met de huisarts.
Slaapstoornissen zijn een andere veelvoorkomende, over het hoofd geziene oorzaak: obstructief slaapapneu (herhaaldelijke ademstops tijdens de slaap, vaak gepaard met snurken) leidt tot slechte slaapkwaliteit en overdag ernstige vermoeidheid, en is goed te behandelen zodra het is vastgesteld, bijvoorbeeld met een slaaponderzoek. Ook het rustelozebenensyndroom kan de slaap verstoren zonder dat iemand zich daarvan bewust is.
Minder bekende, maar niet zeldzame oorzaken zijn coeliakie (glutenintolerantie, die naast buikklachten ook uitgesproken vermoeidheid kan geven, zie ook het dossier Darmgezondheid en microbioom), chronische infecties zoals de ziekte van Lyme, en hartritmestoornissen die de bloeddoorstroming en dus de energietoevoer naar spieren en hersenen beperken. Ook bepaalde vormen van kanker kunnen zich in een vroeg stadium vrijwel uitsluitend als aanhoudende, onverklaarde vermoeidheid presenteren, wat een van de redenen is waarom huisartsen bij twijfel liever eenmaal te veel dan te weinig aanvullend onderzoek aanvragen. Dit betekent niet dat aanhoudende vermoeidheid vaak op kanker wijst, verreweg de meeste gevallen hebben een goedaardiger verklaring, maar wel dat een zorgvuldige uitsluiting ook deze mogelijkheid meeneemt, zeker wanneer de vermoeidheid gepaard gaat met andere alarmsymptomen. Dit maakt medisch onderzoek bij vermoeidheid een essentiële stap, geen overbodige formaliteit. Deze lichamelijke oorzaken vormen de kern van elk zorgvuldig medisch onderzoek bij vermoeidheid. Deze stap binnen medisch onderzoek bij vermoeidheid wordt vaak onderschat, maar is essentieel.
Psychische, medicamenteuze en post-infectieuze oorzaken
Een depressie gaat vaak gepaard met uitgesproken vermoeidheid, soms zelfs als het meest op de voorgrond tredende symptoom, met stemmingsklachten die pas bij doorvragen naar boven komen. Ook langdurige, onbehandelde stress en burn-out kunnen zich uiten als aanhoudende uitputting (zie het dossier Stress, burn-out en zelfregulatie voor meer hierover). Het is belangrijk deze mogelijkheden te onderzoeken, niet om de klacht te bagatelliseren, maar omdat gerichte behandeling van een depressie of burn-out wezenlijk andere stappen vraagt dan de aanpak bij ME/CVS.
Het onderscheid tussen ME/CVS en een depressie is voor zorgverleners niet altijd eenvoudig te maken, omdat beide aandoeningen kunnen samengaan en overlappende klachten geven, zoals concentratieproblemen en verminderde interesse in activiteiten. Een belangrijk aanknopingspunt is de aan- of afwezigheid van postexertionele malaise: bij een zuivere depressie ontbreekt doorgaans de specifieke, vertraagde terugval na fysieke of mentale inspanning die kenmerkend is voor ME/CVS. Voor een zorgvuldige diagnose is het dan ook essentieel dat behandelaars gericht naar dit onderscheid vragen, in plaats van vermoeidheid en somberheid als één en dezelfde klacht te behandelen.
Diverse medicijnen kunnen vermoeidheid als bijwerking hebben, waaronder sommige bloeddrukverlagers, antihistaminica, benzodiazepines en bepaalde pijnstillers. Ook alcohol- en drugsgebruik, ook in matige hoeveelheden, kan de slaapkwaliteit en energiehuishouding verstoren op een manier die pas bij nader onderzoek aan het licht komt.
Het is voor een huisarts niet altijd eenvoudig deze medicamenteuze oorzaken snel te herkennen, zeker wanneer iemand meerdere medicijnen tegelijk gebruikt en de vermoeidheid geleidelijk is ontstaan in plaats van direct na het starten van een nieuw middel. Ook psychische en medicamenteuze oorzaken horen thuis bij medisch onderzoek bij vermoeidheid, naast de meer voor de hand liggende lichamelijke verklaringen. Een volledig medicatie-overzicht meenemen naar het gesprek met de huisarts, inclusief vrij verkrijgbare middelen en supplementen, helpt om deze mogelijke oorzaak grondig te kunnen nagaan.
Sinds 2020 is er een groeiende groep mensen bij wie aanhoudende vermoeidheid volgt op een covid-19-infectie. Een deel van deze groep voldoet, zoals eerder in dit dossier beschreven, aan de diagnostische criteria voor ME/CVS. Ook andere infecties, de ziekte van Pfeiffer (EBV) is een klassiek voorbeeld, kunnen aanleiding geven tot langdurige postinfectieuze vermoeidheid. Bij een duidelijk aanwijsbaar begin na een infectie is het zinvol dit expliciet met de huisarts te bespreken, omdat gespecialiseerde poli’s voor long covid en postinfectieuze klachten in Nederland inmiddels ervaring hebben opgebouwd met deze specifieke groep patiënten.
Deze gespecialiseerde zorg is de afgelopen jaren snel gegroeid, mede door de omvang van de groep mensen met langdurige coronaklachten. Multidisciplinaire teams, waarin longartsen, internisten, revalidatieartsen en fysiotherapeuten samenwerken, bieden inmiddels op meerdere plekken in Nederland gerichte trajecten aan die expliciet rekening houden met het risico op PEM, in plaats van standaard revalidatieprogramma’s die van een geleidelijke opbouw uitgaan. Voor mensen met postinfectieuze vermoeidheid na andere infecties dan covid-19 is een dergelijk gespecialiseerd traject minder vanzelfsprekend beschikbaar, wat de huisarts soms tot een noodzakelijke schakel maakt om toegang tot passende zorg te vinden. Zo blijft medisch onderzoek bij vermoeidheid breed en zorgvuldig. Huisartsen houden hier bewust rekening mee tijdens medisch onderzoek bij vermoeidheid. Ook dit hoort thuis in een volledig medisch onderzoek bij vermoeidheid. Deze zorgvuldigheid maakt medisch onderzoek bij vermoeidheid onmisbaar voor een juiste diagnose.
Wanneer contact opnemen, en de eerste aanspreekpartner

Zoek medische beoordeling bij: vermoeidheid die langer dan enkele weken aanhoudt zonder duidelijke aanleiding, vermoeidheid gecombineerd met onbedoeld gewichtsverlies, koorts, nachtzweten of aanhoudende pijn, een sterke verandering in functioneren binnen korte tijd, of vermoeidheid gepaard met neurologische verschijnselen zoals verlammingsgevoel, ernstige concentratieproblemen of black-outs. Medisch onderzoek bij vermoeidheid begint meestal bij de huisarts, die kan doorverwijzen indien nodig. De huisarts is de eerste aangewezen ingang; bij aanwijzingen voor ME/CVS kan worden doorverwezen naar een internist of een gespecialiseerd behandelcentrum.
Het kan voor patiënten helpen om voorafgaand aan een consult een overzicht bij te houden van de klachten: wanneer ze begonnen, hoe ze zich in de tijd hebben ontwikkeld, welke activiteiten een terugval lijken uit te lokken, en welke andere symptomen zich voordoen. Zo’n overzicht helpt de huisarts om gerichter door te vragen en voorkomt dat waardevolle informatie tussen de bedrijven door verloren gaat in een kort consult. Neem bij twijfel over de ernst van de klachten, of wanneer een eerste consult geen duidelijkheid heeft gebracht, gerust een vervolgafspraak of second opinion in overweging, bij een aandoening die zo lang onderschat is geweest, is doorzetten in het zoeken naar duidelijkheid geen overdreven voorzichtigheid, maar goede zorg voor jezelf.
Complementaire behandelingen zoals besproken in dit dossier zijn het meest zinvol ná deze uitsluiting, als aanvulling op, niet als vervanging van, reguliere diagnostiek en zorg. Een combinatie van zorgvuldige medische begeleiding en, waar dat past bij de persoon, complementaire ondersteuning zoals mindfulness, ademhalingstherapie, acupunctuur, ayurvedische kruiden, massage of tekentherapie, biedt voor veel mensen met ME/CVS de meest realistische weg naar een leefbaarder bestaan binnen de grenzen die de aandoening stelt.
Het is voor patiënten die na een lang diagnostisch traject eindelijk een verklaring krijgen, niet ongewoon om gemengde gevoelens te ervaren: opluchting dat er eindelijk duidelijkheid is, naast frustratie over de tijd die het onderzoek heeft gekost. Beide reacties zijn begrijpelijk, en het kan helpen om ook die kant van het traject bespreekbaar te maken met de huisarts of, waar nodig, met gerichte psychosociale ondersteuning, zodat de energie die overblijft zo veel mogelijk naar herstel en aanpassing kan gaan in plaats van naar onverwerkte frustratie over het voortraject.
Bronnen
- StatPearls, Chronic Fatigue Syndrome, NCBI Bookshelf.
- NHG-Werkgroep Moeheid. NHG-Standpunt Diagnostiek van chronische vermoeidheid. Nederlands Huisartsen Genootschap.
- Institute of Medicine (2015). Beyond Myalgic Encephalomyelitis/Chronic Fatigue Syndrome: Redefining an Illness. National Academies Press.
- Nacul, L. et al. (2020). “European Network on ME/CFS (EUROMENE): Expert Consensus on the Diagnosis, Service Provision, and Care of People with ME/CFS in Europe.” Medicina, 57(5), 510.
- RIVM, informatie over long covid en langdurige klachten na covid-19.
- NICE (2021, bijgewerkt 2024). Myalgic encephalomyelitis (or encephalopathy)/chronic fatigue syndrome: diagnosis and management (NG206).
Wacht niet te lang met medisch onderzoek bij vermoeidheid als klachten aanhouden of verergeren. Zo blijft medisch onderzoek bij vermoeidheid het fundament onder elke verdere behandeling. Medisch onderzoek bij vermoeidheid geeft duidelijkheid over de te volgen vervolgstappen. Zo krijgt medisch onderzoek bij vermoeidheid altijd voorrang op andere behandelopties.

