Inhoudsopgave
Van rustgevoel naar afweercellen

Bosbaden en het immuunsysteem lijken op het eerste gezicht een onwaarschijnlijke combinatie, maar het onderzoek van Qing Li bracht daar verandering in.
Naast het zenuwstelsel en cortisol onderzocht de Japanse arts en immunoloog Qing Li ook wat een bosreis doet met het immuunsysteem, specifiek met de zogeheten natural killer-cellen (NK-cellen): witte bloedcellen die virusgeïnfecteerde en afwijkende cellen opsporen en opruimen. Li’s hypothese was dat fytonciden, de geurstoffen die bomen afgeven als een soort natuurlijke afweer tegen insecten en schimmels, hier een rol in zouden kunnen spelen. Die stoffen zijn onder meer terug te vinden in etherische oliën van naaldbomen, en eerdere labstudies hadden al laten zien dat ze NK-celactiviteit in reageerbuizen konden verhogen. De vraag was of datzelfde ook in een levend lichaam gebeurde, tijdens een gewoon verblijf in het bos.
De oorspronkelijke studie van Li en collega’s vergeleek bosbezoeken bewust met stadsbezoeken, om uit te sluiten dat het simpelweg op vakantie zijn de oorzaak was van de gevonden effecten. Die vergelijking maakt het verband tussen bosbaden en het immuunsysteem overtuigender dan wanneer er alleen naar bosbezoeken zou zijn gekeken.
Voor wie zelf wil profiteren van deze effecten is geen speciale training nodig: een rustige wandeling door een bos, zonder haast en met aandacht voor de omgeving, volstaat al om de basis van deze bosbaden-ervaring te ervaren.
Een reis van drie dagen, twaalf deelnemers
In een van de bekendste studies gingen twaalf gezonde mannen tussen de 37 en 55 jaar, afkomstig van drie Tokiose bedrijven, op een reis van drie dagen en twee nachten naar bosgebied, met op de eerste middag twee uur wandelen en op de tweede dag telkens twee uur in de ochtend en twee uur in de middag, op verschillende locaties. Onderzoekers namen bloed af op dag twee en drie en vergeleken dat met een controlemeting op een gewone werkdag vooraf. Bij elf van de twaalf deelnemers steeg de NK-celactiviteit na de reis, met gemiddeld zo’n 50 procent, een groot en consistent effect voor zo’n korte periode.
Het gecontroleerde ontwerp van deze studie, met een vaste routine over meerdere dagen, maakt het makkelijker om toeval uit te sluiten dan bij een eenmalig, kort bosbezoek.
Het effect hield langer aan dan verwacht
Opvallend was dat de verhoogde NK-celactiviteit niet meteen wegzakte zodra de deelnemers weer thuis waren: bij een deel bleef deze meer dan dertig dagen verhoogd. Dat bracht Li en collega’s op het idee dat één bosreis per maand zou kunnen helpen om dit effect vast te houden, al is dat eerder een voorzichtige suggestie dan een harde aanbeveling gebaseerd op vervolgonderzoek naar de optimale frequentie. Deze specifieke studie maakte deel uit van een reeks van drie kleine experimenten: twee met in totaal 24 mannen en één met dertien verpleegkundigen, die Li in 2009 samen publiceerde en die tezamen de basis vormen van bijna alles wat er vandaag de dag over bosbaden en immuniteit wordt beweerd.
Deze aanhoudende werking is precies wat onderzoek naar bosbaden en het immuunsysteem zo interessant maakt: het gaat niet om een tijdelijke opleving tijdens het verblijf zelf, maar om een effect dat weken kan doorwerken in het dagelijks leven, ver van de bomen vandaan. Zo blijft bosbaden een van de weinige gratis, laagdrempelige interventies met meetbare biologische effecten.
Kleine studies, dus met de nodige voorzichtigheid
Een belangrijke kanttekening: met in totaal 37 deelnemers over de drie deelstudies is dit geen grootschalig onderzoek, en de proefpersonen waren steeds Japans, veelal van middelbare leeftijd en werkzaam bij een handvol bedrijven, niet per se representatief voor een bredere, internationale bevolking. Li’s eigen conclusie was voorzichtiger dan hoe het vaak wordt naverteld: hij schreef dat bosbaden mogelijk een preventief effect op het ontstaan van kanker zou kunnen hebben, niet dat het bewezen kankerpreventie biedt. Er is in deze studies namelijk geen daadwerkelijke kankeruitkomst gemeten, alleen een biomarker die daarmee samenhangt. Die nuance gaat er in populaire samenvattingen nogal eens vanaf, en is de moeite waard om vast te houden.
Deze kanttekeningen doen niets af aan de waarde van het onderzoek, maar zijn wel nodig om claims over bosbaden en het immuunsysteem in de juiste proporties te blijven zien. Dat maakt bosbaden en het immuunsysteem een terrein waarop voorzichtige formuleringen op hun plaats blijven.
Een jong maar groeiend onderzoeksveld

Bosgeneeskunde is inmiddels een erkend onderzoeksterrein geworden, met studies buiten Japan die de bevindingen over hartslag en cortisol grotendeels bevestigen. Voor de immuuneffecten specifiek is er simpelweg nog minder herhaald onderzoek beschikbaar buiten Li’s oorspronkelijke werk, en dat mag gerust benoemd worden: het is veelbelovend en biologisch plausibel, gezien wat bekend is over fytonciden en NK-cellen, maar nog geen afgerond hoofdstuk. Wie op basis hiervan besluit vaker het bos in te gaan, doet dat dus vooral omdat het prettig en ontspannend is en er een redelijke wetenschappelijke aanwijzing voor gezondheidswinst is, niet omdat het een bewezen vervanging is voor reguliere preventieve zorg.
Meer lezen over andere natuurgerichte behandelvormen? Bekijk de thema-pagina complementair-algemeen voor een breder overzicht. Onderzoek naar bosbaden en het immuunsysteem zal naar verwachting de komende jaren verder groeien, naarmate meer onderzoeksgroepen wereldwijd zich erop richten. De wetenschap eromheen groeit gestaag mee.

