Psychotherapie onder vuur: werken met trauma terwijl de oorlog voortduurt

In Oekraïne is psychotherapie sinds de invasie geen zorg aan de rand van het maatschappelijk leven, maar een vak dat middenin de ontwrichting staat.

Samenvatting

In Oekraïne is psychotherapie sinds de grootschalige Russische invasie geen zorgvorm aan de rand van het maatschappelijk leven, maar een vak dat midden in de ontwrichting staat. Therapeuten spreken met mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt, familieleden verloren, naar het front zijn vertrokken of in voortdurende onzekerheid leven. Tegelijkertijd maken veel Oekraïense psychotherapeuten zelf deel uit van diezelfde werkelijkheid. Zij werken niet op veilige afstand van het trauma, maar in een samenleving waarin dreiging, verlies en uitputting dagelijks voelbaar zijn.

De inzet van de European Association for Psychotherapy en de Ukrainian and European Psychotherapy Alliance laat zien dat ondersteuning aan therapeuten in oorlogstijd niet alleen bestaat uit scholing of internationale solidariteitsverklaringen. Het gaat ook om het scheppen van plekken waar hulpverleners hun eigen ervaringen kunnen delen, hun professionele oriëntatie kunnen hervinden en opnieuw kunnen voelen dat zij niet geïsoleerd staan. Juist dat is van belang in een oorlog die niet alleen lichamen verwondt, maar ook vertrouwen, tijdsbesef, toekomstverwachting en menselijke verbondenheid aantast.

Een beroep onder extreme druk

Psychotherapeuten zijn gewend om met pijnlijke levensgeschiedenissen te werken, maar oorlogstraining behoort niet vanzelfsprekend tot de kern van iedere opleiding. De oorlog in Oekraïne confronteert hen met een schaal en intensiteit van lijden die moeilijk te vergelijken is met therapeutisch werk in gewone omstandigheden. Cliënten komen niet alleen met persoonlijke problemen, maar met ervaringen van geweld, verlies, vlucht, scheiding, angst en collectieve dreiging. Hun klachten zijn verbonden met een maatschappelijke realiteit die niet voorbij is op het moment dat het consult begint.

Voor therapeuten betekent dit dat het klassieke onderscheid tussen de wereld van de cliënt en de professionele ruimte van de behandelaar onder druk komt te staan. De therapeut kan dezelfde luchtalarmen horen, dezelfde nieuwsstromen volgen en hetzelfde gevoel van onveiligheid ervaren. Daardoor wordt de therapeutische relatie niet minder waardevol, maar wel complexer. De vraag is niet alleen hoe trauma behandeld moet worden, maar ook hoe een therapeut aanwezig kan blijven wanneer de situatie die het trauma veroorzaakt nog voortduurt.

Mentale uitputting als beroepsrisico

Een terugkerend thema in de symposia van de Oekraïense en Europese alliantie is mentale uitputting. Oorlog vraagt langdurige alertheid. Mensen blijven functioneren, zorgen voor kinderen, werken, reizen, vluchten of helpen anderen, terwijl het zenuwstelsel voortdurend signalen van dreiging verwerkt. Voor psychotherapeuten komt daar een extra laag bij. Zij dragen niet alleen hun eigen spanning, maar ontvangen ook dagelijks de verhalen van anderen.

Die opeenstapeling kan leiden tot secundaire traumatisering, compassiemoeheid en morele spanning. Een therapeut kan zich machteloos voelen wanneer de situatie van de cliënt niet werkelijk kan worden opgelost, omdat de oorlog voortduurt. De professionele opdracht verschuift dan van genezing naar dragen, stabiliseren, verhelderen en het helpen behouden van menselijke samenhang. Dat vraagt een andere houding dan therapie in een relatief stabiele omgeving.

Rouw zonder afsluiting

Oorlog veroorzaakt rouwprocessen die vaak geen duidelijke vorm krijgen. Mensen verliezen geliefden, huizen, beroepen, plaatsen, gemeenschappen en toekomstbeelden. Soms is er geen lichaam om afscheid van te nemen, geen zekerheid over vermisten, geen ritueel dat voldoende ruimte biedt voor verlies. Psychotherapeuten werken daardoor vaak met rouw die open blijft, rouw die door nieuwe gebeurtenissen telkens opnieuw wordt geactiveerd.

In dat werk is erkenning essentieel. Niet ieder verlies vraagt direct om interpretatie of behandeling. Soms is de eerste taak van psychotherapie om taal te geven aan het onzegbare en om het verlies een plaats te laten krijgen zonder het te verkleinen. Tegelijkertijd moeten therapeuten voorkomen dat zij zelf verstrikt raken in de omvang van het leed. Collegiale steun, supervisie en internationale uitwisseling zijn daarom geen bijkomstigheid, maar onderdeel van professioneel uithoudingsvermogen.

Morele spanning in de behandelkamer

Psychotherapie in oorlogstijd plaatst hulpverleners voor morele vragen. Neutraliteit, veiligheid, grenzen, geheimhouding en professionele nabijheid krijgen een andere lading wanneer de samenleving zelf onder druk staat. Therapeuten spreken met mensen die boos zijn, bang zijn, wraakgevoelens ervaren of worstelen met schuld omdat zij gevlucht zijn terwijl anderen bleven. Zij spreken met ouders die hun kinderen proberen te beschermen tegen een werkelijkheid die niet te beschermen valt.

Deze gesprekken vragen niet om snelle morele correcties, maar om een ruimte waarin verscheurde gevoelens kunnen bestaan. De therapeut moet kunnen luisteren naar woede zonder die te voeden, naar wanhoop zonder die te bevestigen en naar schuld zonder die onmiddellijk te ontkennen. Dat is zwaar werk, zeker wanneer de therapeut zelf ook deel uitmaakt van de getroffen gemeenschap.

De waarde van Europese collegialiteit

De steun vanuit de EAP krijgt juist hier betekenis. De online symposia, luisterruimtes en professionele bijeenkomsten bieden Oekraïense psychotherapeuten een bredere gemeenschap. Europese collega’s kunnen de oorlog niet beëindigen, maar zij kunnen wel luisteren, meedenken, kennis delen en erkenning geven aan het werk dat onder uitzonderlijke omstandigheden wordt gedaan.

Die erkenning is meer dan symbolisch. Voor professionals die voortdurend geven, kan het verschil maken wanneer zij zelf gezien worden. Het herinnert hen eraan dat zij niet alleen lokale hulpverleners zijn in een geïsoleerde oorlogssituatie, maar deel uitmaken van een Europese beroepsgemeenschap die hun werk serieus neemt. Dat versterkt niet alleen de individuele therapeut, maar ook de professionele infrastructuur waar cliënten uiteindelijk van afhankelijk zijn.

Een vak dat verandert door oorlog

Oorlog verandert ook de psychotherapie zelf. Methoden die zijn ontwikkeld voor individuele problematiek moeten worden toegepast in situaties van collectieve traumatisering. Het gesprek over herstel kan niet los worden gezien van veiligheid, gemeenschap, cultuur en toekomstperspectief. Online werken, groepsinterventies, crisissteun, rouwbegeleiding en traumastabilisatie krijgen een andere urgentie.

Voor Europese psychotherapeuten buiten Oekraïne ligt hier eveneens een belangrijke les. De oorlog maakt zichtbaar dat psychotherapie niet alleen een individuele behandelvorm is, maar ook een maatschappelijke professie. Zij raakt aan vragen over menselijkheid, waarheid, herinnering, solidariteit en de manier waarop gemeenschappen omgaan met ontwrichting. De ervaringen uit Oekraïne zullen daarom waarschijnlijk nog lang doorwerken in het Europese denken over trauma en herstel.

Internationale reflectie als vorm van bescherming

Voor een vak dat sterk afhankelijk is van innerlijke beschikbaarheid is dat essentieel. Een psychotherapeut kan alleen blijven luisteren wanneer hij of zij ook zelf momenten vindt om gehoord te worden. In die zin is internationale collegialiteit niet alleen steun aan individuen, maar ook bescherming van de kwaliteit van zorg.

De symposia en luisterruimtes bieden meer dan informatie. Zij bieden een mogelijkheid tot reflectie, en reflectie is een vorm van bescherming. Wie alleen maar doorgaat, loopt het risico zichzelf kwijt te raken in de urgentie van elke dag. Door met collega’s uit Oekraïne en andere Europese landen te spreken, ontstaat ruimte om ervaringen te begrijpen en te plaatsen.

De betekenis van kleine stabiliserende handelingen

Dergelijke interventies lijken eenvoudig, maar zijn in een oorlogssituatie van grote betekenis. Zij helpen mensen om niet volledig door de chaos te worden opgeslokt. Voor therapeuten betekent dit dat hun werk niet alleen gericht is op verwerking achteraf, maar ook op psychisch overleven tijdens het voortduren van de dreiging.

Psychotherapie in oorlogstijd hoeft niet altijd groots of diepgravend te zijn. Soms ligt de waarde juist in kleine stabiliserende handelingen: ademruimte creëren, woorden geven aan verwarring, dagelijkse routines herstellen, ouders helpen om met kinderen te spreken, of cliënten ondersteunen om nieuwsconsumptie, slaap en contact met naasten hanteerbaar te houden.

De grens tussen professionele afstand en nabijheid

Voor Oekraïense psychotherapeuten kan nabijheid juist een bron van vertrouwen zijn. Cliënten weten dat hun therapeut dezelfde maatschappelijke werkelijkheid deelt. Die gedeelde context kan de therapeutische relatie verdiepen, omdat er minder uitleg nodig is over de achtergrond van angst en onzekerheid. Tegelijkertijd kan diezelfde gedeeldheid belastend zijn. De therapeut moet blijven onderscheiden wat bij de cliënt hoort, wat bij de samenleving hoort en wat in het eigen innerlijke leven wordt geraakt.

In gewone omstandigheden wordt professionele afstand vaak gezien als een beschermende voorwaarde voor goed therapeutisch werk. De therapeut luistert, ordent en begeleidt zonder volledig samen te vallen met de ervaring van de cliënt. In oorlogstijd wordt die afstand echter minder vanzelfsprekend. De therapeut bevindt zich niet buiten de crisis, maar er middenin. Dat vraagt niet om het loslaten van professionele grenzen, maar om een subtieler begrip van nabijheid.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

13 augustus, 2026

Thema

EAP en Oekraïne

Tags

Deel dit artikel

Elke dag een druppeltje zon

Zes maanden lang gratis!

Gerelateerde artikelen