Kastanjes
Pas geleden hebben we in het bos kastanjes gezocht. Met ieder een tas, een paar handschoenen en een goed humeur gingen we op pad. Onze dochter rende met een vriendinnetje vooruit en toen we bij het veldje met kastanjebomen aankwamen, begonnen ze gedreven te zoeken. Toen ze er rond de dertig hadden, vonden ze het wel mooi geweest. Naast het veldje stonden hertjes en dat was ook interessant.
Mijn eigen tas begon voller en voller te raken. Steeds dacht ik dat ik er wel genoeg had, maar als ik dan weer zo’n grote zag, moest ik hem toch weer oprapen. En zo zat mijn tas behoorlijk vol toen we thuiskwamen. Daar nog bij opgeteld kwamen de tassen van mijn andere gezinsleden. We hadden er eigenlijk te veel. Dus gingen er 2 tasjes naar de buren.
De rest van de kastanjes ging in een krat; we laten ze even laten staan. Om de wormen een kans te geven om te vertrekken. Dat is geloof ik gelukt, want toen ik ze klaar ging maken om de oven in te gaan, hoefde ik er maar een paar uit te halen.
Iedere kastanje heb ik ingesneden. En dat heb ik geweten! Een blaar op mijn vinger van het mes. En daar bleef het niet bij, want nadat ze uit de oven kwamen, moesten ze nog gepeld worden. Dat leverde me twee zere duimen en een zere wijsvinger op.
Inmiddels zijn alle kastanjes gepeld en de velletjes zijn er min of meer vanaf.
Vorige jaren dat we kastanjes zochten, hebben we ze gewoon zo opgegeten nadat ze gepoft waren. Maar omdat het er nu zoveel waren, bedacht ik dat ik meel kon maken van de kastanjes om er daarna brood van te bakken of taart. Ik denk dat ik met taart ga beginnen. Na de blaar en de zere vingers kijk ik uit naar wat zoets. Ik heb al een recept gevonden. Als het net zo lekker smaakt als dat het eruitziet, wordt dat genieten. Bedankt moeder natuur!
Veel leesplezier gewenst en als de taart goed is gelukt, vind je het recept in de volgende editie!
Maartje Albert, Bladmanager

