AI-therapie

Anti-AI, turbotherapeut of twijfelaar? Een column over hoe therapeuten omgaan met kunstmatige intelligentie in hun praktijk, en waarom selectief gebruik misschien wel de beste weg is.

AI-therapie

We zitten op de bank, mijn dochter en ik. We proberen een vakantie uit te zoeken en twijfelen tussen rust, natuur, bergen, zee, budget en lekker eten. Binnen drie minuten pak ik mijn laptop erbij. “Ik vraag het wel even aan Claude,” zeg ik. Mijn dochter rolt met haar ogen. “Jij vraagt echt alles aan AI.” Vijf minuten later hebben we een compleet reisschema, drie verborgen Franse dorpjes en een overzicht van campings met goede koffie. Mijn dochter kijkt mee en zegt droog: “Best handig eigenlijk.” Om daar direct achteraan te gooien: “Maar het kostte wel veel water hè en je moet niet alles geloven hoor!” Ik durf te wedden dat veel therapeuten ook zo over AI denken.

Ik denk dat je een beetje drie soorten therapeuten hebt. Je hebt de anti-AI-therapeut. Laten we haar voor het gemak even Marianne noemen. Marianne krijgt al lichte jeuk van woorden als prompts en chatbots. Zij schrijft haar intakeverslagen nog met de hand, vertrouwt op haar intuïtie en vindt dat gezondheid vooral ontstaat in echt contact. “Ik wil geen scherm tussen mij en mijn cliënt,” zegt ze dan. Daar zit iets in. Zeker in een vak waarin voelen, kijken en luisteren vaak het allerbelangrijkste is.

Dan heb je het andere uiterste. De turbotherapeut. Type Dennis. Dennis laat AI zijn nieuwsbrieven schrijven, behandelplannen structureren, Instagram-posts bedenken en waarschijnlijk ook de tekst op de verjaardagskaart voor zijn schoonmoeder. Dennis vindt alles fantastisch. “Dit verandert de hele zorg!” roept hij enthousiast, terwijl hij alweer drie nieuwe tools heeft getest. Ook daar zit iets in, want AI kán ontzettend handig zijn. Zeker voor therapeuten die naast hun cliënten ook ondernemer, marketeer, planner en administratiekantoor tegelijk zijn.

Dan heb je nog de middengroep. De twijfelaars. De “ik kijk het nog even aan”-therapeuten. Gefascineerd én kritisch tegelijk. Ergens voelen veel mensen volgens mij best goed aan dat AI vooral een hulpmiddel is en geen vervanging van aandacht, ervaring of intuïtie. Dat past eigenlijk heel mooi bij het bekende ‘Gartner Hype Cycle’, waarin iedere nieuwe technologie eerst compleet wordt opgehemeld, daarna weer teleurstelt en uiteindelijk een normale plek krijgt. Misschien zitten we nu precies in dat hysterische middenstuk waarin iedereen roept dat AI alles gaat veranderen.

Misschien heeft mijn dochter het uiteindelijk nog het beste door. Haar generatie lijkt AI namelijk helemaal niet zo spannend te vinden. Die gebruiken het gewoon wanneer het handig is en leggen het net zo makkelijk weer weg. Niet blind enthousiast, maar ook niet bang. Gewoon selectief. Misschien is dat uiteindelijk ook precies waar therapeuten naartoe bewegen. AI gebruiken als hulpmiddel waar het tijd scheelt of inspireert, maar blijven vertrouwen op iets wat voorlopig nog niet te automatiseren valt: echte aandacht, intuïtie en het vermogen om een mens écht te zien.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

15 augustus, 2026

Thema

NGW Magazine 2026

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen