Onderzoek van UMC Groningen wijst uit dat 1 op de 8 Nederlanders langdurig klachten houdt na een coronabesmetting. Alhoewel er nog veel discussie is over het fenomeen ‘post-COVID’, worden mensen die 3 maanden na een COVID-infectie klachten blijven houden en er geen andere aanwijsbare oorzaak te vinden is, doorgaans gediagnosticeerd met post-COVID. De meeste klachten zijn systemisch, neuro-psychiatrisch, cardiorespiratoir en gastro-intestinaal van aard. Zo’n 29% van de mensen die 6 maanden na een acute infectie nog klachten ervaart, heeft gastro-intestinale klachten.
De pathofysiologische mechanismen waarop post-COVID-klachten ontstaan, beginnen steeds duidelijker te worden. In dit artikel worden enkele mechanismen beschreven die post-COVID-klachten kunnen verklaren.
Veel genoemde post-COVID klachten
- Algehele vermoeidheid
- Kortademigheid
- Reuk- en smaakverlies
- Pijn op de borst
- Pijnlijke spieren
- Tintelingen in extremiteiten
- Zware armen en benen
- Afwisselend warm en koud hebben
- Cognitieve problemen
Gastro-intestinale post-COVID klachten
- Verminderde eetlust
- Misselijkheid en/of overgeven
- Gewichtsverlies
- Buikpijn
- Zuurbranden
- Dysfagie
- Diarree
- Obstipatie
- Prikkelbaredarmsyndroom
Inflammatie
Bij een aanzienlijk deel van de mensen met post-COVID is er blijvende inflammatie en/of treden auto-immuun reacties op. Zowel bij acute COVID als bij post-COVID zijn 4 maanden na infectie verhoogde levels van interferon, interleukinen (IL-8), chemokinen (CXCL9, CXCL10) en Th1 specifieke eiwitten (TIM3) aangetoond. Bij mensen die post-COVID ontwikkelen, zijn de interferon-levels na 8 maanden doorgaans nog steeds verhoogd. Ook van andere immuuncellen worden vaak verhoogde waarden gevonden wat kenmerkend is voor de immuun disregulatie bij post-COVID.
Bloedonderzoek bij post-COVID-patiënten laat zien dat ook de alanine aminotransferase (ALAT) waarden verhoogd kunnen zijn. Dit duidt op leverontsteking (hepatitis). De blijvende inflammatoire reactie bij mensen met post-COVID is onafhankelijk van de ernst van de acute infectie.
Aanjagers van inflammatie
Blijvende aanwezigheid van SARS-CoV-2
Het COVID-virus is bij sommige mensen met post-COVID terug te vinden in organen, waaronder het maag-darmkanaal en het centrale zenuwstelsel. Lang niet in alle gevallen wordt het virus door laboratoriumonderzoek aangetoond, wat een onderschatting geeft van de daadwerkelijke virale aanwezigheid. Onderzoek bevestigt dat SARS-CoV-2 blijvend in weefsels kan voorkomen, op een manier zoals ook bekend van andere non-retrovirale RNA-virussen (coxsackievirus, enterovirus, hepatitis A en E).
Weefselschade
Binding van SARS-CoV2 aan ACE2-receptoren kan leiden tot een toename van weefselschade door toenemende concentratie fibrose bevorderende angiotensine II. Hyperglycemie die kan optreden door disregulatie van de glucosehomeostase door het virus, kan de lymfocyten proliferatie die nodig is voor weefselherstel, remmen.
Auto-immuun reacties
Langdurige blootstelling aan het SARS-CoV-2-virus en een inflammatoire staat kan leiden tot auto-immuniteit. In een normale situatie geven B-cellen antilichamen af die binden aan het extracellulaire virus. Geïnfecteerde cellen presenteren virale antigenen aan cytotoxische T-cellen die vervolgens geïnfecteerde cellen doden. Bij moleculaire mimicry is het virale antigeen structureel gezien gelijk aan humane eiwitten. Antilichamen kunnen in deze situatie binden aan zowel het virus als aan humane eiwitten op gezonde celoppervlakken (‘cross-reactiviteit’). T-cellen worden geactiveerd door viraal eiwit en zullen geïnfecteerde cellen doden en ook eigen cellen met de specifieke humane eiwitten aanvallen. Dit mechanisme is aangetoond bij COVID en is ook bekend als oorzaak van auto-immuunziekten zoals auto-immuun hemolitische anemie (AIHA) en vasculaire schade. Bij bijstander activatie worden in een inflammatoire omgeving antigenen afgegeven die gericht zijn op lichaamseigen eiwitten (‘zelf-antigenen’). Antigeen-presenterende cellen kunnen deze antigenen opnemen en presenteren aan auto-reactieve T-cellen. De geactiveerde auto-reactieve T-cel herkent gezonde cellen en valt deze aan. Ook dit mechanisme is bij COVID aangetoond, maar is tot nu toe nog niet beschreven als daadwerkelijke oorzaak van auto-immuunziekten.
Gastro-intestinaal
Ook eigenschappen van het maag-darmkanaal en het mucosale immuunsysteem spelen een rol bij de pathofysiologie van gastro-intestinale post-COVID.
ACE2-receptoren
In het darmslijmvlies bevinden zich veel receptoren voor het angiotensine-converterend enzym 2 (ACE2). Binding van SARS-CoV-2 aan ACE2-receptoren leidt tot plaatselijke klachten zoals misselijkheid, overgeven, diarree en buikpijn.
Intestinale dysbiose
Cliënten met een matige tot ernstige acute COVID-19-infectie en cliënten met post-COVID hebben vaak een verminderde diversiteit in het microbioom. Een dysbiose kan verschillende darmaandoeningen veroorzaken, waaronder het prikkelbare darmsyndroom en inflammatoire darmziekten.
Verstoorde neuro-immuun interacties in de darm
Intestinale dysbiose, verhoogde intestinale permeabiliteit en laaggradige intestinale immuun activatie kunnen de communicatie tussen micro-organismen, sensorische neuronen in de darm en intestinale epitheelcellen die het mucosale immuunsysteem reguleren, verstoren. Deze mechanismen kunnen, naast plaatselijke verstoringen in de darm, ook post-infectieuze darm-hersenstoornissen verklaren.
Orthomoleculaire ondersteuning
De orthomoleculaire therapie biedt mogelijkheden om in te grijpen in de pathofysiologische mechanismen bij post-COVID. Naast een optimale, ontstekingsremmende voeding, een beperkt gebruik van alcohol en cafeïne, dagelijkse lichaamsbeweging, lichamelijke en geestelijke ontspanning en een goede nachtrust, kunnen aanvullende nutriënten cliënten met post-COVID verder ondersteunen.
Terugdringen van virale aanwezigheid
Een van de pathofysiologische mechanismen bij post-COVID is de blijvende aanwezigheid van SARS-CoV-2. Verschillende kruiden en paddenstoelen, maar ook nutriënten zoals quercetine en lactoferrine kunnen helpen bij het terugdringen van de replicatie van SARS-CoV-2.
Ontsteking remmen
De chronische inflammatoire staat bij post-COVID kan leiden tot weefselschade en kan de kans op auto-immuniteit vergroten. Nutriënten zoals omega 3-vetzuren, vitamine C, vitamine D, curcumine en paddenstoelen kunnen helpen bij het verminderen van de inflammatoire reactie. Bij virale infecties kan er een vitamine D-receptorblokkade bestaan, waardoor suppletie met vitamine D niet altijd zinvol is. In deze gevallen is het belangrijk ontstekingen op andere manieren terug te dringen en de virale aanwezigheid te verminderen. Een vitamine D-receptorblokkade is aan te tonen met bloedonderzoek waarbij de vitamine D-spiegel normaal tot laag is, maar de actieve vorm van vitamine D (1,25 dihydroxyvitamine D) verhoogd.
Antioxidanten verhogen
Chronische ontsteking en schade van celstructuren waaronder de mitochondriën, leiden tot een hoge oxidatieve belasting. Dit kan tot verdere weefselschade leiden. Antioxidatieve nutriënten zijn onder andere glutathion en/of de voorlopers van glutathion, vitamine C, curcumine, resveratrol, selenium, koper, zink en mangaan.
Dysbiose herstellen
Post-COVID is geassocieerd met een dysbiose in de darm wat, naast het ontstaan van darmklachten, ook nadelige gevolgen kan hebben voor het immuunsysteem en het zenuwstelsel en tot systemische klachten kan leiden. Pre- en probiotica kunnen helpen het microbioom te herstellen.
Dit artikel is mogelijk gemaakt door Stichting Orthomoleculaire Educatie, www.soe.nl
Referenties zijn op te vragen bij de redactie.

