De voedselveiligheid van voedingssupplementen in Nederland (deel 2)

Jan Blaauw over hulpstoffen in supplementen, terugroepacties en de veiligheid van kruidenpreparaten.

De voedselveiligheid van voedingssupplementen en kruidenpreparaten in Nederland

Door Jan Blaauw

De veiligheid van voedingssupplementen kunnen in het geding raken of er kunnen vragen ontstaan hierover. In het eerste deel is aandacht besteed aan wetten en instanties die betrokken zijn bij de regulering van voedingssupplementen. Er is gesproken over de rol van de EFSA (Europese Voedselveiligheidsautoriteit), een aantal gezondheidsclaims die mogen worden gebruikt, de rol van KOAG en KAG en de rol van het LAREB. In dit artikel gaan we in op het gebruik van de verschillende hulpstoffen bij het vervaardigen van voedingssupplementen en op basis van welke oorzaken de veiligheid van kruidenpreparaten in het geding kunnen brengen.

Waar moeten fabrikanten en distributeurs rekening mee houden?

Naast de specifieke voorschriften en aantal maximale gehaltes van vitaminen (zoals in deel 1 aan bod is gekomen) en mineralen die zijn vastgesteld in het Voedings- en Warenwetbesluit, zijn er nog andere belangrijke aspecten waarmee je rekening moet houden met betrekking tot de voedselveiligheid van voedingssupplementen in Nederland.

Een aantal belangrijke aspecten waar leveranciers en verdelers rekening mee moeten houden:

  1. Kwaliteit en veiligheid van grondstoffen: Het is essentieel om ervoor te zorgen dat de grondstoffen die worden gebruikt bij de productie van voedingssupplementen van hoge kwaliteit zijn en voldoen aan de wettelijke normen en eisen voor veiligheid en zuiverheid. Dit omvat het selecteren van betrouwbare leveranciers en het uitvoeren van grondige kwaliteitscontroles op alle ingrediënten.
  2. Productieprocessen en hygiëne: Fabrikanten van voedingssupplementen moeten voldoen aan strikte richtlijnen en procedures voor productieprocessen en hygiëne om de veiligheid van producten te waarborgen. Dit omvat het naleven van GMP-normen en het implementeren van goede hygiënepraktijken in de productieomgeving.
  3. Etikettering en verpakking: Het is belangrijk dat de etikettering van voedingssupplementen nauwkeurig en duidelijk is en voldoet aan de wettelijke vereisten voor het verstrekken van informatie aan consumenten. Dit omvat het vermelden van alle ingrediënten, voedingswaarde-informatie, aanbevolen doseringen, waarschuwingen en contactgegevens van de fabrikant of distributeur.
  4. Traceerbaarheid en recall-procedures: Fabrikanten moeten systemen implementeren voor traceerbaarheid van producten, zodat ze snel en effectief kunnen reageren in geval van een product-terugroep-actie of andere noodsituaties. Dit omvat het vastleggen van productiegegevens, partijnummers en distributiekanalen om de traceerbaarheid van producten te waarborgen.
  5. Onderzoek en monitoring van bijwerkingen: Fabrikanten en autoriteiten moeten bijwerkingen van voedingssupplementen nauwlettend volgen en onderzoeken om eventuele veiligheidsproblemen te identificeren en aan te pakken. Dit omvat het verzamelen en analyseren van meldingen van bijwerkingen en het nemen van corrigerende maatregelen indien nodig.

Door rekening te houden met deze aspecten en ervoor te zorgen dat voedingssupplementen voldoen aan alle relevante wettelijke vereisten en kwaliteitsnormen, kunnen fabrikanten en distributeurs de veiligheid en kwaliteit van hun producten waarborgen en het vertrouwen van consumenten behouden.

Een terugroepactie voor voedingssupplementen kan worden ingezet op basis van de Warenwet, specifiek via de ‘Warenwetregeling terugroepacties’ voor consumentenproducten. Deze regeling voorziet in procedures en richtlijnen voor het uitvoeren van terugroepacties van consumentenproducten, waaronder voedingssupplementen, om de veiligheid van consumenten te waarborgen.

Hoe werkt een terugroepactie doorgaans

  1. Risico-evaluatie: Het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de voedingssupplementen, of de relevante autoriteiten, identificeert een potentieel risico met betrekking tot een bepaald product. Dit kan bijvoorbeeld een contaminatie, etiketteringsfout of andere veiligheidskwestie zijn.
  2. Terugroepingsplan opstellen: Op basis van de risico-evaluatie wordt een terugroepingsplan opgesteld. Dit plan omvat onder andere informatie over het betreffende product, de reden voor de terugroepactie, de omvang van de terugroeping en de te nemen acties.
  3. Communicatie met autoriteiten: Het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de voedingssupplementen informeert de relevante autoriteiten, zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), over de voorgenomen terugroepactie en verstrekt alle benodigde informatie.
  4. Communicatie met consumenten: Het bedrijf communiceert de terugroepactie naar consumenten via verschillende kanalen, waaronder persberichten, websites, sociale media en in sommige gevallen rechtstreekse communicatie naar degenen die het product hebben gekocht. De communicatie omvat instructies voor consumenten over wat ze moeten doen met het product, zoals terugsturen naar de winkel of weggooien.
  5. Uitvoering van de terugroepactie: Het bedrijf voert de terugroepactie uit volgens het opgestelde plan, waarbij alle relevante stappen worden genomen om ervoor te zorgen dat het product niet langer beschikbaar is voor consumptie.
  6. Evaluatie en opvolging: Na de terugroepactie wordt de effectiviteit ervan geëvalueerd en worden verdere maatregelen genomen indien nodig, zoals aanpassingen in productieprocessen of verbeteringen in kwaliteitscontroles.

Hulpstoffen

Er zijn veel verschillende hulpstoffen die worden gebruikt bij het vervaardigen van voedingssupplementen. Dit is een overzicht van 20 veelvoorkomende hulpstoffen, samen met mogelijke bijwerkingen (al naar gelang de gevoeligheid per individu):

  1. Vulstoffen (bijv. cellulose, maltodextrine) – Mogelijke bijwerkingen zijn spijsverteringsproblemen zoals winderigheid en een opgeblazen gevoel.
  2. Bindmiddelen (bijv. magnesiumstearaat, stearinezuur) – Kan allergische reacties veroorzaken bij sommige mensen.
  3. Antiklontermiddelen (bijv. siliciumdioxide, magnesiumsilicaat) – Kan spijsverteringsproblemen veroorzaken bij sommige mensen.
  4. Coatingmiddelen (bijv. schellak, hydroxypropylmethylcellulose) – Kan allergische reacties veroorzaken bij sommige mensen.
  5. Smeermiddelen (bijv. glycerine, plantaardige oliën) – Kan spijsverteringsproblemen veroorzaken bij sommige mensen.
  6. Kleurstoffen (bijv. titaniumdioxide, karmijn) – Kan allergische reacties veroorzaken bij sommige mensen, vooral bij gevoelige personen.
  7. Smaakstoffen (bijv. vanilline-extract, citroenzuur) – Kan allergische reacties veroorzaken bij sommige mensen, vooral bij gevoelige personen.
  8. Conserveermiddelen (bijv. sorbinezuur, kaliumsorbaat) – Kan allergische reacties veroorzaken bij sommige mensen, vooral bij gevoelige personen.
  9. Antioxidanten (bijv. vitamine E, ascorbinezuur) – Kan maagklachten veroorzaken bij sommige mensen.
  10. Emulgatoren (bijv. lecithine, glycerolmonostearaat) – Kan spijsverteringsproblemen veroorzaken bij sommige mensen.
  11. Verdikkingsmiddelen (bijv. xanthaangom, guargom) – Kan spijsverteringsproblemen veroorzaken bij sommige mensen.
  12. Glijmiddelen (bijv. talk, zetmeel) – Kan allergische reacties veroorzaken bij sommige mensen, vooral bij gevoelige personen.
  13. Zoetstoffen (bijv. sucralose, stevia) – Kan gastro-intestinale klachten veroorzaken bij sommige mensen, vooral bij gevoelige personen.
  14. Emulgatoren (bijv. polysorbaat 80, propyleenglycol) – Kan allergische reacties veroorzaken bij sommige mensen, vooral bij gevoelige personen.
  15. Geleermiddelen (bijv. gelatine, agar-agar) – Kan spijsverteringsproblemen veroorzaken bij sommige mensen.
  16. Oplosmiddelen (bijv. ethanol, propyleenglycol) – Kan allergische reacties veroorzaken bij sommige mensen, vooral bij gevoelige personen.
  17. Geleringsmiddelen (bijv. pectine, carrageen) – Kan spijsverteringsproblemen veroorzaken bij sommige mensen.
  18. Stabilisatoren (bijv. guargom, Arabische gom) – Kan spijsverteringsproblemen veroorzaken bij sommige mensen.
  19. Desintegratiemiddelen (bijv. natriumcroscarmellose, natriumzetmeelglycolaat) – Kan spijsverteringsproblemen veroorzaken bij sommige mensen.
  20. Antischuimmiddelen (bijv. dimethylpolysiloxaan, glycerylmono-oleaat) – Kan allergische reacties veroorzaken bij sommige mensen, vooral bij gevoelige personen.

Het verschil tussen geleermiddelen en geleringsmiddelen is subtiel maar belangrijk, en het heeft te maken met hun specifieke functies in voedselbereiding:

1. Geleermiddelen

Geleermiddelen zijn stoffen die worden gebruikt om vloeistoffen om te zetten in een gelachtige consistentie. Ze worden voornamelijk gebruikt om de textuur van voedingsmiddelen te verbeteren of om ze te verdikken.

Voorbeelden van geleermiddelen zijn gelatine (afgeleid van dieren), agar-agar (een extract van zeewier), pectine (een polysaccharide afgeleid van fruit) en carrageen (een extract van rode zeewier).

Geleermiddelen worden vaak gebruikt in producten zoals jam, gelei, pudding, desserttaarten, en geleisuiker.

2. Geleringsmiddelen

Geleringsmiddelen zijn stoffen die worden gebruikt om een vloeistof om te zetten in een gel. Ze hebben de specifieke functie om de structuur en stabiliteit van het gevormde gelnetwerk te bevorderen.

Voorbeelden van geleringsmiddelen zijn gelatine, agar-agar, carrageen, en xanthaangom. Geleringsmiddelen worden vaak gebruikt in producten zoals gelei, geleiachtige snoepjes, puddingen, en sommige soorten yoghurt en desserts.

In het algemeen kunnen de termen “geleermiddelen” en “geleringsmiddelen” soms door elkaar worden gebruikt omdat ze vergelijkbare functies vervullen. Echter, strikt genomen, verwijst “geleermiddel” naar een bredere categorie van stoffen die de textuur van voedingsmiddelen verdikken of verbeteren, terwijl “geleringsmiddel” meer specifiek verwijst naar stoffen die helpen bij het vormen van een gelachtige structuur.

De conclusie voor het gebruik van hulpstoffen is in zijn algemeenheid: hoe minder, hoe beter!

Kruidenpreparaten

Het Kruidenbesluit (Warenwetbesluit Kruidenpreparaten) regelt de verkoop van kruidenpreparaten in Nederland en legt beperkingen op aan de kruiden die mogen worden verkocht als supplementen.

Kruidenpreparaten zijn eet- en drinkwaren die plantensubstanties of extracten daarvan bevatten. Van kruidenpreparaten wordt vaak geclaimd dat ze een gezondheidsbevorderende werking hebben.

Kruidenpreparaten vallen onder de Warenwetbesluit Kruidenpreparaten. Voorbeelden hiervan zijn een kruid, voedingssupplementen met kruiden, kruidenthee of frisdranken met kruidenextracten. Kruidenpreparaten die ook voedingssupplementen zijn, moeten ook aan de wetgeving over voedingssupplementen voldoen.

De veiligheid van kruidenpreparaten

Er zijn verschillende manieren waarom de veiligheid van kruidenpreparaten in het geding kan komen:

  1. Onjuiste identificatie van kruiden: Verwarring of fouten bij de identificatie van kruiden kunnen leiden tot de verkeerde planten die worden gebruikt, met mogelijke veiligheidsrisico’s tot gevolg.
  2. Contaminatie met pesticiden: Onjuist gebruik van pesticiden tijdens de teelt van kruiden kan leiden tot residuen in het eindproduct, wat schadelijk kan zijn voor de gezondheid. Analyserapporten van contaminaties moeten aangetoond kunnen worden.
  3. Verontreiniging met zware metalen: Kruiden kunnen verontreinigd zijn met zware metalen zoals lood, kwik en cadmium als gevolg van bodemverontreiniging, wat schadelijk kan zijn bij langdurige blootstelling.
  4. Besmetting met microbiële pathogenen: Onjuiste opslag- of verwerkingsmethoden kunnen leiden tot microbiële besmetting van kruidenpreparaten met bacteriën, schimmels of andere pathogenen die ziekten kunnen veroorzaken.
  5. Allergische reacties: Sommige mensen kunnen allergisch zijn voor bepaalde kruiden of plantaardige ingrediënten in kruidenpreparaten, wat kan leiden tot allergische reacties zoals huiduitslag, jeuk of ademhalingsproblemen.
  6. Interacties met medicijnen: Kruidenpreparaten kunnen interageren met geneesmiddelen die de patiënt mogelijk gebruikt, wat kan leiden tot ongewenste bijwerkingen of verminderde werkzaamheid van geneesmiddelen.
  7. Onjuiste dosering: Het niet naleven van aanbevolen doseringsrichtlijnen kan leiden tot overdosering of onvoldoende effectiviteit van kruidenpreparaten, met mogelijke gezondheidsrisico’s tot gevolg.
  8. Gebruik van niet-geschikte delen van de plant: Sommige delen van planten kunnen giftig zijn of ongewenste neveneffecten veroorzaken wanneer ze worden ingenomen, vooral als ze niet correct worden bereid.
  9. Gebruik van kruiden van lage kwaliteit: Inferieure kwaliteit kruiden kunnen verontreinigingen bevatten of minder werkzame bestanddelen bevatten, wat de veiligheid en effectiviteit van kruidenpreparaten kan beïnvloeden.
  10. Gebrek aan regelgeving: Onvoldoende regelgeving en toezicht op de productie en verkoop van kruidenpreparaten kunnen resulteren in inconsistentie en gebrek aan veiligheidscontroles.
  11. Gebrek aan standaardisatie: Variabiliteit in de samenstelling en concentratie van actieve bestanddelen in kruidenpreparaten kan leiden tot onvoorspelbare effecten en mogelijke veiligheidsproblemen.
  12. Onjuiste etikettering: Onnauwkeurige of misleidende etikettering van kruidenpreparaten kan consumenten en voorschrijver misleiden over de inhoud, dosering, of mogelijke bijwerkingen, wat de veiligheid in gevaar kan brengen.
  13. Gebruik tijdens zwangerschap: Sommige kruidenpreparaten kunnen schadelijk zijn voor zwangere vrouwen of de ontwikkeling van de foetus beïnvloeden, waardoor het gebruik ervan tijdens de zwangerschap riskant kan zijn.
  14. Langetermijngebruik: Het langdurig gebruik van bepaalde kruidenpreparaten kan cumulatieve effecten hebben op de gezondheid, zoals nier- of leverproblemen, vooral als de dosering niet goed wordt gecontroleerd.
  15. Gebrek aan veiligheidsonderzoek: Veel kruidenpreparaten hebben mogelijk niet voldoende veiligheidsonderzoek ondergaan om potentiële risico’s en bijwerkingen volledig te begrijpen.
  16. Verontreiniging tijdens productie: Onjuiste hygiënische praktijken tijdens de productie van kruidenpreparaten kunnen leiden tot verontreiniging met schadelijke stoffen, zoals bacteriën of schimmels of restanten van schoonmaakmiddelen.
  17. Misbruik of misbruik: Onjuist gebruik of misbruik van kruidenpreparaten, zoals overdosering, kan leiden tot ernstige gezondheidsproblemen of zelfs toxiciteit.
  18. Sensibilisatie: Langdurig of overmatig gebruik van bepaalde kruidenpreparaten kan leiden tot sensibilisatie, waarbij het lichaam overgevoelig wordt voor bepaalde stoffen en allergische reacties veroorzaakt.
  19. Verkeerde verwachtingen: Onrealistische verwachtingen van de effecten van kruidenpreparaten kunnen leiden tot teleurstellingen of het negeren van mogelijke risico’s en bijwerkingen.
  20. Gebrek aan bewustzijn en kennis: Gebrek aan bewustzijn en kennis bij consumenten en zorgverleners over mogelijke risico’s en bijwerkingen van kruidenpreparaten kan leiden tot onbedoeld misbruik of onjuist gebruik.

Een belangrijke aanvulling in het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten is in 2020 aan artikel 4 van deze wet toegevoegd:

Kruidenpreparaten bevatten geen:

  • aconitine of derivaten hiervan,
  • aristolochiazuren of derivaten hiervan,
  • atropine of derivaten hiervan,
  • colchicine of derivaten hiervan,
  • hyoscyamine of derivaten hiervan,
  • m- en o-synefrine of derivaten hiervan,
  • olie uit Artemisia absinthium (absintalsem), onverminderd de bij artikel 6, tweede lid, en bijlage III, deel B, van verordening (EG) 1334/2008 gestelde voorschriften inzake de toegelaten aanwezigheid van thujon in bepaalde samengestelde levensmiddelen,
  • pilocarpine of derivaten hiervan,
  • scopolamine of derivaten hiervan,
  • strychnine of derivaten hiervan,
  • yohimbe-alkaloïden of derivaten hiervan.

Specifiek wordt een 48-tal planten en schimmels genoemd die niet mogen worden verhandeld volgens de genoemde wet.

Je zou kunnen stellen dat uitsluitend een goed opgeleid hbo-orthomoleculair therapeut/arts, alsmede een goed opgeleid hbo-fytotherapeut kennis van al deze zaken zal hebben.

Jan Blaauw is orthomoleculair en natuurgeneeskundig therapeut bij Praktijk Blaauw. Hij is tevens oprichter en hoofd-docent van het opleidingsinstituut Ortho Linea.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

N&S Magazine 2024

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen