Is het uitzicht op vaststelling maximale gehaltes per dagdosering voor vitamines en mineralen vloek of zegen?

Jan Blaauw bespreekt de aankomende EU-regels voor maximale doseringen van vitamines en mineralen in supplementen en de mogelijke gevolgen daarvan.

Is het uitzicht op vaststelling maximale gehaltes per dagdosering voor vitamines en mineralen vloek of zegen?

Door Jan Blaauw

De Europese Voedingssupplementenrichtlijn 2002/46/EG vormt de basis voor alle wettelijke eisen en normen voor in de handel verkrijgbare voedingssupplementen. Er mogen alleen die vitamine- en mineraalverbindingen in voedingssupplementen aanwezig zijn die op de vernieuwde annex 2 (2009/1170) en de daaropvolgende uitbreidingen staan vermeld. Dit op zich heeft al geleid tot het verbod van een kleine 200 supplementen die niet meer mochten.

Een onderdeel van deze regeling betreft de vaststelling van de maximale gehaltes per dagdosering ofwel maximum dagelijkse dosis vitamines en mineralen. Nu gelden daarvoor nog de nationale regels met alleen restricties voor A, B6, D en jodium in Nederland, met soms ook verplichte waarschuwingsteksten.

De Europese Commissie (EC) werkt nog steeds aan een voorstel voor maximale hoeveelheden van vitamines en mineralen in voedingssupplementen, die dan in de hele EU gaan gelden. Dat kan alleen op basis van de wetenschappelijke adviezen van EFSA (European Food and Safety Authority), die gebaseerd zijn op aangeleverd onderzoek van betrokken aangewezen partijen voor de veilige bovengrens (Upper Limit (UL)) per vitamine en mineraal. De EC heeft aangegeven om een voorstel voor maximale hoeveelheden in 2024 te publiceren, maar dit kan ook uitlopen tot 2025. Het Europees parlement en de lidstaten moeten het daarna met dit voorstel eens worden en dan kan het voorstel als wetgeving worden aangenomen. Deze ambtelijke molens werken traag en de verwachting is dan ook dat dit veel langer zal gaan duren voordat dit zijn besluit krijgt.

Modellen

In 2009 heb ik op een vergadering van de MBOG al een lezing gehouden met als titel: De toekomst voor orthomoleculaire optimale (hoge) doseringen – Moeten we ons zorgen maken als MBOG-leden?

Er zijn diverse modellen voorgesteld om tot de maximale EU-gehaltes voor vitamines en mineralen te komen. Vanuit Duitsland wordt aangedrongen op zeer conservatieve lage gehaltes door de BfR (Bundesinstitut für Risikobewertung), vanuit de UK (IOM en EVM) en de ERNA/EHPM komen meer realistische benaderingen om tot deze maxima te komen.

Het blijft vreemd dat Duitsland een dergelijk laag, ondoordacht en onrealistisch voorstel heeft gedaan (zie tabel). Om de verzochte BfR-waarden in perspectief te zetten:

  • 200 g sirloin steak levert ca 7.2 mg zink, 3 keer zoveel als de BfR-maximum level van zink in voedingssupplementen.
  • Een enkele grote rauwe wortel (70 g) bevat 7.2 mg bètacaroteen (601 mcg Retinol Equivalenten), ongeveer 3.6 keer de BfR-maximum level voor bètacaroteen in voedingssupplementen.
  • Eén enkele paranoot (5 g) bevat 96 mcg selenium, meer dan 3 keer de BfR-maximum level voor selenium in voedingssupplementen.
  • Een kop met rauwe french beans (180 g) levert ongeveer 346 mg magnesium, 3.5 mg zink en 734 mcg foliumzuur — dit komt boven de voorgestelde BfR-maximum levels voor al deze drie nutriënten!

(De bovenstaande bepalingen zijn gedaan met behulp van de USDA National Nutriënt Database 2009.)

De EFSA heeft zelf op 24-01-2022 een paper gepubliceerd: Guidance for establishing and applying tolerable upper intake levels for vitamins and essential minerals. [1]

Dit betrof een leidraad vaststelling en toepassing bovengrenzen van vitamines en mineralen en behandelt aspecten van de risicobeoordeling zoals probleemformulering, methoden, bewijs en onzekerheidsanalyse en ook de algemene principes voor de risicobeoordeling van gevaren in voedsel (gevarenidentificatie, gevarenkarakterisering, innamebeoordeling, risicokarakterisering).

De Alliance for Natural Health (ANH) uit de UK heeft Nederlandse TNO (onderzoeksbureau) in 2013 opdracht gegeven om op basis van benefit-risk principes een nieuw wetenschappelijk rapport te maken om zodoende nieuwe maximale dagdoses per nutriënt voor te stellen en waar nodig voor bepaalde bevolkings- of patiëntengroepen een waarschuwingstekst. ANH-Int loopt voorop bij het bekritiseren van de bestaande benaderingen en publiceerde in 2010 twee wetenschappelijke artikelen in het peer-reviewed tijdschrift Toxicology [2,3] waarin de zwakke punten ervan werden blootgelegd. Dr. Verkerk legde de aard van de taak van TNO (die in 2013 aangetrokken werd) verder uit en zei: “De benaderingen die alleen op risico zijn gericht, hebben de neiging om de maximumniveaus extreem laag te houden, in een poging een vrijwel ‘nulrisico’ te garanderen op welke vorm van nadelig effect dan ook, hoe mild en van voorbijgaande aard ook, in de toekomst en ook voor de meest gevoelige individuen. Dit is zelfs het geval als dit betekent dat aanzienlijke voordelen voor de overgrote meerderheid worden uitgesloten. Door risico’s en voordelen te karakteriseren en te categoriseren, en dit te doen voor individuele vormen van voedingsstoffen, kunnen de risico’s veel proportioneler worden beheerst. Dit zal waarschijnlijk aanzienlijk hogere maximumniveaus betekenen dan die worden voorgesteld door de bestaande benaderingen, die de voordelen en verschillen tussen de voedingsvormen negeren.”

Hierbij moeten de cruciale omissies van de sleutelmodellen juist ingevuld worden:

  • Nutriëntvorm (behalve vitamine B3)
  • Aard, ernst en reversibiliteit van de bijwerkingen
  • Voordelen
  • Beschikbare data
  • Modelvalidatie
  • ‘Slope’ van de dosis/respons curve (deze is aanzienlijk minder diep bij calcium, magnesium en carotenoïden dan bij selenium, zink en chroom)

Het uiteindelijke onderzoek is gepubliceerd in Food Science and Nutrition in 2017 [4].

Safety en harmonisatie

Een van de drogredeneringen van deze wettelijke maximering zou de veiligheid voor consumenten zijn en dat die dan ook overal moet worden overgenomen. Als maxima ooit in de EU vastgelegd gaan worden, is er redelijk risico aanwezig dat de toegestane maxima, zoals deze nu in Nederland aanwezig zijn, van een aantal vitamines en mineralen (veel) lager worden vastgesteld met alle gevolgen van dien. De Brexit is niet gunstig geweest, omdat de UK altijd voor hogere maxima is en een wettelijke situatie heeft die veel meer lijkt op de Nederlandse situatie. Zeg maar een standaard liberaal beleid dat voor de totstandkoming van de Europese Voedingssupplementenrichtlijn 2002/46/EG al bestond als het ging om de stand van voedingssupplementen.

Als de huidige situatie al zo gevaarlijk is, waarom is er dan het hele jaar door, van kust tot kust in de hele VS (als voorbeeld), geen enkel sterfgeval als gevolg van welke vitamine dan ook te bekennen? Als vitaminesupplementen zo ‘gevaarlijk’ zouden zijn, zoals de FDA en ook de EFSA nu menen, en de nieuwsmedia en zelfs sommige artsen nog steeds beweren, waar zijn dan de lichamen?

Een ander verhaal vormt het potentiële gevaar van medicijnen. Keer op keer blijkt dat medicijnen die worden ingezet om de gevolgen van een verkeerde levensstijl te onderdrukken, leiden tot grote problemen. Van een dergelijk geneesmiddel wordt altijd wel iemand beter. Het is maar de vraag of u dat bent.

De informatievoorziening in het boek Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad van Peter Gøtzsche (Deense internist en hoogleraar), spant daarbij wel de kroon. Het vuurt in hoog tempo goed gedocumenteerde beschuldigingen af op de geneesmiddelenindustrie, overheden en artsen. De beschuldigingen betreffen corruptie en omkoping, maar ook het veroorzaken van grote hoeveelheden onnodige doden onder de gebruikers van volstrekt onnodige en vaak niet-werkende medicijnen.

Nog een belangrijk aspect is de interactie met medicijnen en de verhoogde behoefte aan voedingsstoffen (gebruik van de pil, statines, plaspillen, diabetica, maagzuurremmers, etc.). We komen regelmatig tekorten tegen door en in de voeding.

Voedselconsumptiepeiling (vcp)

Samenvatting vitamines en mineralen:

  • De inname van koper, magnesium, zink, vitamine B1, B3, B12 en K1 is bij volwassenen voldoende. Voor kinderen is dit voor koper, vitamine B3 en vitamine B12. Voor mannen is ook de inname van kalium en vitamine B6 voldoende.
  • Senioren volgen niet allemaal het suppletieadvies voor vitamine D. Meer opvolgen hiervan, samen met voldoende calcium, kan de kans op botbreuken verminderen.
  • Voor een aantal vitamines en mineralen worden bij een deel van de bevolking lage innames gezien (calcium, ijzer, vitamine A, B2, B6, C en folaat). Er zijn geen concrete aanwijzingen dat deze lage innames vanuit volksgezondheidsoogpunt zorgelijk zijn. Vervolgonderzoek naar voedingsstatus (bijvoorbeeld bepaalde bloedwaarden) of de prevalentie van klinische verschijnselen is wenselijk.
  • Voor veel vitamines en mineralen kan bij verschillende leeftijds-/geslachtsgroepen niet met zekerheid worden vastgesteld of er sprake is van lage innames, omdat er onvoldoende kennis is over de behoefte van deze voedingsstoffen. Dit is vaker het geval bij kinderen.
  • De natriuminname is bevolkingsbreed hoog. Een hoge natriuminname hangt samen met een hoge bloeddruk [5].

Voedselconsumptiepeiling (vcp) 2012-2016 voor 1-79-jaar. Samenvatting vitamines en mineralen: de voeding van een deel van de bevolking bevatte minder vitamine A, B1, C en E en magnesium, kalium en zink dan wordt aanbevolen. Onderzoek is nodig naar de effecten hiervan op de gezondheid.

Aan specifieke leeftijdsgroepen worden hogere innames geadviseerd: voor foliumzuur (voor vrouwen die zwanger willen worden), vitamine D (voor senioren), ijzer (voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd) en voor calcium (voor adolescenten). Deze hogere innames werden lang niet altijd gehaald. Dit onderschrijft de adviezen van de Gezondheidsraad aan genoemde groepen om foliumzuur- en vitamine D-supplementen te slikken. Voor de lage inname van ijzer en calcium zijn de gezondheidsconsequenties onduidelijk en is meer onderzoek nodig [6].

(JB) Het blijft vreemd dat ze zeggen dat voor de lage inname van ijzer en calcium de gezondheidsconsequenties onduidelijk zijn en dat er meer onderzoek nodig is! Dit is veelzeggend voor de Gezondheidsraad en RIVM.

Reeds bestaande Nederlandse maxima voor vitaminen

Enkele voorbeelden van vitaminen waarvoor maximale doseringen gelden, zijn:

  1. Vitamine A (retinol): De maximale dagelijkse dosering voor vitamine A is vastgesteld op 800 microgram voor volwassenen en 400 microgram voor kinderen jonger dan 11 jaar. In een capsule of tablet mag een maximum zitten van 4000 IE; dit is 1200 mcg.
  2. Vitamine D: De maximale dagelijkse dosering voor vitamine D is vastgesteld op 100 microgram voor volwassenen en kinderen vanaf 11 jaar.
  3. Vitamine E (alfa-tocoferol): De maximale dagelijkse dosering voor vitamine E is vastgesteld op 300 milligram voor volwassenen en kinderen vanaf 11 jaar. Vitamine E (complex) wordt uitgedrukt in mg-TE (mg d-alfatocoferol equivalenten en is voor 1 mg κ-tocoferol (natuurlijke) = 1 mg TE = 1,49 IE en voor 1 mg κ-tocoferol (synthetisch) = 0,735 mg-TE = 1 IE. Voor de andere tocoferolen en triënolen gelden weer andere omrekeningsfactoren.
  4. Vitamine K: De maximale dagelijkse dosering voor vitamine K is vastgesteld op 90 microgram voor volwassenen en kinderen vanaf 11 jaar.
  5. Vitamine B6: De maximale dagelijkse dosering voor vitamine B6 is vastgesteld op 21 mg per eenheid (capsule of tablet) voor alle vormen van vitamine B6.

De vraag is: blijft dit gehandhaafd en stelt Nederland nationale wetgeving boven Europese wetgeving?

Wat als?

Wat nu als er daadwerkelijk lagere waarden worden vastgesteld. Dan zal het volgende kunnen gebeuren:

  • Parallelle import
  • Grijze markt
  • Meer gebruik van poedervormen en vloeistoffen (omzeilen maximale hoeveelheid per tablet en capsule)
  • Bij aanblijven tablet/capsule meerdere keren slikken met therapietrouw probleem
  • Bij aanblijven tablet/capsule meerdere keren slikken, binnenkrijgen van vul-, hulpstoffen en bindmiddelen
  • Verstoorde verhoudingen voedingsstoffen
  • Naast multi of complexmiddelen vele losse extra innamen
  • Hogere kosten consument
  • Wildgroei-merken met moeilijk te analyseren juiste samenstelling producten, bewust laag vermelden van hoeveelheden
  • Ontstaan van inadequate multi’s
  • Inadequate therapieresultaten
  • Onmogelijkheid wegwerken daadwerkelijk aanwezige tekorten
  • ‘Davitamon en Dagravit doseringen’
  • Langzame overname van supplement door farmaceut (hogere doseringen, dus medicijn)

Bronnen zijn op te vragen bij de redactie.

Jan Blaauw is orthomoleculair en natuurgeneeskundig therapeut bij Praktijk Blaauw. Hij is tevens oprichter en hoofd-docent van het opleidingsinstituut Ortho Linea.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

N&S Magazine 2024

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen