De hetze rondom vitamine B6
Door Jan Blaauw
Vitamine B6 (pyridoxine) is een wateroplosbare vitamine die als co-enzym betrokken is bij tal van processen in het menselijk lichaam, zoals de aminozuurstofwisseling, de hormoonregulatie, de vorming van rode bloedcellen en de normale werking van immuunsysteem en zenuwstelsel. Mensen maken zelf geen vitamine B6 aan; een gezonde voeding (vlees, vis, eieren, zuivel, granen, groenten) levert doorgaans circa 1,5 mg/dag, wat de aanbevolen hoeveelheid dekt.
Inleiding
In orthomoleculaire therapie wordt echter vaak therapeutisch gewerkt met hogere doseringen pyridoxine of de bioactieve vorm pyridoxal-5-fosfaat (PLP/P5P). De supplementen worden ingezet bij stemmingsklachten, PMS, energieproductie, cognitieve functies, zwangerschapsmisselijkheid en preventie van perifere neuropathie bij medicatiegebruik (bv. isoniazide). Hoewel een tekort zeldzaam is, veroorzaakt het ernstige klachten. Anderzijds is chronisch gebruik van (te) hoge doseringen pyridoxine juist oorzaak van perifere neuropathie – een paradox waarbij extra B6 precies schade kan veroorzaken.
Vitamine B6 speelt een cruciale rol in het menselijk lichaam. Het functioneert als een essentiële cofactor voor meer dan 100 enzymen die betrokken zijn bij het metabolisme van aminozuren, koolhydraten en lipiden. Daarnaast is het belangrijk voor de synthese van neurotransmitters zoals serotonine, dopamine en GABA, wat verklaart waarom het vaak wordt ingezet bij stemmingsgerelateerde klachten. De vitamine is ook betrokken bij de vorming van hemoglobine en draagt bij aan een gezond immuunsysteem.
De controverse: media, politiek en de ‘hetze’ rondom B6
In 2016 ontstond publieke onrust na een Radar-uitzending op 5 september 2016. Daarin werd melding gemaakt van neuropathie door B6-supplementen; sommige producten bevatten toen 50–100 mg/pil of capsule, terwijl de Gezondheidsraad in 2014 al adviseerde om niet boven 25 mg/dag te gaan. De enquête van Radar gaf aan dat aanzienlijke gebruikers tintelingen of zenuwpijn ervaarden. De Consumentenbond noemde de hoge doseringen “bijzonder en onwenselijk”.
Lareb zag een duidelijke toename in meldingen en alarmeerde; het Ministerie VWS vroeg de NVWA BuRO om een risicobeoordeling. Eind 2016 werd aanbevolen de bovengrens voor volwassenen vast te leggen op 21 mg/dag. Dit leidde per 1 oktober 2018 tot een wettelijke limiet in Nederland.
De Radar-uitzending veroorzaakte een schokgolf in de supplementenindustrie en onder consumenten. Veel gebruikers van B6-supplementen werden plotseling geconfronteerd met de mogelijkheid dat hun gezondheidsproduct schadelijk kon zijn. De media-aandacht leidde tot een verhoogd bewustzijn, maar ook tot angst onder gebruikers. Sommige critici spraken van een ‘hetze’ tegen voedingssupplementen, terwijl voorstanders van strengere regulering wezen op de noodzaak van consumentenbescherming.
De politieke reactie was snel en besluitvaardig. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) nam de signalen serieus en schakelde de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in om de risico’s te beoordelen. Deze snelle reactie toonde aan dat de veiligheid van voedingssupplementen hoog op de politieke agenda stond.
Rol van Lareb en bijwerkingensignaal
Lareb speelde een cruciale rol. Van 2007–2018 werden meer dan 100 gevallen van zenuwschade na vrij verkrijgbare B6-supplementen geregistreerd (klachten als tintelingen, doof gevoel, brandend gevoel). Vanaf 2014–15 nam het aantal meldingen sterk toe. In 2024 meldde Lareb zelfs 238 gevallen, waarvan 79 bij doses ≤12 mg/dag (binnen de wettelijke limiet), en genezing trad op bij één derde na stoppen. Lareb benadrukt dat matige dosering veilig is, maar langdurige overmaat tot zenuwbeschadiging kan leiden, met grote individuele verschillen in gevoeligheid.
- 2007-2014: Eerste meldingen van zenuwschade bij B6-supplementgebruik komen binnen bij Lareb
- 2014-2015: Sterke toename van het aantal meldingen bij Lareb
- 2016: Radar-uitzending en publieke onrust; Lareb alarmeert autoriteiten
- 2018: Wettelijke limiet van 21 mg/dag wordt ingevoerd in Nederland
- 2024: Lareb rapporteert 238 gevallen, waarvan 79 bij doses ≤12 mg/dag
Het Nederlands Bijwerkingencentrum Lareb vervult een functie in het Nederlandse gezondheidssysteem door bijwerkingen van geneesmiddelen en gezondheidsproducten te monitoren. Door systematisch meldingen te verzamelen en analyseren, konden zij een patroon identificeren (met gemiddeld 15 meldingen per jaar!) dat volgens het Lareb wees op een causaal verband tussen B6-supplementen en neuropathische klachten. Dit is nog maar de vraag, omdat van vele meldingen niet bekend is wat de uiteindelijke doses was in het preparaat dat zij gebruikten.
Interessant was de bevinding dat zelfs bij relatief lage doseringen (≤12 mg/dag) neuropathische klachten konden optreden. Dit onderstreepte de grote individuele verschillen in gevoeligheid voor vitamine B6-toxiciteit. Sommige mensen bleken al bij lage doseringen symptomen te ontwikkelen, terwijl andere mensen hogere doses konden verdragen zonder merkbare problemen.
Onderzoek van NPN en Universiteit Maastricht
Brancheorganisatie NPN en Universiteit Maastricht startten eind 2016 onderzoek naar vitameren van B6. In 2017 werden in-vitro resultaten gepubliceerd: alleen pyridoxine bleek celdood te veroorzaken, met apoptosemarkers en remming van PLP-afhankelijke enzymen; PLP en andere vitameren bleken niet toxisch. Dit ondersteunt de stelling dat hoge dosering pyridoxine schadelijk is en suggereert dat P5P veiliger kan zijn – tot op heden zijn er geen bijwerkingen bij P5P gemeld.
Het onderzoek, uitgevoerd door de Universiteit Maastricht in samenwerking met brancheorganisatie NPN (Natuur- en gezondheidsproducten Nederland), was baanbrekend in het begrijpen van de mechanismen achter B6-toxiciteit. De onderzoekers richtten zich specifiek op de verschillende vormen (vitameren) van vitamine B6 en hun potentiële toxiciteit.
De in-vitro studies toonden aan dat pyridoxine (de meest voorkomende vorm in supplementen) celdood kon veroorzaken door apoptose (geprogrammeerde celdood) te induceren en de werking van PLP-afhankelijke enzymen te remmen. Dit mechanisme verklaart waarom hoge doses pyridoxine kunnen leiden tot neuropathie. Interessant genoeg bleek de bioactieve vorm pyridoxal-5-fosfaat (PLP/P5P) niet toxisch te zijn in dezelfde celmodellen.
Deze bevindingen hebben belangrijke implicaties voor de supplementenindustrie en voor therapeuten die met B6-supplementen werken. Ze suggereren dat de keuze van de specifieke vorm van vitamine B6 in supplementen cruciaal kan zijn voor de veiligheid ervan. De resultaten ondersteunen het gebruik van P5P als mogelijk veiliger alternatief voor pyridoxine, vooral wanneer hogere doseringen nodig zijn voor therapeutische doeleinden.
Discussie: veilige dosering en vorm
EFSA hanteerde lange tijd een UL van 25 mg/dag (EU) en 100 mg/dag (VS). In 2023 verlaagde EFSA de UL naar 12 mg/dag voor volwassenen, op basis van bewijzen voor neuropathie bij doseringen <25 mg (referentiepunt ~50 mg/dag met onzekerheidsfactor 4). EFSA maakte geen onderscheid tussen vormen van B6.
Critici zoals ANH Europe noemen de gelijke behandeling van alle vitameren conservatief, omdat de zwaarste bijwerkingen vooral bij extreme doses pyridoxine voorkwamen. Toxicologen wijzen op grote interindividuele verschillen, wat de beleidskeuze van ruime veiligheidsmarges legitimeert. Lareb liet zien dat zelfs bij 10–20 mg/dag klachten optreden.
Wat betreft vorm is er wetenschappelijke steun voor P5P-suppletie: slechts pyridoxine bleek in celkweek toxisch, PLP niet. In praktijk worden daardoor hogere doses P5P gebruikt zonder meldingen, maar EFSA handhaaft wel uniforme UL van 12 mg/dag, uit voorzichtigheid.
Pyridoxine (PN) – de meest voorkomende vorm in supplementen
- Goedkoper te produceren
- Moet door het lichaam worden omgezet naar actieve vorm
- In-vitro studies tonen toxiciteit aan
- Meeste bijwerkingsmeldingen geassocieerd met deze vorm
Pyridoxal-5-fosfaat (P5P/PLP) – de bioactieve vorm in het lichaam
- Duurder om te produceren
- Direct bruikbaar door het lichaam
- Geen toxiciteit aangetoond in celstudies
- Weinig tot geen bijwerkingsmeldingen
De discussie over veilige doseringen van vitamine B6 wordt gecompliceerd door verschillende factoren. Ten eerste zijn er grote individuele verschillen in gevoeligheid voor B6-toxiciteit. Sommige mensen ontwikkelen neuropathische klachten bij relatief lage doses, terwijl andere mensen hogere doses kunnen verdragen zonder problemen. Deze variabiliteit maakt het moeilijk om een universele veilige bovengrens vast te stellen.
Ten tweede is er de kwestie van de verschillende vormen van vitamine B6. Hoewel wetenschappelijk onderzoek suggereert dat P5P veiliger is dan pyridoxine, heeft de EFSA ervoor gekozen om geen onderscheid te maken tussen de verschillende vormen in hun veiligheidsrichtlijnen. Dit conservatieve standpunt is begrijpelijk vanuit een voorzorgsprincipe, maar frustreert orthomoleculaire therapeuten die graag hogere doses P5P zouden willen gebruiken voor specifieke indicaties.
Toekomstverwachtingen voor regelgeving en praktijk
Nederland volgt EFSA: limiet zal verder dalen naar ca. 12 mg/dag, conform nieuwe richtlijn. EU-harmonisatie wordt verwacht, waardoor heel Europa vergelijkbare maximale niveaus krijgt. Fabrikanten zullen hun formules aanpassen; hoog gedoseerde B6 (>25 mg) is sinds 2018 vrijwel van de markt. Bij doses tussen 10-15 mg zal aanvullend werk nodig zijn via kleinere capsules, magistrale bereidingen en zorgvuldige indicatiestelling.
Orthomoleculaire therapeuten en artsen dienen alert te zijn op neuropathiesignalen bij B6-gebruik, onafhankelijk van dosis en bij langdurig gebruik de B6-status (zoals PLP) te monitoren en cofactoren (B2, magnesium, folaat en vitamine B12) te waarborgen.
- Strengere regelgeving: verlaging van de wettelijke limiet naar 12 mg/dag in Nederland en later in de hele EU.
- Aanpassing door industrie: herformulering van producten, ontwikkeling van alternatieven zoals P5P-supplementen.
- Verandering in klinische praktijk: zorgvuldiger monitoring, meer aandacht voor individuele gevoeligheid en cofactoren.
- Voortgezet onderzoek: verdere studies naar veiligheid van verschillende B6-vormen en individuele risicofactoren.
De toekomst van vitamine B6-supplementatie zal waarschijnlijk worden gekenmerkt door een meer genuanceerde benadering. Naarmate ons begrip van de verschillende vitameren en hun veiligheidsprofielen groeit, kunnen regelgevende instanties mogelijk gedifferentieerde limieten vaststellen voor verschillende vormen van B6. Dit zou therapeuten meer flexibiliteit geven bij het gebruik van P5P voor specifieke indicaties.
Voor fabrikanten betekent dit een uitdaging om innovatieve oplossingen te ontwikkelen. Sommige bedrijven richten zich al op de ontwikkeling van P5P-supplementen als veiliger alternatief voor pyridoxine. Anderen werken aan formuleringen met verbeterde biologische beschikbaarheid, waardoor lagere doses effectiever kunnen zijn.
In de klinische praktijk zal er meer nadruk komen te liggen op gepersonaliseerde suppletie. Therapeuten zullen rekening moeten houden met individuele risicofactoren voor B6-toxiciteit, zoals genetische variaties, leeftijd, nierfunctie en gelijktijdig gebruik van andere medicijnen of supplementen. Regelmatige monitoring van B6-status en vroege herkenning van neuropathische symptomen zullen essentieel zijn voor veilige langdurige suppletie.
Conclusie
Vitamine B6 blijft essentieel, maar de paradox “baat het niet, dan schaadt het niet” geldt niet. Zowel tekorten als overmaat zijn schadelijk. De recente controverse heeft duidelijk gemaakt dat dosis, vorm en individuele gevoeligheid cruciaal zijn. Verwachte regelgeving zal strenger zijn, maar hopelijk ook verfijnder, mogelijk met differentie aan de hand van vorm en wetenschappelijke bewijsvoering. Professionals moeten blijven informeren, monitoren en supplementen inzetten met respect voor zowel effectiviteit als veiligheid.
De controverse rondom vitamine B6 illustreert een belangrijk principe in de voedingssupplementenindustrie: natuurlijk betekent niet altijd veilig en meer is niet altijd beter. Zelfs essentiële nutriënten kunnen schadelijk zijn wanneer ze in overmatige hoeveelheden worden geconsumeerd. Dit onderstreept het belang van wetenschappelijk onderzoek, zorgvuldige regelgeving en verantwoord gebruik van supplementen.
Voor consumenten is de belangrijkste les dat supplementen met respect en kennis moeten worden gebruikt. Het raadplegen van een (orthomoleculair) gezondheidsprofessional voorafgaand aan het gebruik van supplementen, vooral bij hogere doseringen of langdurig gebruik, blijft een verstandige aanpak.
Uiteindelijk draait het bij vitamine B6, zoals bij alle nutriënten, om balans. Het vinden van de juiste dosis en vorm voor individuele behoeften, zonder de grenzen van individuele veiligheid te overschrijden, blijft de uitdaging voor zowel professionals als consumenten in het veld van voedingssupplementen.
Bronnen kunnen worden opgevraagd bij de redactie.
Jan Blaauw is orthomoleculair en natuurgeneeskundig therapeut bij Praktijk Blaauw. Hij is tevens oprichter en hoofddocent van het opleidingsinstituut Ortho Linea.

