Hoofdpijn en migraine orthomoleculair ondersteunen
Uit onderzoek blijkt dat elke 2 weken 29% van de Nederlandse bevolking last heeft van hoofdpijn, en dat maakt hoofdpijn de meest voorkomende pijnklacht. Er zijn meer dan 150 soorten hoofdpijn, die onder te verdelen zijn in primaire en secundaire hoofdpijn.
Primaire hoofdpijn wordt veroorzaakt door fysiologische mechanismen die getriggerd worden door diverse factoren. Er is hierbij geen sprake van onderliggende ziekten. Migraine, clusterhoofdpijn en spanningshoofdpijn zijn bekende vormen van primaire hoofdpijn. Bij secundaire hoofdpijn is de hoofdpijn een symptoom van een onderliggende oorzaak, zoals een hersenschudding of hersenvliesontsteking. Ook een hersentumor kan oorzaak zijn van secundaire hoofdpijn. Bij twijfel over de oorzaak van hoofdpijn is doorverwijzing naar een arts aan te raden.
Triggerende factoren
Primaire hoofdpijn wordt meestal veroorzaakt door een opeenstapeling van triggerende factoren. Bekende triggers zijn stress, slaapgebrek, bepaalde voedingsmiddelen of de onthouding hiervan zoals koffie en alcohol, een vochttekort, schommelingen in de bloedsuikerspiegel en factoren zoals licht, geluid, geuren en het weer. Ook genetica, (laaggradige) ontstekingen, detoxificatiemechanismen, mitochondriale disfunctie en oxidatieve stress kunnen een rol spelen bij het ontstaan van hoofdpijn.
Specifieke triggers bij vrouwen met hoofdpijn rondom de menstruatie zijn hormonen. Sterke schommelingen van oestrogeen, bijvoorbeeld de daling van oestrogeen vlak voor de menstruatie, maakt bloedvaten gevoeliger voor prostaglandinen en neuroinflammatie, wat kan leiden tot hormonale hoofdpijn of migraine. Zo’n 10% van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd heeft last van hormonale of menstruele migraine.
Pijnstillers zoals paracetamol en ibuprofen kunnen helpen bij hoofdpijn maar kunnen, vooral bij veelvuldig gebruik, zelf ook oorzaak zijn van hoofdpijn. Ontstekingsremmende pijnstillers zoals ibuprofen of aspirine hebben als bijkomend nadeel dat ze het maag- en darmslijmvlies kunnen beschadigen en kunnen leiden tot maagzweren. Paracetamol kan een nadelige invloed hebben op de glutathionvoorraden in de lever. Het wegnemen, beperken of vermijden van triggerende factoren helpt bij het verminderen van hoofdpijn en migraine.
Pathofysiologie
Hoofdpijn is het gevolg van een verstoorde signalering en communicatie in hersengebieden, bloedvaten en omliggende zenuwen. Deze verstoorde signalering kan door triggerende factoren veroorzaakt worden, maar ook door directe mechanische triggers zoals een klap op het hoofd. Meestal zijn gebieden betrokken aan één kant van het hoofd, maar in sommige gevallen breidt de reactie zich uit naar het gehele hoofd. Dit effect verklaart mogelijk de verschillende vormen van hoofdpijn.
Hersenstructuren die betrokken zijn bij het ontstaan van hoofdpijn, zijn onder andere de hypothalamus, de hersenschors, de hersenstam en de hersenvliezen. Specifieke zenuwbanen die spieren en (pijngevoelige) bloedvaten aansturen, zijn betrokken bij diverse vasculaire en neuronale veranderingen in het hoofd.
Een overmatige glutamaat-neurotransmissie en depolarisatie van de hersenschors die zich over de hersenen verspreidt, speelt een rol bij het ontstaan van hoofdpijn. Deze en andere veranderingen in de prikkeloverdracht kunnen zich uiten in symptomen van onder andere misselijkheid, duizeligheid en aura, welke kunnen optreden bij migraine.
Naast het zenuwstelsel zorgt ook een verhoogde productie van neuropeptiden waaronder substantie P, CGRP en PACAP, die betrokken zijn bij de hersenactiviteit, neuroinflammatie, vasodilatatie en pijnbeleving, voor het ontstaan van hoofdpijn en migraine.
Orthomoleculaire ondersteuning bij hoofdpijn
Magnesium, B-vitamines, Tanacetum parthenium (moederkruid), co-enzym Q10 en omega 3-vetzuren beïnvloeden pathofysiologische mechanismen waardoor het ontstaan van hoofdpijn afgeremd kan worden.
Magnesium
Magnesium helpt het zenuwstelsel tot rust te brengen door remming van de NMDA-receptor en daarmee de glutamaattransmissie. Verder ondersteunt magnesium de energieproductie, het beschermt tegen neuroinflammatie en het speelt een rol in de spanning en ontspanning van bloedvaten. Al deze processen kunnen het ontstaan van hoofdpijn remmen.
Vitamine B2 (riboflavine)
Vitamine B2 (riboflavine) beschermt als antioxidant tegen oxidatieve schade en kan in hoge doseringen van 400 mg per dag, preventief werken bij migraine: het vermindert het aantal en de duur van migraineaanvallen. Daarnaast werkt riboflavine neuroprotectief, via verbetering van de energieproductie in mitochondriën en vermindering van ontsteking en oxidatieve stress.
Tanacetum parthenium (moederkruid)
Moederkruid (Tanacetum parthenium) is de laatste jaren bekend geworden vanwege migraine-remmende eigenschappen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat 50-150 mg moederkruid preventief kan helpen bij het verminderen van migraine en symptomen van migraine zoals pijn, misselijkheid, braken en gevoeligheid voor licht en geluid. In hogere doseringen (1-4x daags 100-300 mg) kan moederkruid curatief worden ingezet bij opkomende hoofdpijn en/of migraine.
De werkingsmechanismen van moederkruid in relatie tot hoofdpijn zijn onder andere te danken aan het bestanddeel parthenolide en essentiële oliën. Parthenolide heeft antioxidatieve eigenschappen en kan de (spastische) vasculaire spiercontractie remmen door het blokkeren van kaliumkanalen. Blokkade van kaliumkanalen draagt bij aan een betere polarisatie van de hersenschors. Chrysanthenyl acetaat, een essentiële olie in moederkruid, heeft ontstekingsremmende en pijnstillende eigenschappen. Tenslotte blijkt moederkruid ook een remmende werking te hebben op de bloedplaatjesaggregatie.
B-vitamines
Naast vitamine B2 spelen ook andere B-vitamines een rol in pathofysiologische mechanismen die betrokken zijn bij het ontstaan van hoofdpijn. Zo speelt vitamine B3 (niacine) een rol in het ontspannen en verwijden van de bloedvaten en het functioneren van mitochondriën. Vitamine B3 kan ook via een effect op serotoninelevels een beschermend effect hebben op hoofdpijn en migraine.
Vitamine B12 verlaagt, samen met foliumzuur en vitamine B6, het homocysteïnegehalte. Homocysteïne verhoogt de oxidatieve stress en activeert als GABA-antagonist de NMDA-receptor. Daarmee is homocysteïne een trigger voor het ontstaan van hoofdpijn en migraine. Verder helpt vitamine B12 bij het afvangen van stikstofmonoxide. Stikstofmonoxide is betrokken bij onder andere de overdracht van pijnprikkels en ontsteking en het remmen van de energieproductie in mitochondriën. Mensen met frequente migraine hebben vaker een tekort aan vitamine B12 dan mensen met minder frequente migraine, mogelijk door langdurig gebruik van pijnstillers die het maagslijmvlies aantasten. Lagere niveaus van vitamine B12 zijn ook gerelateerd aan andere vormen van hoofdpijn, waaronder spanningshoofdpijn.
Co-enzym Q10
Co-enzym Q10 speelt een belangrijke rol in de mitochondriale functie. De mitochondriale functie is vaak verstoord bij mensen met regelmatige hoofdpijn en/of migraine. Co-enzym Q10 verbetert via dit mechanisme de energieproductie in de hersenen en heeft tevens een belangrijke antioxidantfunctie. Onderzoek laat zien dat co-enzym Q10 kan helpen bij het verminderen van het aantal en de duur van migraineaanvallen.
Omega-3 vetzuren
Omega 3-vetzuren helpen neuroinflammatie te verminderen, ze verlagen stikstofmonoxide en verminderen de plotselinge ontspanning van bloedvaten. In hogere doseringen (circa 1.000 mg EPA en 750 mg DHA) kunnen omega 3-vetzuren, via deze mechanismen, helpen bij het verminderen van de frequentie en ernst van migraineaanvallen.

