Een interview met Robert Hartzema
Door: Sandrine Baaij, redactie PSC Magazine
Volgens Robert Hartzema is het boeddhisme geen stroming of religie, het is een praktische manier van onderzoek doen naar innerlijke patronen van denken en voelen. Onderzoek naar patronen waardoor wij onze problemen in stand houden. In zijn boek Boeddhistische Psychologie geeft hij een helder overzicht van verschillende psychologische inzichten en oefeningen uit vier belangrijke boeddhistische stromingen, die elkaar naadloos aanvullen en uiteindelijk kunnen leiden tot de ultieme bevrijding of verlichting.
Vanaf het begin van zijn onderricht heeft Boeddha de nadruk gelegd op het feit dat je hem niet moest geloven, dat zijn leer geen geloof, dogma of religie was en dat je het leven in al zijn facetten zelf moest onderzoeken. Alleen als je zelf je psyche onderzoekt, wordt dat wat je ontdekt, je eigen inzicht. Dit verklaart één van de uitspraken van Boeddha ‘Wees je eigen eiland’. Met andere woorden, vertrouw op jezelf en niet op de leer of op de leraar.
Vaak moet er iets dramatisch gebeuren (ontslag, ziekte, scheiding) voordat je werkelijk op zoek gaat naar wie je zelf bent, naar inzicht in de werking van je gedachten en emoties en de manieren waarop je jezelf belemmert en klemzet. Het zoeken naar psychologisch inzicht kan dan twee richtingen opgaan: 1. er wordt vanuit westers psychologisch inzicht gekeken naar wat er in het verleden is gebeurd en naar wat voor angsten, blokkades en overlevingsmechanismen daardoor zijn ontstaan of 2. er wordt binnen spirituele tradities, zoals het boeddhisme, gekeken naar het gewone, gezonde zelf met zijn gewone problemen, bezorgdheden en pijn met als doel dit te transformeren tot een staat van bewustzijn die zich kenmerkt door een onvoorstelbare openheid, helderheid en vrijheid.
Hartzema beschrijft ook dat geluk, voldoening of de eenheid met God aspecten zijn die, vanuit een westers perspectief, ver weg liggen. Iemand moet veel ontberingen hebben doorstaan om het ‘einde van de regenboog’ te bereiken. Vanuit het boeddhisme is bevrijding of verlichting de oorspronkelijke staat van bewustzijn, alleen zijn wij dit vergeten. Die bewustzijnsstaat van kalmte en helderheid is eigenlijk de basis, de oergrond waaruit alles ontstaat. Die helderheid van bewustzijn is gewoon aanwezig, helderheid is waar je wezenlijk naar zoekt: inzicht, vrijheid, liefde, intimiteit, autonomie, echtheid, onbezorgdheid en vanzelfsprekendheid.
Zijn er nog andere verschillen te benoemen tussen de westerse en boeddhistische psychologie?
Volgens Hartzema mogen beide vormen van psychologisch inzicht niet op een hoop worden gegooid. Een essentieel verschil is dat binnen het boeddhisme het inzicht vanuit een innerlijke zoektocht wordt verkregen. Wat belemmert mij om totaal vrij te zijn? Er bestaat hier een enorme drang om het leven te onderzoeken. De bevrijding zit niet in rijkdom, bescherming en welvaart, maar waar dan wel in?
Westers psychologisch inzicht wordt van buitenaf verkregen, bijvoorbeeld na een bezoek aan een medicus. De ziekte bijvoorbeeld wordt dan de invalshoek. Het doel is altijd gericht op het oplossen van specifieke problemen of het genezen van een bepaalde stoornis of ziekte.
Boeddhistische psychologie daarentegen heeft niet genezing als doel, maar wil jou inzichten geven in de werking van je geest, gedachten, gevoelens, emoties, ademhaling, lichaam en energiestromen. Het boeddhisme geeft slechts manieren aan om psychologische patronen die zich in je leven steeds weer herhalen, te gaan onderzoeken en uit te dagen. Mensen zijn vaak angstig om eigen stukken onder ogen te zien en ervaren een verandering, zoals een scheiding of een ziekte, niet als een opening naar vrijheid, maar als een crisis. Maar als je in staat bent om een crisis te zien als een opening, dan zou deze nieuwe wegen en perspectieven kunnen bieden.
Angst is de oorsprong van alle emotionele reacties en de belemmerende patronen die je daaruit hebt ontwikkeld. Door juist naar de angst toe te gaan, confronteer je jezelf met de angst als kracht of energie waardoor je dichter bij je bevrijding komt.
Een ander verschil is dat het boeddhisme het begrip ‘schuld’ niet kent. Wel het begrip ‘verantwoordelijkheid’. Je bent verantwoordelijk voor je eigen handelen. Probeer eens bewust te zijn van wat je zelf doet, dan pas zou je jezelf werkelijk kunnen bevrijden. Maar voordat je kunt kijken naar de gevolgen van wat je doet, voordat je die wetmatigheid van oorzaak en gevolg kunt gaan onderzoeken, zul je je eerst wat meer bewust moeten worden van jezelf.
In de boeddhistische psychologie wordt een onderscheid gemaakt tussen de problemen die ontstaan door je eigen handelen (karma) en de problemen die ontstaan, doordat je emotioneel geïdentificeerd raakt met gevoelens en gedachten en de enorme belangrijkheid van het ego zelf (klesa).
Boeddhistische psychologie kijkt ook niet naar je levensgeschiedenis. Door naar jezelf te kijken in het hier en nu ontstaat de rust om jezelf te observeren door middel van meditatie. Het kijken vindt niet op een afstand plaats, zoals in een therapeut-cliënt relatie, maar vindt plaats terwijl je aan het mediteren bent.
Er is een duidelijk verschil tussen het begrip ‘kennis’ binnen de westerse psychologie en het begrip ‘inzicht’ waarbij je veranderingen voelt en ondergaat.
Wat zijn de verschillende inzichten binnen de boeddhistische psychologie?
Psychologische inzichten in het boeddhisme zijn gebaseerd op vier belangrijke stromingen.
De eerste stroming, de ‘Hinayana’ genoemd, onderzoekt hoe gedachten en emoties ontstaan en hoe patronen die frustraties en lijden veroorzaken, zich daaruit ontwikkelen. Zij ontleedt de manier waarop het bewustzijn werkt en vormt uit vormen, gevoelens, waarnemingen, emoties, associaties en denkbeelden een ik om vervolgens die ik krampachtig in stand te houden. De weg naar bevrijding bestaat binnen deze stroming uit meditatieoefeningen die erop gericht zijn de verkrampingen van je geest te leren ontspannen waardoor je minder door emoties wordt beïnvloed. In dat opzicht is de Hinayana concreet en praktisch.
De tweede stroming wordt de ‘Mahayana’ genoemd. Deze bouwt voort op de inzichten, oefeningen en verworvenheden van de Hinayana met als doel de bevrijding van alle andere levende wezens, mensen en dieren. De Mahayana richt zich meer op het ontwikkelen van positieve gevoelens en handelingen in de relatie met anderen. De vraag is hier: hoe houd je de relatie met een ander zo zuiver mogelijk? Daarvoor is het belangrijk om door meditatieoefeningen de emotionele reacties van begeerte, woede, trots en jaloersheid te transformeren in gevoelens van gelijkmoedigheid, liefde, mededogen en vreugde.
De derde stroming ‘Vajrayana’ gaat ervan uit, dat je de twee vorige wegen hebt doorlopen en richt zich volledig op de persoonlijke, individuele verwezenlijking van de bevrijding zelf. De Vajrayana-stroming bouwt voort op het inzicht dat alles verschijnt uit leegte (egoloosheid) en herkent dat alles eigenlijk energie is. Helderheid is hier energie. Vanuit dit holistische perspectief richt de Vajrayana zich op het direct gebruiken van de energie van lichaam, adem, emoties, gedachten en bewustzijn waardoor de bevrijding als een directe, lichamelijke en geestelijke ervaring wordt verwezenlijkt. Hier worden veel meditatie- en yoga-oefeningen gedaan. De Vajrayana richt zich op het ervaren van energiecentra en energiestromen, het direct werken met emotionele energie, het ontwikkelen van bepaalde krachten, het beheersen van het denken en het ontwikkelen van een multidimensionaal bewustzijn.
De vierde en meest vérgaande stroming is ‘Dzokchen’, de volkomen volmaaktheid. Het meest scherpe, allesdoorsnijdende inzicht dat erop gericht is de volmaakte helderheid of het ontwaakte bewustzijn direct te verwezenlijken. Je probeert niet om iets te verbeteren, te transformeren of te ontstijgen, maar je neemt alles ‘zoals het is’, ook de meest felle emoties. Het gaat om de helderheid in het moment zelf, het puur en totaal aanwezig zijn dat niet aan omstandigheden is gebonden.
Betekent bevrijding het loslaten van het ego?
Volgens Hartzema is de westerse psychologie een goede voorbereiding op een verdere persoonlijke ontwikkeling. Er zijn binnen deze psychologie veel inzichten verkregen om een krachtig ego te ontwikkelen. Een ego dat zich neer kan zetten, in zichzelf gelooft, zich kan ontplooien, zijn wilskracht gebruikt en zijn grenzen stelt. Een sterk ego is van essentieel belang. Een krachtig gevoel is noodzakelijk, voordat je kunt beginnen om dat ik geleidelijk weer los te laten. Dus ja, bevrijding betekent in zekere zin dat het ego zichzelf geleidelijk loslaat, maar pas nadat voldoende egosterkte is ontwikkeld.
Volgens Boeddha is het inzicht in het ego, de illusie ervan en het erkennen dat het een illusie is, het enige dat het lijden aan het lijden werkelijk kan opheffen. Boeddha heeft een meervoudig pad ontworpen dat eigenlijk eenvoudig begint en pas aan het eind zal leiden naar het werkelijk verwezenlijken van de ruimte van het Zijn en een volstrekt transparant ik.
Binnen de Hinayana wordt het inzicht van geen-ik of egoloosheid wel genoemd maar alle praktische aanwijzingen zijn gericht op het ontwikkelen van oplettendheid, het waarnemen van wat je nu eigenlijk doet, voelt en denkt en het ontwikkelen van een gezond en evenwichtig ego dat zichzelf en anderen geen schade berokkent.
In de Mahayana wordt het inzicht van egoloosheid verder uitgewerkt in het idee van de leegte van alles. Pas in de Vajrayana worden oefeningen gegeven om de ruimtelijkheid van het ik en alle verschijnselen werkelijk te ervaren, zodat dit inzicht in de meest vérgaande stroming, de Dzokchen, uiteindelijk volmaakt verwezenlijkt kan worden. Deze ultieme verwezenlijking is alleen mogelijk vanuit een stevig en psychisch gezond ego dat goed voor zichzelf kan zorgen.
Met andere woorden, wanneer je de eigen grenzen niet haarscherp bewaakt, je jezelf niet krachtig kunt neerzetten, niet in staat bent je eigen leven te leiden en geen verantwoordelijkheid voor je eigen daden kunt nemen, dan kun je op geen enkele manier de uiterlijke ruimte creëren die nodig is om innerlijke ruimte te verwezenlijken.
Wat heeft jouw enorme interesse in het boeddhisme aangewakkerd?
“Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in psychologie en spiritualiteit. Op mijn 14e had ik Freud al ontdekt en ik ben mijn hele leven altijd blijven lezen. Ook ontdekte ik de boeken van Gurdjieff en er stonden talloze boeken over het boeddhisme in de boekenkast van mijn vader. Daarnaast heb ik les gehad in het centrum van Tarthang Tulku. Hij ontwikkelde de Ruimte Tijd Kennis Visie nadat hij een aantal jaren met westerlingen had gewerkt. Deze visie is speciaal toegesneden op de westerse geest en biedt een schat aan inzichten en oefeningen waarmee, los van elke overtuiging, geloof of leer, de eigen ervaring van ‘de werkelijkheid’ wordt onderzocht. Tarthang Tulku was van mening dat deze westerse visie door westerlingen moest worden doorgegeven. Hij heeft mij gevraagd voor hem les te gaan geven, wat ik vijftien jaar gedaan heb.
Ook heb ik verschillende opleidingen gevolgd gericht op lichaamswerk, ben ik dertien jaar docent geweest aan de opleiding Psychosociaal Werk en daarnaast had ik mijn eigen praktijk als lichaamsgericht therapeut.
Keerpunt in mijn leven was het overlijden van een aantal vrienden en kennissen van mijn leeftijd binnen één jaar. Dit was voor mij een duidelijk moment van reflectie. Ik heb toen anderhalf jaar vrij genomen en ik ben in Frankrijk gaan nadenken over wat ik nou zelf echt wilde in dit leven. Zo ben ik 8 jaar geleden begonnen met de jaartraining Boeddhistische Psychologie en vervolgtrainingen als een vlijmscherpe westerse weg naar bevrijding.”
Robert Hartzema werkte als therapeut, trainer en supervisor. Hij heeft dertig jaar les gegeven in het Tibetaans Boeddhisme en is auteur van inmiddels dertien boeken over bewustwording. (zie www.karnak.nl)

