Door: Rob H. van Dijk
Ga ik met mijn gezin naar de camping in Frankrijk of kies ik voor mezelf en zoek ik de stilte op tijdens een meditatieweek? Iedereen die de weg naar bevrijding gaat, komt vroeg of laat voor dit soort dilemma’s te staan. Het zijn schijnbare loyaliteitsconflicten. In de werkelijke wereld bestaan geen conflicten. Alles is daarin volmaakt in evenwicht.
Dit artikel schreef Rob van Dijk kort voor hij in maart 2011 overleed.
Rob van Dijk (1951) hield zich vanaf de jaren tachtig bezig met de studie van Advaita Vedanta. Vanaf 1982 begeleidde hij mensen op hun zoektocht naar zichzelf, eerst als tutor op de School voor Filosofie in Amsterdam, later in zijn eigen Advaitacentrum. De laatste jaren van zijn leven woonde hij op Bali, in stilte en eenzaamheid. Daar vulde hij zijn dagen met mediteren en het schrijven van filosofische boeken en artikelen. Bij Viveki verschenen van hem de boeken Apen Vangen (2006), Korte Kennis (2008) en Op zoek in India (2010). Afgelopen maart overleed Rob na een lange ziekte.
Jarenlang ben ik tutor geweest van een mannengroep op de School voor Filosofie. Op deze school kregen de leerlingen allerlei regels en ze werden geacht zich daaraan te houden. Een van die regels was: de School gaat altijd voor. Als een leerling in het kader van de cursus met zijn groep naar een interne studiewerkweek moest, mocht hij zijn groep niet in de steek laten. Regelmatig zorgde dit voor loyaliteitsconflicten. Want wat te doen als het gezin hem niet wilde missen vanwege een geplande vakantie? Tja, dan was er die regel: de School gaat altijd voor. Stel, dat hij geen vrij kon krijgen van zijn werk? De School gaat altijd voor. Was die regel het waard om er zijn job voor in de waagschaal te stellen? Of stel, dat een van zijn kinderen of zijn vrouw kort voor die week ziek werd? Jammer voor de zieke, maar de School gaat altijd voor?
Loyaal zijn
Als iemand uit mijn groep bij me kwam om te zeggen dat hij ‘echt niet’ naar de studieweek kon gaan, dan werd ik geacht de regel toe te passen en aan de student voor te houden: de School gaat altijd voor. Persoonlijk vond ik deze regel niet zo moeilijk. Ik vond zelf dat de School altijd voorging, want dat paste in mijn persoonlijke doelstelling, ik vond vakantie vieren zonde van mijn tijd, en wat mijn werk betreft, als zelfstandige kon ik mijn eigen werkuren regelen. Mijn familie was er snel aan gewend dat bij mij ‘de School altijd voorging’. Maar zo gemakkelijk ging dat natuurlijk niet bij iedereen. De betreffende student stond dan tussen twee hete vuren. De druk vanuit de School was vaak groot. Maar de druk vanuit het gezin en de familie was net zo groot. Hij vond dat hij loyaal moest zijn aan zichzelf, aan zijn gezin en familie, maar ook aan zijn filosofiegroep. Alles tegelijkertijd was echter onmogelijk. Er moest dus gekozen worden en elke keus zou vervelende consequenties hebben, zoals een huis vol herrie of nog erger, zijn vrouw, zijn werk of zijn groep verliezen. Hij moest kiezen, daar was geen ontkomen aan! Binnen de School werd dit een loyaliteitsconflict genoemd. Maar ik leerde ook om het als een ‘schijnbaar loyaliteitsconflict’ te bestempelen.
Belofte maakt schuld
De School ligt al vele jaren achter me. Maar onlangs kwam ik als spiritueel leraar toch weer met een loyaliteitsconflict van een leerling in aanraking. Op een bepaald moment was het hem duidelijk, dat hij op zijn weg naar moksha (bevrijding) een nieuwe impuls nodig had. Daarvoor zou hij twee weken naar Bali kunnen komen om met mij te spreken en oefeningen te doen om zodoende de voorwaarden te scheppen voor de volgende stap in zijn ontwikkeling. Toen ik hem uitnodigde, wilde hij dolgraag onmiddellijk naar Bali komen. Maar hij vertelde dat hij pas over drie maanden zou kunnen komen. Hij had namelijk een belofte aan zijn vrouw gedaan. Zij is dyslectisch en hij zou haar helpen bij het maken van een scriptie die het laatste deel van haar opleiding vormde. En ja, belofte maakt schuld, hè? Ik zette de zaak nog eens extra op scherp door hem op enigszins schampere toon te vragen: “Tja, en die belofte is het belangrijkste, hè?”
Zo werd het een typisch geval van een loyaliteitsconflict. Moest hij loyaal zijn aan zijn eigen normen: ‘belofte maakt schuld’ en ‘ik mag niet egoïstisch zijn’? Moest hij dus zichzelf wegcijferen en loyaal zijn aan zijn vrouw en aan de belofte die hij haar gedaan had? Of moest hij doen wat hij het liefste wilde en dus loyaal zijn aan zichzelf en zijn persoonlijke doelstelling die hij als het belangrijkste in zijn leven bestempeld had?
Vertrouwen
Hier is onmiskenbaar sprake van een loyaliteitsconflict. Maar het is een schijnbaar conflict. Schijnbaar, omdat er in werkelijkheid nooit een echt loyaliteitsconflict kan zijn. Het kan namelijk nooit zo zijn dat het maken van een keus voor het ene in conflict staat met iets anders. Het kan niet anders dan dat dit zogenaamde conflict zich in een schijnwereld afspeelt. In de werkelijke wereld bestaan geen conflicten. Alles is daarin in evenwicht, alles is volmaakt. En toch zal iedereen het gewetensconflict herkennen. Het komt je zo werkelijk voor. Hoe zou het dan in hemelsnaam schijn kunnen zijn? En iedereen zal de uitweg uit dit soort dilemma’s willen weten.
De uitweg begint met vertrouwen. Je moet eerst de mogelijkheid erkennen, dat het conflict inderdaad wel eens een schijnbaar conflict zou kunnen zijn. Daarvoor moet je vertrouwen schenken aan de leraar en aan wat hij zegt. Dit is niet alleen de eerste, maar ook meteen de grootste hobbel die genomen moet worden. Als je met een dergelijk loyaliteitsconflict geconfronteerd wordt, komt de situatie je namelijk zeer reëel voor. Vertrouwen opbrengen om in je geest de mogelijkheid toe te laten dat je het misschien verkeerd ziet, is meestal een brug te ver. Maar stel, dat je zover komt dat je het schijnbare karakter van het conflict welwillend onder ogen ziet. Je zult dan al snel kunnen begrijpen dat het conflict alleen kan bestaan bij de gratie van jouw eigen initiatief om iets wat één is, te verdelen in tweeën. Dat wil zeggen dat je de ene en enige waarheid splitst in twee of meer waarheden. De waarheden in het voorbeeld zijn: ik moet me houden aan mijn belofte die ik aan mijn partner gedaan heb (1) en ik moet trouw zijn aan mezelf en aan mijn doelstelling dat ik moksha tot het belangrijkste doel in mijn leven heb gemaakt (2). Kiezen voor het een, betekent onvermijdelijk het ondergeschikt – of minder belangrijk – verklaren aan het ander. Dat wringt. Je voelt onmiddellijk aan dat dit niet juist kan zijn. Ze zijn allemaal belangrijk. Je vrouw én je levensdoel én je eigen normen. En toch, toch moet je kiezen. Een prioriteitenlijst zal je hier niet bij kunnen helpen.
Egowensen
Kan advaita misschien helpen? Advaita betekent ‘niet-twee’, waarmee de enige en eeuwige waarheid aangeduid wordt. Niet-twee (eenheid) is een universeel gegeven, een begrip dat staat voor het absolute. Niet-twee weerspiegelt de universele en altijd geldende waarheid in de absolute wereld. Twee (dualiteit) is een individueel gegeven, een begrip dat staat voor onwaarheid en onwetendheid. Twee is een fenomeen dat zich alleen in het ego en in een relatieve wereld afspeelt, zoals het idee van ‘ik en de ander’.
Het moeten kiezen in ons voorbeeld duidt onmiskenbaar op ’twee’. Dat is dus per definitie op onwetendheid gebaseerd. Het is een egoactiviteit die zich afspeelt in de schijnwereld van relatieve waarheden. De uitweg uit het dilemma moet dus gezocht worden in het tegendeel van onwetendheid en dat is kennis. En die zegt dat er alleen conflicten optreden bij belangen en wensen. In ons voorbeeld is er duidelijk sprake van twee of meer wensen die elk op zich waardevol en zeker niet verkeerd zijn. Een wens om loyaal te zijn aan je partner en je belofte aan haar en een wens om loyaal te zijn aan je levensdoel. Omdat het er meerdere zijn, kan het dus niet anders dan dat het egowensen zijn. In dit geval hebben ze elk het sausje van waarheid: je moet een ander helpen, je moet loyaal zijn tegenover anderen, je moet loyaal zijn tegenover jezelf. Echter, waar het conflict om de hoek komt kijken, is wanneer je alles tegelijk wilt!
Jij bent hier de enige die een scheiding aanbrengt in een onscheidbare waarheid. Dat kan dus niet anders dan ‘een kunstje’ zijn. Het is een schijnvertoning. Je denkt vervolgens dat je moet kiezen tussen twee waarheden. Daar zit de onwetendheid. Het is namelijk in werkelijkheid een keus tussen egowensen, weliswaar overgoten met een filosofisch sausje van waarheid, maar het blijven egowensen. En alleen omdat je ze allemaal tegelijk wilt bevredigen, is een keus maken zo moeilijk.
Kies niet
De uitweg uit het dilemma is kort gezegd: weiger een keus te maken, want je wilt toch alles tegelijkertijd, wat onmogelijk is. Weiger ook om van de ene werkelijke waarheid twee waarheden te maken. Die twee waarheden lijken misschien waar, maar dat zijn ze niet. ‘Ja, maar,’ hoor ik je nu denken, ‘ik zal toch moeten kiezen?’ Nee, dat is niet zo! Je moet juist weigeren te kiezen. Je moet en je kunt alleen kiezen als je twee wensen hebt. Als je geen wensen hebt, hoef je ook niet te kiezen. Twee waarheden bestaan al helemaal niet. Het moeten kiezen tussen twee waarheden is een schijnprobleem, door jezelf opgeworpen. Je denkt te moeten kiezen tussen twee dingen die even waar en even belangrijk zijn. Dat creëert het loyaliteitsconflict.
Als je beseft dat er alleen een keuze gemaakt kan worden tussen twee wensen, dan is er geen conflict meer. Dan is het eenvoudig een kwestie van volgorde. Eerst dit, dan dat. En je hebt enkel belang bij de volgorde. Het zal je worst zijn, want je hebt geen wensen en geen belangen. In de werkelijke wereld hoef je nooit te kiezen. In die wereld kun je niet eens kiezen. Want daar spelen geen wensen en belangen.
Dit artikel komt uit Inzicht, nummer 3, september 2011.
Met toestemming gepubliceerd.
www.inzicht.org

