Door: Sacha van den Ende, hoofdredacteur
Beste lezer,
Spoorzoeken doet mij aan vroeger denken. Zo probeerden wij altijd uit te vinden van welke vogel de afdrukken in het zand afkomstig waren. Of we liepen in het weekend de speurtocht die onze ouders voor ons hadden uitgezet. Dan hadden zij aanwijzingen achtergelaten en zo een hele route uitgestippeld. Degene die het eerst bij het einde aankwam, won een prijs. Eigenlijk kregen we allemaal een prijs, alleen de winnaars mochten als eerste hun prijs kiezen. Ook de droppings in het donker vonden we geweldig. Ergens afgezet worden en dan je weg weer terugvinden met een kompas en logisch nadenken. Zo hebben we heel wat weekenden plezier gehad.
Eigenlijk lijkt ons huidige leven best veel op die speurtochten en droppings van vroeger. Alleen is er niemand die vooraf de speurtocht voor ons heeft uitgezet. Ook krijgen we er over het algemeen geen routebeschrijving of kompas bij. Wel kunnen we hulp inschakelen van bijvoorbeeld een coach of counselor als we echt de weg kwijt zijn of die dreigen kwijt te raken. Als coach of counselor kun je iemand uitstekend begeleiden bij zijn speurtocht. Niet alleen kun je samen bepalen waar de speurtocht naartoe leidt. Ook de route en de hulpmiddelen, beschikbaar tijdens de tocht, kun je samen helder krijgen. De route in de speurtocht van het leven ligt niet vast en de keuzemogelijkheden kun je samen verkennen.
Rudy Vandamme heeft hier een heel praktisch model voor ontwikkeld: het vorkmodel. De vork met zijn vier tanden staat hierbij voor de vier sporen die iemand kan bewandelen. Het eerste spoor is het project of doel dat iemand heeft. Dit kan een vraag zijn of een klacht. Het tweede spoor is de zelfsturing, de aansturing van het project. Hoe is iemand bezig met zijn project? Het kan allemaal soepel verlopen, maar er kunnen zich ook hindernissen voordoen onderweg. Het derde spoor wordt gevormd door de identiteit. Sluit dit project aan bij de identiteit? Past het bij hem of haar? Het vierde spoor is het grotere geheel. Hierbij ga je als coach het grotere geheel aan het project toevoegen. Dit kunnen collega’s zijn, een gezin of de maatschappij in het algemeen. Deze vier sporen geven een mogelijkheid tot zinvolle en duurzame ontwikkeling.
Het is fijn als je iemand kunt helpen met zijn speurtocht. Zeker als je daar een heel praktische methode voor hebt. Een andere praktische methode van je weg zoeken is het lopen van een labyrint. Eigenlijk hoef je in een labyrint je weg niet te zoeken zoals in een doolhof. In een labyrint hoef je je weg alleen maar te volgen. En tijdens het aandachtig lopen kan er van alles bovenkomen: antwoorden op vragen, oplossingen voor problemen en manieren om iets los te laten. Het mooie is dat je die eigenlijk gewoon bij je had. Je hoefde eigenlijk alleen maar aandacht te hebben voor je innerlijke wereld.
Een aantal jaar geleden heb ik voor het eerst een labyrint gelopen. Sindsdien zie ik om me heen dat er op allerlei plekken labyrinten zijn. Een mooi voorbeeld van een labyrint is te vinden in de Sint-Servaas in Maastricht. Maar ook in de openlucht zijn labyrinten te vinden, zoals in Nijmegen langs de Waal of in Amsterdam in het Vondelpark. Het is fascinerend dat labyrinten overal ter wereld te vinden zijn en dat de vorm universeel is.
Ik wens u veel leesplezier en hoop dat we met de artikelen in deze editie van PSC Magazine nieuwe wegen verkennen in de speurtocht van het leven.
Sacha van den Ende
Hoofdredacteur
redactie@pscmagazine.nl

