De weg naar heelheid vinden
Wie de weg naar heelheid zoekt, ontdekt dat oude teksten vol staan met metaforen voor innerlijke groei. De weg naar heelheid begint vaak met zelfreflectie en aandacht voor de eigen ziel. Meer achtergrond over spiritualiteit vind je online. Lees ook ons overzicht van PSC Magazine 2013 artikelen over dit thema.
Door: Anne-Marie Wegh
Het woord ‘heilig’ stamt etymologisch van ‘heel’ en verwijst daarmee naar heelheid. De Bijbel en andere heilige geschriften worden vaak alleen geïnterpreteerd op hun morele boodschappen, maar ze zijn ten diepste ook handleidingen voor de weg naar heelheid. In deze zin bevatten ze zeer waardevolle en krachtige metaforen voor de coach of therapeut die zijn cliënt hierin wil begeleiden.
Het meest bekende verhaal uit de Bijbel is misschien wel de parabel van De verloren zoon uit het evangelie van Lucas. Oppervlakkig gezien een verhaal over berouw en vergeving, maar op een dieper niveau gaat deze parabel over de spirituele weg van heling. Over het afwerpen van alle psychische ballast en het hervinden van jezelf. Over jezelf (her)verbinden met, en leven vanuit je diepste kern.
De parabel van De verloren zoon (Lucas 15:11-32)
En Hij zei: Een zeker mens had twee zonen. En de jongste van hen zei tegen zijn vader: Vader, geef mij het deel van de goederen dat mij toekomt. En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. En niet veel dagen daarna maakte de jongste zoon alles te gelde en reisde weg naar een ver land en verkwistte daar zijn vermogen in een losbandig leven.
De jongste zoon die op reis gaat naar een ver land en daar een losbandig leven leidt, is een metafoor voor de mens die tijdens het leven op aarde de verbinding met God niet meer ervaart en zich verliest in de materie. Het verkwiste vermogen is onze levenskracht, onze vitaliteit, die wij verspillen aan zintuiglijke bevrediging, in plaats van het voeden van onze geest en ziel. In ruimere zin staat de jongste zoon ook voor de hele mensheid, die sinds de zondeval, in spirituele zin, niet meer leeft in het paradijs, in het Koninkrijk van God.
En toen hij er alles doorgebracht had, kwam er een zware hongersnood in dat land en begon hij gebrek te lijden. En hij ging heen en voegde zich bij één van de burgers van dat land, en die stuurde hem naar zijn akkers om de varkens te weiden. En hij verlangde ernaar zijn buik te vullen met de schillen, die de varkens aten, maar niemand gaf hem die. En nadat hij tot zichzelf gekomen was, zei hij: Hoeveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed en ik kom om van honger. Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u. En ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden. Maak mij als één van uw dagloners. En hij stond op en ging naar zijn vader.
Een materialistische levenswijze, afgesneden van God, leidt op de langere termijn tot geestelijke hongersnood. De zoon gaat varkens weiden voor één van de inwoners van dat land. Varkens staan voor onze dierlijke, lagere natuur. De Griekse grondtekst zegt dat hij varkens gaat voeren (boskein). Slechts de dierlijke natuur van de zoon wordt gevoed, zijn ziel komt om van de honger. Het brood dat de bedienden van zijn vader in overvloed hebben, en waar de zoon naar verlangt, is het ‘hemelse brood’, het ‘manna’, het Woord van God.
De zoon ‘komt tot zichzelf’ en ‘staat op’. In de symboliek staan slapen en dood voor spiritueel onbewust zijn. Iemand die ‘opstaat’, wordt spiritueel wakker. ‘En hij stond op en ging naar zijn vader’ is de kernzin van deze parabel en bergt een groot mystiek geheim in zich. Ten diepste zijn opstaan en gaan naar de Vader, gaan naar God, aan elkaar gelijk. Het Griekse woord voor opstaan, anastas, wordt in de Bijbel ook gebruikt voor de opstanding (anastasis) van Jezus, bijvoorbeeld in het volgende citaat (Joh. 11:25): Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven.
De jongste zoon begint aan de lange weg terug naar zijn vader. Dit is de smalle weg met de nauwe poort uit Mattheüs 7:14, de weg die maar weinigen vinden. Het is een moeilijke en vaak eenzame reis, maar je hoeft het niet alleen te doen, God komt ieder die deze weg gaat, al van verre tegemoet. Het Griekse woord dramon betekent ‘rennen’. De vader ziet de jongen in de verte en rent op hem af! God die naar ons toe rent als wij de weg teruggaan naar Hem, een beeld om stil van te worden…
En toen hij nog ver van hem verwijderd was, zag zijn vader hem en deze was met innerlijke ontferming bewogen en hij snelde hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem. En de zoon zei tegen hem: Vader, ik heb gezondigd, tegen de hemel en tegenover u. Ik ben niet meer waard uw zoon genoemd te worden. Maar de vader zei tegen zijn slaven: Haal het beste gewaad tevoorschijn en trek het hem aan en geef hem een ring aan zijn hand en sandalen aan zijn voeten. En breng het gemeste kalf en slacht het, en laten we eten en vrolijk zijn. Want deze, mijn zoon, was dood en is weer levend geworden. En hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen vrolijk te zijn.
De jongste zoon was spiritueel ‘dood’ en is weer ‘levend’ geworden: de verbinding met God de Vader is hersteld. ‘En zij begonnen vrolijk te zijn’. Een innerlijke bron van vreugde welt op en verlaat de mens die God gevonden heeft, niet meer. De ring is symbool voor het mystieke huwelijk dat is voltrokken in de ziel van jongste zoon. Het kalf wordt geslacht: de dierlijke natuur is overwonnen. Een maaltijd als mystieke metafoor komt vaker in de Bijbel terug. Bijvoorbeeld in het boek Openbaring (3:20): Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij.
Lucas maakt ons duidelijk dat, om deze feestelijke hereniging te kunnen laten plaatsvinden, de jongste zoon wel eerst zijn ego moet afleggen. Hij ‘belijdt zijn zonden’ tegenover zijn vader en biedt zichzelf aan als één van zijn bedienden. Nederigheid en zelfkennis, je kleinheid in het licht van het goddelijke beseffen, zijn belangrijke eigenschappen op de mystieke weg. ‘Zonden’ mogen we hier vertalen met spirituele onwetendheid en de eventuele fouten die daaruit zijn voortgevloeid.
Blijkbaar is de zoon op blote voeten naar huis gekomen, want zijn vader zegt: ‘geef hem sandalen aan zijn voeten’. Je leest hier gemakkelijk overheen, maar dit is een belangrijke aanwijzing voor de mens die God zoekt. Blote voeten staan voor nederigheid, puurheid, kwetsbaarheid en soberheid. In het verre verleden werden Joodse priesters geacht blootsvoets de tabernakel of synagoge te betreden. God zelf instrueerde Mozes om zijn schoenen uit te doen, toen hij met hem sprak vanuit het brandende braambos (Exodus 3:5).
Gezien de impliciete verwijzing naar blote voeten, is het tevens de vraag of de zoon wel kleding droeg bij thuiskomst. ‘Haal het beste gewaad tevoorschijn en trek het hem aan’, zegt de vader. Letterlijk vertaald vanuit de oorspronkelijke Griekse tekst, luidt de zin: ‘Haal het eerste gewaad en kleed hem’. De opdracht ‘kleed hem’ betekent dat hij op dat moment niet gekleed is? Symbolisch gezien, zou het passen in de rest van het verhaal als de zoon naakt voor zijn vader is verschenen, oftewel zijn ego heeft ‘afgelegd’. De blinde Bartimeüs gooit spontaan zijn mantel weg als Jezus hem roept (Marcus 10:46-52). De genezing die daarop volgt, houdt direct verband met deze mantel. God kan ons alleen genezen als wij bereid zijn onze ‘oude kleren’ uit te doen.
‘Het beste gewaad’ waarmee de jongste zoon wordt gekleed, doet denken aan een ander verhaal in de Bijbel: de parabel van Het bruiloftsfeest (Matt 22:1-14). Jezus vergelijkt hierin het Koninkrijk van God met een koning die het bruiloftsfeest van zijn zoon voorbereidde. Als één van de gasten geen bruiloftskleding aan blijkt te hebben, wordt hij eruit gegooid, de (spirituele) duisternis in. Wat is die feestelijke kledij die wij verondersteld worden te dragen op het huwelijksfeest met God? Is het de stralend witte kleding waarin Jezus zich laat zien aan zijn geschrokken leerlingen tijdens de transfiguratie op de berg? Een kleed van goddelijk licht, ‘gedragen’ door een gezuiverde mens, die zichzelf zo volkomen heeft ontledigd, dat God zich volledig in hem of haar kan manifesteren? Zijn het de witte kleren waarmee degene die ‘overwint’, gekleed zal worden, uit het boek Openbaring (3:5)? Dit is één van de mystieke raadselen, waar we zelf het antwoord op zullen moeten vinden.
Jezus eindigt een andere parabel, de parabel van Het bruiloftsfeest, met de woorden: ‘Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren’. God nodigt ons allen uit om weer naar huis te komen. Zo gauw wij de eerste schreden op deze weg zetten, komt hij ons al vol vreugde tegemoet. Weinigen lukt het echter deze reis te volbrengen. Slechts degenen die naakt en blootsvoets deze weg kunnen en durven gaan, zullen slagen.
Dit is een voorpublicatie uit het boek ‘Ecce Homo’ van Anne-Marie Wegh.

