Door: Youssef Azghari
Leidt het opgroeien van Nederlandse jongeren met een Marokkaans-islamitische achtergrond en thuis met een andere set waarden tot agressief gedrag op straat? Dat is een vraag die sommigen al een tijdje op de lippen brandt na het dodelijke incident op het voetbalveld. Daarbij werd een grensrechter slachtoffer van zinloos geweld. De jonge verdachten waren voor het merendeel van Marokkaanse origine. Deze constatering leidde onder de populisten al snel tot de conclusie dat het een ‘Marokkanenprobleem’ is en dat de islam in zichzelf gewelddadig zou zijn.
Maar agressief gedrag enkel verklaren vanuit een specifieke cultuur of religie is natuurlijk onzinnig. Zinloos geweld is iets wat helaas in alle culturen voorkomt. Natuurlijk mag dat nooit als een excuus gebruikt worden om zulke excessen goed te praten. Het maakt het drama met de grensrechter niet minder erg. Toch is het ook zeker waar dat kinderen van Marokkaanse afkomst die hier geboren en getogen zijn, vroeg of laat niet kunnen ontkomen aan het worstelen met de invulling van hun eigen islamitische identiteit. Daarbij botsen conservatieve en moderne idealen en opvattingen met elkaar. Ik heb dat zelf ook aan den lijve ondervonden. Hoe moet ik me thuis gedragen en hoe op school of op straat: gehoorzaam, bescheiden of assertief? Met een uitspraak als ‘Doe zoals je opgevoed bent!’ kom je er niet, want gehoorzaamheid en bescheidenheid werden thuis zeer gewaardeerd, maar buitenshuis werden ze absoluut niet op waarde geschat. Ik kon met mijn bescheiden gedrag na mijn universitaire studie moeilijk werk op mijn niveau vinden, omdat werkgevers mijn gedrag te snel interpreteerden als weinig ambitieus en onverschillig.
Op het moment dat je zulke ervaringen meemaakt en je je niet bewust bent van culturele misverstanden, is het heel zuur en naar. Maar achteraf kan ik concluderen dat het voor mij een gezonde ontwikkeling was. Ik leerde door deze cultuurverschillen mijn verstand gebruiken en nadenken over hoe ik mijn nieuwe identiteit het beste kon vormgeven. Het viel niet mee om het beste van twee culturen, de Marokkaanse en Nederlandse, met elkaar te verenigen. Ik heb hulp gehad van ervaringsdeskundigen, mensen die wisten wat het betekende om in een identiteitscrisis te belanden en hoe daaruit te geraken. In mijn geval deed elke verandering van mijn identiteit pijn. Integratie met behoud van eigen identiteit is dan ook een fabeltje gebleken. Je verliest een beetje van je oorspronkelijke identiteit, maar je krijgt daar iets rijkers voor terug. Deze wijsheid kwam pas veel later tot mij. De identiteitscrisis waar ik in zat, was niet iets bijzonders. Alle pubers overal ter wereld maken het mee. Het hoort bij het volwassen worden, een soort universele rite de passage. Als je nog een extra cultuur van thuis uit hebt meegekregen, die buitenshuis anders is dan de cultuur waar je in opgroeit, maakt het de overgang naar integratie lastiger.
Er is al veel onderzoek gedaan naar de mate waarin het gedrag van een (migranten)kind, dat ondergedompeld wordt in een overwegend niet-westerse cultuur en later opgroeit in een dominant westerse samenleving, door onder meer het acculturatieproces op latere leeftijd bepaald wordt. Het begrip acculturatie heeft hier betrekking op het integratieproces alsmede op de mate van participatie in de Nederlandse samenleving. Met name de controversiële resultaten van dit soort onderzoeken halen regelmatig de media en vormen al jaren onderwerp van maatschappelijke discussie.
Enerzijds zijn er onderzoekers die zich vooral richten op het negatieve gedrag van jongeren met een niet-westerse achtergrond, dat leidt tot contact met justitie. Zo beweerde publicist Hans Werdmölder onlangs dat de dodelijke schoppartij van de grensrechter alles te maken heeft met de gebrekkige integratie van Marokkaanse jongeren met een machocultuur. Volgens hem gaat het al mis in de opvoeding. Hij pleit dan ook voor het herinvoeren van gezag in de opvoeding. Ouders moeten zich weer vanouds gedragen als autoriteit en niet meer als vriend of vriendin. Dat werkt naar zijn idee averechts. Vaak hebben zulke opvattingen en observaties als doel om het aandeel van jeugdigen van verschillende etnische groepen, die ontsporen en met de politie in aanraking komen, te duiden. Nog heel recent concludeerden onderzoekers van CBS dat van alle in 2010 aangehouden verdachte personen met een Marokkaanse of Surinaamse achtergrond in absolute zin, de grootste groepen vormen onder allochtone verdachten. Daarbij moet vermeld worden dat – uit hetzelfde onderzoek – relatief gezien de jonge tweedegeneratie allochtonen vaker verdacht worden van gewelddadig optreden en/of misdrijven. Niet meer worden alleen verklaringen voor ontsporing of ‘afwijkend’ gedrag gezocht in gebrek aan sociale controle, achterstanden, verschil in sociale klasse, maar ook steeds vaker in diversiteit van opvoedingsstijlen en culturele factoren.
Anderzijds is er een beperkt aantal onderzoekers, zoals Trees Pels, dat zich bezighoudt met de vraag op welke wijze het opgroeien met verschillende opvoedingsdoelen impact heeft op de gezinscommunicatie en waardering voor bepaalde opvoedingsstijlen door de opvoeders. Wat deze onderzoeken naar het ‘afwijkend’ gedrag bindt is, dat zij een gemeenschappelijk doel delen: gedrag verklaren uit de opvoeding. Zo opperde Corine de Ruiter, hoogleraar forensische psychologie – samen met Kim van Oorsouw – in 2009 dat de islamitische achtergrond een mogelijke oorzaak is van het feit dat Marokkaanse (en Turkse) jongeren een ‘achterstand hebben in hun morele ontwikkeling’. Zij heeft samen met andere onderzoekers, in opdracht van het ministerie van Justitie, de aanpak van criminele Marokkaanse jongeren in kaart gebracht. Hun conclusie was dat moslimkinderen minder opgroeien met ‘overleggen thuis’ en vaker ‘bevelen opvolgen’.
Hoewel er geen empirisch bewijs is dat het opgroeien met een islamitische moraal in een dominant westerse samenleving kan leiden tot negatief gedrag, zoals antisociaal of crimineel gedrag, concluderen de auteurs, bij monde van Corine de Ruiter, dat het ‘plausibel’ is. Dit is een gewaagde uitspraak, temeer omdat de islamitische cultuur heel diffuus is.
Islamitische waarden verschillen in principe niet van westerse waarden, wel in prioritering en hoe men ze inkleurt. Zo wordt ‘respect’ in de islamitische migrantengezinnen in de regel belangrijker gevonden dan ‘vrijheid van meningsuiting’. Binnen de islamitische wereld worden kinderen vaak opgevoed met waarden als ‘geduld’ en ‘gehoorzaamheid aan ouders.’ Dit contrasteert soms met de waarden die in het Westen worden benadrukt, zoals ‘assertiviteit’ en ‘zelfstandigheid’.
Bovendien is de islamitische of Marokkaanse achtergrond één van de factoren, naast vele andere factoren, zoals de sociale achtergrond en omgeving. Het lastige gedrag van Marokkaanse jongens is vaker vanuit verschillende invalshoeken belicht. Dat het opgroeien in een autoritair geleid gezin, dat meestal een sfeer van gesloten communicatie ademt, later kan leiden tot negatief gedrag, is vaker beaamd door verschillende professionals en ervaringsdeskundigen. Of ze met deze uitspraken het gedrag van deze specifieke jongeren in de juiste culturele context plaatsen is een vraag die al jaren mijn belangstelling heeft.
Naar mijn overtuiging gaat het juist mis, omdat veel professionals vanuit hun referentiekader en moraal het gedrag van de ander onbedoeld onjuist kunnen interpreteren. Een simpel voorbeeld kan het illustreren: als een traditioneel opgevoede Marokkaanse jongen een professional niet meteen een eerlijk antwoord geeft op een directe vraag, moet dat niet meteen verkeerd worden opgevat. Uiting geven van respect aan een autoriteit, in dit geval de professional, door een sociaal wenselijk antwoord te geven, weegt voor deze jongen kennelijk zwaarder dan eerlijkheid betonen. Om niet de verkeerde conclusies te trekken is het noodzaak om bewust te zijn van het eigen referentiekader en vertaling van de eigen waarden in de praktijk. En daar zit het pijnpunt. Om zich hiervan bewust te zijn moet men in contact treden met iemand met een geheel ander referentiekader en andere moraal. Pas als men iemand ontmoet die anders denkt en doet, gaat men zelf nadenken over de eigen identiteit. Het heeft iets weg van het ondergaan van een identiteitscrisis: om daaruit te geraken is het nodig om regelmatig van gewoontes en rituelen waar je zo aan gehecht bent, los te komen. En dat doet pijn. Natuurlijk heeft het opgroeien in meerdere culturen, naast een onuitputtelijke bron van verrijking, ook zijn schaduwzijde. Pubers die regelmatig twijfelen wie ze zijn, denken tenminste na. Maar als ze door twijfels overmand worden, omdat ze met hun vragen of dilemma’s nergens terecht kunnen, met als gevolg daarin te blijven hangen, zichzelf in een slachtofferpositie te praten of heel onzeker worden, kunnen sommigen in het nauw gedreven worden. Het klopt inderdaad dat jonge katten in het nauw zich agressief kunnen gedragen. Ze weten zich niet goed raad hoe ze met hun gevoelens van onmacht kunnen omgaan. Ze worden onvoorspelbaar. Dat kan ze opbreken en leiden tot geweld en marginalisatie. Het op een harmonieuze wijze omgaan met twee of meer culturen kan men leren van ervaringsdeskundigen of rolmodellen. Maar dat is in de praktijk niet genoeg.
Het antwoord op de vraag die ik aan het begin stelde is: nee, agressief gedrag wordt niet veroorzaakt doordat jongeren verward raken door het opgroeien met een hele andere set waarden. Het ontstaat op het moment dat sommigen zich te veel laten leiden door negatieve emoties, zich niet kunnen beheersen en hun verstand niet meer gebruiken. De uitweg die ik zie, is dat sociale professionals, die dagelijks met jeugdigen met een Marokkaans-islamitische achtergrond werken, meer kennis zouden moeten opdoen van welke impact de islamitische identiteit heeft op hun communicatie en participatie.
Youssef Azghari, docent Avans Hogeschool, lid kenniskring lectoraat ‘Jeugd, Gezin en Samenleving’ en schrijver van onder meer ‘Cultuurbepaalde communicatie’ en ‘Mijn Jihad. Waarom de westerse waarden niet botsen met de islam’.
Gedeelde waarden als verbinding
Wil je meer lezen over hoe gedeelde waarden mensen met verschillende achtergronden kunnen verbinden? Bekijk ook de andere artikelen uit deze editie van PSC Magazine, of lees meer betrouwbare achtergrondinformatie over integratie en samenleven via Rijksoverheid.nl.

