Christelijke hulpverlening in de praktijk
Christelijke hulpverlening geeft ruimte aan geloof en levensbeschouwing binnen de therapie. Bij christelijke hulpverlening staat het mens mogen zijn centraal, zonder oordeel. Meer weten over pastorale zorg? Lees ook ons overzicht van PSC Magazine 2013 artikelen over dit thema.
Door: Maartje Albert, redactie PSC
Vanaf 1998 heeft Gineke Klinkhamer een praktijk in Epe: bureau “de Roos” – een bureau voor christelijke hulpverlening en pedagogisch advies. Inmiddels heeft ze 11 freelance therapeuten aangetrokken om de mensen die bij bureau “de Roos” aankloppen, te kunnen helpen. Klinkhamer was oorspronkelijk werkzaam in de gezondheidszorg in de verpleging.
Hoe ben je vanuit de verpleging terechtgekomen in de psychosociale hulpverlening?
“Vanuit de verpleging ben ik naar het buitenland gegaan om met mishandelde en verwaarloosde kinderen te werken in een kindertehuis. Ik vond dat zo fascinerend en wilde graag meer weten. ‘Wat kun je doen aan de trauma’s die kinderen hebben?’ Daar werd de nieuwsgierigheid geboren. Je kunt gedrag van kinderen wel disciplineren, maar wat beweegt hen om te doen wat ze doen?
Ik heb daar zeven jaar gewerkt en toen ben ik teruggekomen naar Nederland. Ik ben gaan zoeken naar wat ik zou kunnen doen. Toentertijd was dat nog niet zoveel. Pas in 1990 ben ik gaan studeren en volgde de studie orthopedagogiek. De studie duurde 4 jaar en daarna heb ik de opleiding gedaan tot speltherapeute, omdat ik nog meer wilde weten en wilde werken met getraumatiseerde kinderen.
In 1998 was ik klaar met de opleidingen en wilde toen eigenlijk mijn eigen praktijk beginnen. Ik had gedacht dat het leuk zou zijn als ik twee dagen voor mijn eigen praktijk kon vullen en ik wilde dan voor de andere drie dagen een baan erbij zoeken, omdat er toch brood op de plank moest komen. Dus ik ben begonnen met twee dagen, maar dat waren al snel vijf dagen. Dat was ontzettend leuk. In het begin kwamen er vooral kinderen. Maar kinderen hebben ouders en die hadden ook allerlei vragen en problemen en daarnaast kwamen er ook vragen van andere volwassenen voor hulp. Toen ben ik gaan zoeken naar een opleiding voor psychosociaal therapeut, zodat ik ook volwassenen kon gaan helpen. Dit was een driejarige opleiding. Ik vond de opleiding ontzettend leuk en daarna is de praktijk alleen maar gegroeid. Vervolgens heb ik nog de driejarige opleiding voor transactionele analyse gevolgd, wat ik ook heel leuk vond.
Inmiddels werken we met 11 therapeuten in de praktijk. De wachtlijsten werden zo lang en dat wilde ik niet. De mensen die naar de praktijk komen, zijn jong en oud: van 3 jaar tot 80 jaar. Ook de problemen waar mensen mee komen, zijn divers. Er zijn veel mensen die komen met trauma’s, relatieproblemen en veel hechtingsproblematiek. Kinderen komen vaak met angsten en gedragsproblemen.”
Naast bureau “de Roos” heb je ook een opleidingsinstituut opgezet.
“Dat klopt. Toen ik zelf de psychosociale opleiding wilde gaan volgen, heb ik heel lang gezocht naar een passende opleiding. Ik wilde graag een opleiding volgen met een christelijk perspectief en die was er eigenlijk niet. Toen dacht ik: ‘Wat is dat eigenlijk jammer dat we dat zo hebben laten liggen als christenen’. Vanuit die gedachte leek het mij leuk, dat er ook een opleiding beschikbaar zou zijn voor mensen die vanuit een christelijk perspectief een opleiding wilden volgen.
Nou moet je weten dat veel christenen het eigenlijk niet zo op hebben met psychologie, want ze denken dat dat niet zo hoort. Ik vond het juist de uitdaging om de Bijbel en de psychologie bij elkaar te brengen. Op die manier zou het bedreigende voor christenen wegvallen en zou duidelijk worden dat het elkaars vijanden niet zijn.
Ik bedacht dat ik dan zelf maar een opleiding zou opzetten. Ik dacht: ik kijk wel of er markt voor is. Ik heb een winterlang besteed aan het opzetten van de studie en bekeken wat er wel en niet in de opleiding zou moeten zitten. Ik vond het belangrijk dat het uiteindelijk een volwaardige opleiding moest zijn, die op gelijke hoogte stond met andere psychosociale opleidingen. Ik bracht de opleiding in 2005 op de markt en er bleek duidelijk dat er animo voor was. Inmiddels zijn er sinds die tijd tussen de 150 en 200 studenten opgeleid. Op het moment hebben we 100 studenten als je alle jaargangen bij elkaar optelt.
We bieden op dit moment de driejarige opleiding tot psychosociaal therapeut aan, de eenjarige specialisatie voor kindertherapie en de cursus relatietherapie.”
Hoe verschilt de opleidingen van andere opleidingen die beschikbaar zijn?
“Eigenlijk niet eens zo heel veel, denk ik en toch ook weer wel. Het is vooral dat mensen die een christelijke achtergrond hebben, er dan toch op vertrouwen dat je, in hun ogen, geen rare dingen gaat zeggen. Waar wij op uit zijn, is dat de mens weer uit zijn hart mag leven. Dat iemand weer kan gaan voor autonomie en vrijheid. Dat klinkt misschien niet zo vreemd, maar voor heel veel christenen is dat wel vreemd. Autonomie lijkt in strijd te zijn met het christen-zijn. Maar eigenlijk is dat precies wat Gods bedoeling is. Dat we weer mensen mogen zijn, zoals dat van oorsprong bedoeld was. De therapie is erop gericht erachter te komen, wat er in de weg staat om de mens te zijn, zoals dat van oorsprong bedoeld was.
Je bent dan eigenlijk bezig met het beeld dat iemand van zichzelf heeft, het beeld dat iemand van anderen heeft, maar uiteindelijk ook met het beeld dat die persoon van God heeft. Want dat beïnvloedt veel van zijn acties.”
Hoe zit het geloof verwerkt in therapie?
“De meeste mensen in de praktijk hebben een christelijke achtergrond. De benadering van niet-christelijke en christelijke cliënten is eigenlijk precies hetzelfde. Bij niet-christelijke cliënten komt alleen het Godsbeeld niet ter sprake. Als zij het er niet over hebben, hebben wij het er ook niet over.
Bij christenen zit het geloof en het beeld van God zo verweven in het leven, dat ze eigenlijk niet los te koppelen zijn. Overigens is het altijd zo dat, als de cliënt geen vragen heeft over het Godsdeel, dit ook niet ter sprake komt. Het initiatief ligt altijd bij de cliënt.
Ik merk in de praktijk dat christenen vaak opgevoed zijn met christelijke dogma’s en die zijn vrij universeel. Ik zou zo graag willen dat mensen niet lijden aan die dogma’s, maar dat ze zien dat God eigenlijk wil dat we mens zijn en leven met een hoofdletter en dat we vrij mogen zijn. En dat is toch wel een nieuw idee wanneer je opgevoed bent met allerlei christelijke dogma’s.
Een belangrijk dogma is bijvoorbeeld dat je niet zelf mag kiezen, maar dat je vooral leiding moet vragen. Wat wil God? Deze gedachten maken, dat bij deze mensen het ‘ik’ niet goed ontwikkeld is. Maar eigenlijk is het juist andersom. God wil juist wel dat je zelf gaat kiezen. Dat mag, want dat hoort bij volwassen worden en zijn. Daar gaan heel veel vragen over. Veel mensen zijn zo doordrongen van het idee, dat je je eigen ik moet verloochenen en je helemaal moet overgeven aan wat God van je vraagt, dat het idee gevangenschap geeft. En dat hoeft niet. Je mag je eigen persoonlijkheid zijn in al zijn unieke facetten. En je mag ook zelf je eigen verlangens vormgeven in het leven.”
Roept deze gedachte ook wel eens weerstand op?
“Ja zeker! Vaak wordt gedacht, dat dit niet waar kan zijn. Mensen zijn zo anders opgevoed en ook de dominee zegt het anders. Doordat je probeert het goed uit leggen, ook vanuit het perspectief van de Bijbel, raken de meeste mensen wel overtuigd. Ook omdat ze ervaren dat het werkt. En dat is eigenlijk het meest overtuigende. Het kan ook zijn dat partner van de cliënt de veranderde gedachtegang niet kan volgen. Dan nodigen we hem of haar uit en vragen waar hij tegen aanloopt, zodat we daar ook een goede uitleg aan kunnen geven.
We gaan voor vrijheid, dus wij als therapeut gaan dan ook niet zeggen hoe het moet. Met vrijheid bedoel ik een innerlijke zelfstandigheid, niet afhankelijk van beloning of straf. Vaak laten we onze keuze (nog) door angst beïnvloeden en dan zijn we niet vrij. Als therapeut kunnen we uitleg geven, maar mensen kunnen zelf kiezen wat ze ermee gaan doen.”
Hoe ziet de therapie voor kinderen eruit?
“Bij kinderen geven we vooral speltherapie. Dat betekent dat een kind in een kamer komt, waar heel veel speelgoed is. En zoals grote mensen praten over hun problemen, spelen kinderen ze uit. Door de spelbeelden die ze neerzetten, kun je als therapeut zien hoe het kind zijn wereld beleeft, wat er speelt in die wereld en waar het vastloopt.
Bij kinderen hebben we het eigenlijk heel weinig over het geloof, tenzij het kind daar zelf een vraag over heeft. Kinderen mogen gewoon komen om te spelen en door goed te kijken kunnen we therapeutisch interventies geven.
Wanneer een kind een trauma heeft meegemaakt, kan het zich wel afvragen waar God was en waarom dingen gebeuren.
De opvoeding van kinderen is wel veranderd door de jaren heen. Vroeger was het veel meer autoritair. Het kind is slecht en we moeten het flink aan de teugel houden, willen we er nog iets goeds van maken. Dat zie je wel verschuiven, niet alleen in de christelijke wereld. Er komt steeds meer oog voor hoe bijzonder een kind is en dat kinderen niet door en door slecht zijn. Daardoor krijgen kinderen ook meer ruimte; ruimte om een eigen ‘ik’ te ontwikkelen. Zelf geef ik ook veel voorlichting over opvoeden, bijvoorbeeld bij de ouderbegeleiding van kinderen die hier in therapie zijn. Zo gaan ouders ook zien hoe belangrijk het is, dat een kind een autonoom ‘ik’ mag opbouwen. En dat het kind misschien anders is dan zij, maar dat dat niet direct slecht is. Het mag leren om te kiezen en ontdekken wat goed en verkeerd is.”
Eigenlijk komt dat weer overeen met de dogma’s waar we het eerder over hadden.
“Dat klopt. Het autonome ‘ik’ is een onderwerp dat veel voorkomt bij therapie. Daarnaast is er nog een ander onderwerp dat bij veel christenen speelt, namelijk dat veel christenen denken dat God de magische oplossing is. God is de Almachtige en als er iets naars in het leven gebeurt, vragen mensen zich af waar God op dat moment was. Kon God niet voorkomen wat er gebeurd is? Dit geeft veel teleurstelling en vragen bij mensen. Mensen kunnen er zelfs op afhaken, want als het zo moet, dan hoeft het niet voor ze. Dan komen er naast teleurstelling ook gevoelens van boosheid bij kijken.
Anderzijds zijn er ook mensen die als het ware een passieve houding innemen. Zij denken bijvoorbeeld dat God vast een bedoeling had met het gebeurde.
Als mensen in de praktijk komen met dit soort vragen en gevoelens, geven we vooral veel erkenning aan de gevoelens. Vervolgens gaan we goed luisteren wat het precies is, waar die persoon het meest teleurgesteld in is of boos over is. Vanuit dit uitgangspunt gaan we kijken naar een ‘nieuw’ beeld van God, dat meer recht doet aan Hem.
De mensen die een passieve houding aannemen, proberen we te stimuleren om ook weer dat godsbeeld aan te passen, maar ook om zelf weer op te staan. Als mens hebben wij zelf verantwoordelijkheid en kunnen we ons leven zelf vormgeven. En dat is allereerst onze eigen verantwoordelijkheid. Voor elke situatie geldt, dat je niet je eigen omstandigheden kunt bepalen, maar wel welke reactie je daarop geeft.”
Is er nog iets dat je mee wil geven aan niet-christelijke therapeuten die werken met christelijke cliënten?
“Het is waarschijnlijk een open deur, maar ik zou willen zeggen dat respect voor ieders overtuiging heel belangrijk is. En erkenning dat het voor die mens zo is, want dat zijn zijn geloofsbeelden.”
En heb je nog iets dat je mee zou willen geven aan therapeuten die wel christelijk zijn?
“Eigenlijk zou ik hier hetzelfde willen zeggen, want christentherapeuten zijn snel geneigd om dingen uit te gaan leggen met een Bijbeltekst. Ik zou willen zeggen: ‘Houd je daarvan terug, ga niet gelijk verklaren en luister eerst hoe het voor een ander is’.”
Is er tot slot nog iets dat je zou willen zeggen?
“Ik merk dat hoe langer ik les geef en me bezighoud met dit vak, hoe leuker ik het ga vinden te zien dat psychologie en de Bijbel geen vijanden zijn. Er staan al heel lang zoveel dingen in die Bijbel die we ook in therapie toepassen. Het is een ontzettend leuke uitdaging om dat te gaan zien en ik hoop dat veel christenen dat gaan ontdekken.”
Boekentips van Gineke Klinkhamer: In perspectief, Klaas Goverts. In dit boek maakt de lezer kennis met de studie over de identiteit van God, een God van relatie, een God van geven en ontvangen. Kind aan huis, Brennan Manning. De schrijver maakt duidelijk, dat het geestelijk leven geen afgesloten compartiment binnen ons bestaan is, maar een levensstijl, een proces, een beleven dat God je Vader is. Vier stappen naar een sterke identiteit, Henry Cloud. Om volwassen te worden moeten we vier fasen doorlopen: hechting, individuatie, goed en kwaad begrijpen en verantwoordelijkheid nemen.
Een uitgebreide studiegids kan opgevraagd worden via de website van Bureau de Roos. Opleidingen zijn voor christenen, maar ook voor niet-christenen. Voorwaarde is mbo-niveau. Het liefst opgeleid in de richting van de hulpverlening. Vooraf vindt altijd een intakegesprek plaats. Ieder jaar wordt een open middag georganiseerd. In september begint het nieuwe opleidingsjaar. www.bureauderoos.nl

