Door: Maartje Albert, redactie PSC
Marieke Nijmanting is afgestudeerd als psycholoog en als econoom. Daarnaast is zij hypnotherapeut en docent psychologie in het volwassen onderwijs. Jarenlang woonde en werkte zij in Amsterdam en Hilversum, waar ze als psycholoog en hypnotherapeut een eigen praktijk had. Zij gaf individuele therapie aan volwassenen en kinderen. Tien jaar geleden verhuisde Nijmanting met haar man en twee dochters naar Drenthe en sindsdien legt zij zich voornamelijk toe op haar passies schrijven en schilderen.
Hoe ben je tot de beslissing gekomen om naar Drenthe te verhuizen?
“Als kind al was het een droom van mij om op een boerderij te wonen. Op een gegeven moment hebben we de stap gewoon genomen. We wonen vrij tussen de bossen en hebben inmiddels dertig dieren. Met de verhuizing nam ik ook de beslissing om me vooral te richten op schrijven en schilderen. Dit heb ik altijd al wel gedaan, maar omdat ik zoveel verschillende dingen wilde doen, had ik er minder tijd voor. Op dit moment ben ik bezig met mijn eerste roman. Eerder schreef ik zes kinderboeken, toneelstukken en vijf boeken voor (aankomend) therapeuten. Ik heb dit altijd afgewisseld, want het is een compleet ander proces om een kinderboek te schrijven, dan om een boek voor therapeuten te schrijven. Die afwisseling maakt het leuk. Ik heb niet alleen mijn eigen boeken altijd zelf geïllustreerd, maar ook boeken van anderen.”
Doe je nog wat met je kennis en ervaring als therapeut?
“Ja zeker. Ik vind veel dingen leuk en probeer al die dingen te doen. De factor tijd speelt hier vooral een rol en dus moet ik keuzes maken. Vroeger heb ik altijd les gegeven bij Gradatim en dat doe ik nu nog steeds bij het NCOI. Ik schrijf ook studiemateriaal en geef scriptiebegeleiding. Voor studenten geef ik leertherapie.
Nog steeds kloppen mensen nog wel eens via via bij me aan voor therapie. En ik geef nog wel eens relatietherapie. Die mensen komen dan bij me terecht via collega’s. Als je als therapeut al individuele therapie geeft aan een van de partners, is het moeilijk over te gaan op relatietherapie. Als therapeut heb je al een relatie met je cliënt, maar nog niet met de partner. Op dat moment sturen collega’s stellen nog wel eens naar mij door. Ook doe ik dit wel op een intensieve manier, bijvoorbeeld een weekend of een midweek. Dan kun je echt veel doen en bereiken.
Kindertherapie doe ik niet meer. In Hilversum heb ik dat veel gedaan en daar zat ik in een groot netwerk van kindertherapeuten, Jeugdzorg en andere instanties en dat is belangrijk. Zo’n netwerk heb ik nu niet meer.”
Hoe ben je ertoe gekomen boeken te gaan schrijven voor therapeuten?
“In mijn praktijk werkte ik veel met kinderen. Ik gaf individuele en groepstherapie aan kinderen die bijvoorbeeld te maken hadden met incest, rouwverwerking of gescheiden ouders.
Ik vond dat er nog geen duidelijk boek was en ben toen zelf maar gaan schrijven. Dat is het Handboek kindercounseling geworden. Zo is het ook gegaan met het Handboek relatietherapie.
De boeken voor therapeuten ben ik gaan schrijven, omdat ik vond dat er geen goed boek was. Er is me bijvoorbeeld ook wel eens gevraagd een boek te schrijven over NLP. Dit heb ik niet gedaan. Er zijn al zoveel goede boeken over NLP verkrijgbaar.
Ook het boek Creatieve therapie is tot stand gekomen omdat ik vond dat er nog geen goed boek was. De boeken die er waren, waren of wetenschappelijk of heel vaag. Daarom heb ik een boek geschreven dat praktisch en nuchter is met veel oefeningen. Zo kan iedere therapeut gebruik maken van creatieve therapie of creatieve oefeningen.
Bij de twee handboeken ligt de nadruk meer op de theorie – al staan hier ook veel oefeningen in – en bij Creatieve therapie ligt de nadruk meer op de oefeningen. De theorie wordt ook wel belicht, maar veel korter. Dit is eigenlijk net zo in het boek Zingevingstherapie. Veel oefeningen met een beknopte beschrijving van de theorie. Ook dit boek kwam weer voort uit mijn idee dat een goed boek hierover ontbrak. De boeken die er waren, waren geschreven vanuit een geloof en dat past niet bij mij, of het bleef juist aan de oppervlakte.
Therapeuten durven zingevingstherapie niet te gebruiken, terwijl het juist vaak onder de problemen ligt. Dit hoeft niet per se religieus te zijn, maar veel mensen worstelen met de vragen: ‘Wat wil ik met mijn leven? Wat is het nut ervan?’ Dit soort vragen ligt in veel gevallen onder problemen en het is zonde als je deze vragen niet aanpakt. Voor therapeuten is het dikwijls lastig hoe ze dit aan moeten pakken. En daarom heb ik het boek over zingevingstherapie geschreven. Religie komt in het boek wel voor, maar eigenlijk alle verschillende religies. Daarnaast worden ook meer praktische gebieden belicht, bijvoorbeeld het werkgebied of het relatiegebied. Hierbij gaat het dan vooral over de laag eronder: ‘Wat is het nut?’
Het laatste boek was Casussen voor de therapeutische praktijk (2011). In al mijn boeken gebruik ik casussen uit de praktijk. Dat kan nuttig zijn, maar het gaat wel óver iemand. Je kijkt er van buitenaf naar. Ik ben altijd veel bezig geweest met literatuur. En in al mijn boeken komt fictie voor. In het boek over kindercoaching staan sprookjes, in twee andere boeken staan novellen en in het Handboek relatietherapie gebruik ik Shakespeare-verhalen als casussen om de theorie mee te illustreren. In de sprookjes, verhalen en novellen beleef je iets van binnenuit. Zo krijg je een ‘inkijk’, een kijk op wat er bij iemand van binnen omgaat. Met dit idee heb ik het laatste boek geschreven. Ik ben literaire boeken en films vanuit psychologisch oogpunt gaan analyseren. Het zijn een soort uitgebreide recensies. De boeken kunnen voor therapeuten behulpzaam zijn, maar ook voor cliënten. Cliënten kunnen zich bijvoorbeeld herkennen in een personage of in een situatie. En therapeuten kunnen bijvoorbeeld schizofrenie in een boek of film echt meebeleven en dit kan vaak veel inzicht geven. Dat is toch anders dan lezen over het onderwerp. Ik vond dit een ontzettend leuk boek om te schrijven.”
Hoe ben je tot de boeken en films gekomen voor je laatste boek?
“Toen ik nog mijn eigen praktijk had, maakte ik veel gebruik van boeken en films. Ik heb altijd veel gelezen. Soms vroeg ik een cliënt dan: ‘Heb je dit boek gelezen of die film gezien?’. Sommige cliënten gingen dan dat boek lezen of die film kijken en dan kwamen ze terug en hadden we stof om over na te praten. Herkenden ze zich erin of voelden ze juist iets anders?
Ook bij kindertherapie en bij groepstherapie heb ik altijd veel gebruik gemaakt van boeken en films. Dan liet ik bijvoorbeeld een prentenboek zien of ik las een stukje voor. Dat gaf aanleiding tot herkenning of juist niet. Of kinderen zagen dat anderen ook met dat onderwerp te maken hadden en hoe zij daarmee omgingen.
Zelf gebruikte ik automatisch boeken en films in therapie. Ik dacht er van tevoren niet over na, maar het kwam gewoon bij me op tijdens gesprekken.
Het ging ook andersom. Dan vroeg de cliënt of ik iets gezien of gelezen had. Dat kon een boek zijn dat belangrijk was voor hem en dan ging ik dat lezen. Dat hielp weer om een gesprek te voeren. Het ging ook wel eens om bijvoorbeeld een tv-serie. Mensen kunnen totaal opgaan in een televisieserie, zowel kinderen als volwassenen. En dan kun je als therapeut mee in die belevingswereld. Ik heb zelfs met een kind een computerspel gedaan. Zelf houd ik helemaal niet van computerspellen, maar dit kind wel. Dit kind voelde zich erg onveilig. In het spel kon de speler op een bepaald knopje drukken en dan kwam hij in een soort bel of cirkel terecht waarin hij onaantastbaar was. Dat was voor mij belangrijk. Via visualisaties en NLP hebben we geprobeerd om in de wereld van dit kind zo’n bel te creëren.”
Komt er nog een zesde boek voor therapeuten?
“Als er een zesde boek komt, dan gaat dat over groepstherapie. Ik weet nog niet of het ervan komt, want ik ben met zoveel andere dingen bezig. Ik vind zoveel dingen leuk en probeer tijd te vinden voor al die dingen. En soms moet je dan keuzes maken.
Als ik het boek ga schrijven, moet het wel een praktisch boek worden dat echt gebruikt kan worden. Ik zou dan bijvoorbeeld negen sessies groepstherapie beschrijven met duidelijk – stap voor stap – hoe je die sessies aanpakt.
Ik vind het belangrijk dat therapeuten veelzijdig zijn. Eigenlijk zou iedere therapeut tien studies moeten doen en zich moeten specialiseren in zoveel mogelijk therapievormen, maar dat kan natuurlijk niet. Iemand zou 70 zijn als hij klaar zou zijn met al z’n studies en totaal geen ervaring hebben. Daarom is het doel van mijn boeken dat een therapeut toch zoveel mogelijk mee kan nemen over een bepaald onderwerp, zonder dat daar een meerjarige opleiding voor gevolgd moet worden. Een goede therapeut kan met een goed boek erbij al veel bereiken. Zo wordt een therapeut toch veelzijdig en dat vind ik de beste manier om een cliënt te bedienen. En die veelzijdigheid is een groot voordeel als je bijvoorbeeld vastloopt in de therapie. Dan kun je makkelijk een andere weg inslaan. Voor cliënten die goed weten wat ze in therapie willen, zijn therapeuten die specialistisch zijn nuttig. Meestal is dat natuurlijk niet zo.
Het is ook niet zo dat ik tegen specialisme ben, maar ik zie de voordelen van een brede algemene scholing met verschillende specialismen. Hiermee is de kans groter dat je kunt komen tot een afgeronde therapie. Als je dat tenminste wilt als therapeut. Er zijn natuurlijk ook cliënten die zelf ‘winkelen’ in therapieland en dan eens deze vorm van therapie volgen en dan weer die. Zij zorgen op die manier voor hun eigen veelzijdige aanbod.”
Met jouw oproep tot veelzijdigheid heb je het echt over therapievormen en niet over doelgroepen of probleemgebieden.
“Ja, dat klopt. Dat therapeuten zich richten op bijvoorbeeld rouwverwerking, omgaan met ziekten of omgaan met een scheiding, vind ik goed. En het ligt er ook aan hoe je jezelf verkoopt. Als een zingevingstherapeut zich puur richt op een bepaald geloof, is daar niks mis mee. Hier zijn ook mensen naar op zoek. Ik denk dat het wel belangrijk is, dat je dit specialisme van te voren goed duidelijk maakt. Op die manier komen de juiste cliënten bij de juiste therapeut.
Het zich specialiseren in een bepaald probleemgebied is vaak nuttig. Binnen de doelgroep of het probleemgebied kan een therapeut wel gebruik maken van verschillende therapievormen. Zo’n therapeut doet veel ervaring op door de verschillende cliënten op dat gebied en zo heeft hij ook veel vergelijkingsmateriaal voor andere cliënten.
Zeker voor beginnende therapeuten adviseer ik dat. Want door een specialisatie op doelgroep of probleemgebied kun je je ook zekerder voelen.”
Is het niet moeilijk om in het begin al een probleemgebied of doelgroep te kiezen waar je je als beginnend therapeut op gaat richten?
“Eigenlijk weten mensen meer dan ze denken. Wat ik vaak merk met studenten – en in mijn geval zijn dat volwassenen – is dat die studenten komen vanuit een andere achtergrond en die twee werelden zien als volkomen gescheiden. Terwijl ik dat helemaal niet als gescheiden zie. Ik probeer juist te kijken hoe ze die achtergrond kunnen gebruiken. Zo had ik eens een student die professioneel stijldanser was geweest en bewust bezig was met bewegen. En daar kun je een prima combinatie mee maken in therapie. Zo wordt iemand eigenlijk een unieke therapeut. Een andere student was altijd meubelmaker geweest en maakte veel houten beelden. Dat kan een hele mooie aanvulling zijn bij bijvoorbeeld rouwverwerking. Dan kun je, terwijl je praat met een cliënt of met een groep cliënten, een beeld maken dat te maken heeft met degene die rouwt. Deze student is hiermee begonnen en dat wordt een hele mooie therapievorm. En ondertussen voelt de beginnende therapeut zich zeker, want dat oude vakgebied kent hij goed. Daarna kan dit mooi uitgebreid worden.
Het kan natuurlijk ook zijn dat een beginnende therapeut iets kiest waar hij zelf mee te maken heeft of heeft gehad. Als je zelf slecht slaapt bijvoorbeeld, kun je daar alles over uitzoeken en dan wordt dat jouw specialisatie.”
Is er iets wat je naast veelzijdigheid wil meegeven aan therapeuten?
“Ik raad therapeuten aan zich in te leven in de wereld van de cliënt. Iedereen heeft parallelle werelden, die bijvoorbeeld te maken hebben met een hobby, een televisieserie waar ze compleet in opgaan of een boek waar ze helemaal in duiken. Het is altijd goed dit te onderzoeken, omdat je zo op een ander en soms dieper niveau contact kunt maken. Daarmee gaat het zoeken naar iemands passie gepaard. Als je iemands passie ontdekt – want vaak weten mensen dat niet of ze hebben die passie al afgesloten – verdwijnen vaak de problemen waarmee ze komen. En niet alleen wil ik dan weten wat die passie is, maar ook waarom.
Een voorbeeld is iemand die arts wilde worden, maar toch iets anders is gaan doen. Als je een bepaalde leeftijd hebt bereikt, gaat het ook niet meer lukken om arts te worden. Dus dan is die deur dicht. Wat je dan kunt onderzoeken is: wat maakt het dat iemand arts wilde worden? Daar kunnen verschillende redenen voor zijn: hij vindt het technische aspect van het arts zijn leuk, het aanzien van de positie trekt hem aan, hij wil graag mensen helpen of hij houdt van de sfeer in een ziekenhuis.
Als je dit helemaal uitpluist, vind je vaak de onderliggende motivatie en die kan wel altijd ingezet worden. En als iemand zijn onderliggende motivatie kan inzetten, kunnen problemen zomaar ineens verdwijnen. Dat is natuurlijk niet altijd zo, maar het is wel goed dit in het achterhoofd te houden.
Met studenten doe ik dit ook altijd. Ik help ze om in te zien dat je verschillende werelden kunt combineren. Dat je een vorige loopbaan, een hobby of passie in kunt zetten om een unieke therapeut te worden. Therapeuten zijn vaak veelzijdiger dan ze denken. Je kunt altijd andere gebieden uit je leven meenemen in je werk.”
Op dit moment is Nijmanting bezig aan haar eerste roman, die waarschijnlijk deze zomer uitkomt. Zij werd geïntrigeerd door de opening van een dwergenpark in China twee jaar geleden en besloot dit thema voor haar roman te gebruiken.
De kracht van veelzijdigheid
Wil je zelf ook je veelzijdigheid inzetten om cliënten beter te bedienen? Bekijk ook de andere artikelen uit deze editie van PSC Magazine, of lees meer betrouwbare achtergrondinformatie over ondernemerschap in de zorg via KVK.nl.

