Door: Annemart van Rhee
Ze schrijft, ze zingt, ontroert en vuurt rake grappen vol zelfspot af op de zaal. Multitalent Marjolijn van Kooten, volgend seizoen met Bram Bakker in de theaters te zien in de duovoorstelling Geen paniek, oogt zelfverzekerd. Maar onder die stoere buitenkant schuilt een angstig persoon. Een schijtluis, zoals de Amsterdamse het zelf treffend verwoordt in haar gelijknamige boek. Ze schreef het als steun voor anderen en omdat ze een dergelijk verhaal na haar diagnose zelf graag had willen lezen.
Want de angststoornis die 18 jaar geleden haar bestaan binnensloop, zette haar leven op zijn kop. Van struise student veranderde zij in een schuwe schaduw van zichzelf. Op het dieptepunt van haar ziekte spookte zelfmoord door haar hoofd en durfde zij maandenlang haar huis niet uit.
Van Kooten: „Ik was bang om een paniekaanval in het openbaar te krijgen, ik vond het bijvoorbeeld ook eng om in treinen of bussen te zitten. Op een gegeven moment was zelfs de tocht naar de supermarkt om de hoek een te grote opgave. Ik was zo geobsedeerd door angst dat ik geen staatsloten meer kocht, nadat ik las dat je grote prijzen persoonlijk aan het loket in Den Haag moest afhalen. Terwijl ik wist: hoe groot is de kans op de jackpot? Nihil. Ik liet mijn vriend alle boodschappen doen en vriendinnen moesten bij mij langskomen als ik hen wilde zien.”
Aanvankelijk verborg ze haar mentale meltdown voor familie. „Feestjes, voorstellingen, zelfs de crematie van mijn oma; ik haakte altijd op het laatste moment af met een slechte smoes. Maagpijn, griep, migraine; vier jaar lang verzon ik allerlei alibi’s tot irritatie van mijn familie.”
Ze hield ook zichzelf aanvankelijk voor de gek. Probeerde weg te duwen dat er iets met haar aan de hand was. Puur uit schaamte, analyseert zij nu. „Ik ben van het nuchtere soort. Van de generatie flink doen. Ik wilde stoer zijn. Onafhankelijk. Bang zijn vond ik iets voor watjes. Een teken van zwakte. Achteraf realiseer ik mij dat ik juist door het vechten tegen die psychische ziekte zover ben afgegleden. Wie eerder ingrijpt, heeft een grotere kans op sneller herstel.”
Want voor Van Kooten volgde een jarenlange worsteling. Haar zoektocht naar heling leidde langs psychologen, haptonomen, magnetiseurs, psychiaters en allerhande coaches. Ze shopte bij heel therapeutisch Nederland en belandde zelfs op de dagbehandeling van Duin en Bosch. ‘O god ik moet naar het gekkenhuis’, schrijft zij daarover.
Tijdens die periode doet contact met lotgenoten haar goed en zet de vraag: wat is je passie? haar op het juiste spoor. „Van kinds af aan houd ik van theater en schrijven en dat zei ik ook. Ik dacht wel: dat is geen optie met mijn angsten. Maar mij werd verteld dat ik het moest proberen. Ik ontdekte dat ik door het werken aan een voorstelling en aan grappen enorm veel energie kreeg. Natuurlijk was ik bang om voor een publiek te gaan staan. Maar door mindfulness, het leren accepteren van je situatie, hield ik mezelf voor: wat wil je liever? Een angststoornis en een saaie baan of een angststoornis en gaan voor je passie? Bovendien ontdekte ik dat ik op het toneel minder bang was, omdat ik daar mijn eigen wereld kan regisseren.”
Ze studeerde in 2010 af aan de Amsterdamse Theater Academie en werd datzelfde jaar tweede tijdens het Amsterdams Kleinkunstfestival. Nu toert ze door Nederland met een voorstelling met als rode draad angst en het speuren naar geluk. „Geluk is voor mij vrij zijn in mijn hoofd, want angst is een gevangenis. En geluk bestaat ook uit kleine dingen als het eerste kopje thee van de dag. Ik heb mij verzoend met het idee niet altijd gelukkig te zijn.”
„Ik ben niet helemaal genezen, volg nog af en toe therapie. En heb mindfulness in mijn leven geïntegreerd. Kinderen heb ik nooit gekregen, ik was te bang om het door te geven en echt reizen durf ik nog steeds niet. Maar ik kan nu normaal leven en vergeleken bij waar ik vandaan kom, ben ik 300 procent vooruitgegaan. Ik hoop binnenkort naar Londen te vliegen.”
Marjolijn van Kooten geeft op de vrijdag van de PSC-Dagen een lezing over dit onderwerp. Fotograaf: Richard Zandberg

