Een hopeloos geval?
‘Maar je denkt wel dat je me kunt helpen?’
Twee grote, vragende ogen kijken me aan. We hebben net wandelend in het bos kennis gemaakt, op aanraden van een vriend van hem. Hij heeft me verteld over zijn werk. Hoe hij al jaren twijfelt, hoe het knaagt. Hoe hij nooit geweten heeft wat hij wilde en maar gewoon werk is gaan doen dat zijn vader een goed idee leek. Hoe hij er goed in bleek en overal zo in is gerold. En hoe hij nu dreigt vast te lopen. Thuis niet te genieten is. En zichzelf daardoor ook nog eens een slechte vader vindt.
Ik vraag hem wat hij opgelost wil zien met de coaching. Waar hij wil staan na zo’n wandeling of zes. Het verrast hem hoe scherp hij dat kan verwoorden. Niet dat het daarmee is opgelost, maar toch, het is een begin. Hij wil niet alleen weten wat voor werk past bij wie hij van nature is en wat de volgende stap in zijn loopbaan wordt, maar wil ook graag wat relaxter door het leven gaan, met minder stress en minder moeten. Ook thuis. Zijn vraag past goed bij wat ik doe en dat zeg ik hem ook. Het lucht hem op. Hij heeft zin om aan de slag te gaan.
We zijn bijna terug op de plek waar we gestart zijn en na wat praktische zaken vraag ik hem of er nog iets is wat nu nog gezegd of gevraagd moet worden. ‘Nee, dit was het wel.’ Staand bij onze auto’s zeg ik hem toe dat ik het voorstel voor het loopbaanprogramma nog deze week naar hem zal mailen. ‘Graag!’ En dan, vlak voordat we elkaar de hand schudden, is daar die ene vraag:
‘Maar je denkt wel dat je me kunt helpen?’
Het is een existentiële onzekerheid die hij prijsgeeft. En hij is niet de enige. Veel mensen die hulp zoeken hebben al lange tijd zelf van alles geprobeerd, zonder merkbaar resultaat. Dat kan het gevoel geven dat ze niet oké zijn. Niet te helpen. Een hopeloos geval. Wat ze natuurlijk niet zijn. Het komt wel eens voor dat ik niet de juiste persoon ben voor een vraag, maar een hopeloos geval ben ik nog nooit tegenkomen. Ik zie alleen maar mooie, kwetsbare mensen die op een kruispunt in hun (werkende) leven een pas op de plaats nodig hebben, een luisterend oor en een milde maar schoongepoetste spiegel.
Wat zal ik antwoorden?
Opties te over, variërend van het geruststellende ‘Ja, natuurlijk’ tot de reflectie ‘Je denkt dat je niet te helpen bent?’ Ik weet niet goed waarom, maar vandaag kies ik voor: ‘Je vraag is heel helder. Ik begrijp dat het antwoord dat nog niet is. Ik kan je dat antwoord niet geven, maar ik kan je wel helpen om dat antwoord zelf te vinden.’ Dan is daar alsnog de handdruk, opnieuw opgelucht.
In mijn auto schrijf ik in mijn notitieboekje de hoofdlijnen en de belangrijke details uit zijn verhaal op, samen met mijn eigen observering. Als laatste woorden noteer ik: ‘Interne criticaster. Werken aan zelfcompassie.’
Jamie Nederpel is wandelend loopbaancoach en schrijver van het boek Het is altijd het goede weer. www.werkvanuitjenatuur.nl
Is een hopeloos geval wel echt hopeloos?
Een hopeloos geval bestaat eigenlijk niet, ook al voelt het soms zo. Wil je meer lezen over hoop en herstel in de hulpverlening? Bekijk meer artikelen op Curova of lees de achtergrond via Wikipedia over hoop.

