Slechte-moeder-stemmetje
Sinds ik moeder ben, draait mijn interne criticus overuren. Bij elke chagrijnige pre-puberbui van mijn tienjarige dochter en bij elk aankleeddrama van mijn zoon van zeven probeert die kritische gedachtestroom mijn hoofd te vullen met argumenten waarom het toch vooral allemaal aan mij ligt dat ze zo doen. Ik doe het niet goed, anders zouden ze wel meewerken. Mijn slechte-moeder-stemmetje noem ik haar. Ze zit op mijn rechterschouder en klinkt als mijn zwemjuf van vroeger, die met haar haak op de kant stond te roepen wat ik allemaal niet goed deed terwijl ik mijn hoofd boven water probeerde te houden.
Afijn, je hebt een beeld.
Toevallig (…) hebben veel mensen met wie ik wandel, ook een behoorlijk ontwikkelde interne criticus. Die herken ik meestal eerder dan zijzelf. Het kan even duren voordat mijn gesprekspartner doorheeft dat zij (inderdaad, meestal een vrouw) haar interne criticus niet ís, maar dat het een verinnerlijkte, kritische stem van buiten betreft. Dat ze in de kern niet zo slecht, schuldig, lui, dom of angstig is als haar criticus haar doet geloven. Dat ze er mag zijn, gewoon zoals ze is.
Wat een prachtig inzicht. En wat een bevrijding ook, na vaak jaren van worstelen. Je zou verwachten dat er op zo’n moment een heel koor van engelen uit de hemel zou neerdalen om het bos te verlichten met hun stralende aanwezigheid en klaterende gezang. Helaas.
Het eerste wat iemand meestal doet als dit inzicht zich aandient, is boos worden op zichzelf omdat ze al die tijd zo kritisch op zichzelf is geweest. Hoe heeft ze zo stom kunnen zijn? Ze had hier al jaren geleden iets aan moeten doen…
Hier zie je pas echt hoe vernuftig die interne criticus is. En hoe ingesleten het gedachtepatroon. Want het is natuurlijk de criticus zelf die – uit lijfsbehoud – zichzélf direct bekritiseert. Het is een loopje, zoals muzikanten dat weleens maken met een looper-pedaal: ze starten een opname, spelen een stuk op hun instrument en drukken dan het pedaal weer in. Vervolgens springt de opname terug naar het begin en speelt de looper het opgenomen stuk telkens opnieuw af. De muzikant heeft dan de handen vrij om zijn of haar eigen partij er overheen te spelen. Handig als het om muziek gaat, maar in dit geval een stuk minder handig. En we vergeten vaak ook nog dat het niet onze eigen partij is die ‘geloopt’ wordt, maar een stroom van ongezonde, schadelijke zelfkritiek.
Wat helpt bij zelfkritiek is je realiseren dat je niet de enige bent. Daarom vertel ik op zo’n moment, nadat we het loopje hebben blootgelegd, vaak dat de meeste mensen die ik ken, wel zo’n stemmetje hebben. En dat dat, hoe onhandig ook, oké is. We zijn allemaal mensen, ik ook. Ja, het kan altijd beter. Maar we doen wat we kunnen. En dat is, alleen al om die reden, altijd goed genoeg.
Juist die mildheid haalt de druk van de kritische gedachtestroom af en zorgt ervoor dat je er niet meer mee samenvalt. Je interne criticus even goed knuffelen helpt beter dan boos op hem of haar worden.
Net als bij mijn kinderen, trouwens.
Jamie Nederpel is wandelend loopbaancoach en schrijver van het boek Het is altijd het goede weer. www.werkvanuitjenatuur.nl
Omgaan met het slechte-moeder-stemmetje
Het slechte-moeder-stemmetje wordt vaak luider op vermoeide momenten, maar met vriendelijke aandacht wordt het stemmetje zachter. Lees ook meer artikelen in dit magazine over zelfcompassie in het ouderschap. Voor meer achtergrond over zelfkritiek en opvoedstress verwijzen we naar het Nederlands Jeugdinstituut.

