Lotgenoten
Al jarenlang wilde ik een teckel. En al even lang koos ik er niet voor omdat het mijn vrijheid zou beperken. Ik ging zelfs zover dat ik hondenbezitters bekeek en zei: die hond laat zijn baas uit. De baas zit aan de riem. Ratio tegenover gevoel. Maar.. het gevoel won uiteindelijk en nu heb ik een schat van een teckel pup.
Het was een jaar geleden dat mijn man overleed. Bizar gewoon. Een jaar voorbij. Zo voelt het helemaal niet. Gek genoeg was ik maar heel kort alleen want mijn beide kinderen zijn wegens omstandigheden (tijdelijk?) terug thuis komen wonen. Ik dacht dat het voor hen ook afleiding zou geven om zo een bundeltje levenslust om zich heen te hebben en zo kwam Millie erbij. Wel was ik even vergeten hoe bewerkelijk een pup is. Daarnaast was ik ook vergeten dat ik mezelf had bezworen dat ik, na tien jaar zorgen voor een zieke man, nu tijd voor mijzelf zou nemen en toch heb ik nu weer twee kinderen thuis plus drie katten én het hondje..
Een van de vele leuke kanten van het hebben van een hond is dat je er mee moet wandelen. Tijdens zo een wandelingetje met Millie kwam ik een man tegen die zijn hond uitliet. Enorm groot beest maar nog maar vijf maanden oud. Er hing een slangetje uit de neus van de man. Ik herkende de sonde maar al te goed want mijn eigen man had in het begin van zijn ziekte ook sondevoeding gekregen. Ik besloot nu niet over de ziekte van deze meneer te beginnen omdat ik niet wilde hoeven vertellen dat mijn man was overleden.
Afijn, een paar dagen later kwam ik dezelfde hond tegen, maar nu met een mevrouw. Wij raakten ook aan de praat en ze zei: ‘Ik denk dat u mijn man onlangs bent tegengekomen want hij had het over een teckel pup. Mijn man heeft een slangetje in zijn neus.’ ‘O,’ zei ik, ‘dus dat was uw man.’ Dit keer voelde ik dat ik naar zijn ziekte moest vragen. En zij vertelde. Op het moment lag haar man in het ziekenhuis en kreeg morfine vanwege de pijn. Ze vertelde over hoe zij zelf een tijdje geleden de arts in het ziekenhuis gedwongen had haar man sondevoeding te geven omdat hij zo sterk vermagerde dat ze voelde: hij gaat niet overlijden aan kanker maar aan uithongering.
Ik herkende zo goed waar zij doorheen ging. Zij praatte en ik luisterde. Het was duidelijk dat zij af en toe wanhopig was omdat zij het gevoel had er alleen voor te staan. Ze klaagde helemaal niet hoor, maar ik wist precies wat ze doormaakte. Alle ziekenhuisbezoeken en alle zorgen die allemaal gericht zijn op de patiënt. Logisch natuurlijk, noodgedwongen komt de partner op de tweede plaats terwijl deze emotionele bergen moet verzetten.
Ik zei dat, als zij behoefte had te praten, ze bij mij langs mocht komen. Spontaan omhelsde ze mij en zei dat het geen toeval was dat zij mij was tegengekomen. We spraken af voor de dag erna.
Ik liep naar huis en bedacht dat het bieden van steun, ook al minimaal, aan een lotgenoot veel voldoening geeft aan beide partijen. Het kwam in mij op om een lotgenotengroep voor partners van op te zetten, die bij mij thuis bijeen kon komen.
Toen ik thuiskwam, was mijn zus er. Ze had een cadeautje voor me mee. Een pak orakelkaarten, gevonden bij de kringloopwinkel. Ik trok er eentje en de tekst zei: het is tijd voor jou om uit te rusten. Nu is het niet de periode om voor anderen te zorgen maar voor jezelf.
Ik lachte. Mijn geest was alweer op hol geslagen. Die moet ik eerst maar eens in toom leren houden. Voorlopig even geen lotgenotengroep.
Martine Clausen is counselor en creatief therapeut.
Steun aan lotgenoten
Het contact met een lotgenoot bleek onverwacht waardevol: lotgenoten herkennen elkaars verhaal zonder oordeel, en juist dat maakt het makkelijker om verdriet te delen. Martine merkte dat de kleine ontmoeting met een andere lotgenoot tijdens het wandelen met Millie haar hielp haar rouw een plek te geven. Wil je meer lezen over de kracht van herkenning tussen lotgenoten? Bekijk dan ook de andere verhalen in het PSC Magazine 2018. Voor achtergrondinformatie over rouwverwerking en het vinden van lotgenoten kun je terecht bij Mind Nederland.

