Een systeemtherapeutische benadering bij automutilatie

Verslag van de NKS-kwartaalbijeenkomst van 28 mei 2018 met klinisch psycholoog Jan Baars over zelfbeschadiging: oorzaken, functies en hoe je je als hulpverlener verhoudt.

Inhoudsopgave

Verslag kwartaalbijeenkomst van 28 mei 2018

Vanavond een vertrouwde spreker in de Oranjehof: Jan Baars, klinisch psycholoog, systeemtherapeut en psychotherapeut. Hij komt vanavond vertellen over automutilatie: mensen die zichzelf beschadigen. Een thema waar hij in zijn werk veel ervaring mee heeft.
Binnen dit thema kom je niet onder het ‘context denken’ uit. Want in welke context is het menselijk lichaam beschadigen een stoornis? In veel culturen of godsdiensten horen rituelen waarbij het lichaam beschadigd wordt. Het wordt gezien als bevestiging dat iemand bij een bepaalde groep hoort.
Zelfbeschadiging is iets wat veel voorkomt, maar waar ook een schaamte op zit. Bekende mensen die ermee naar buiten zijn gekomen zijn bijvoorbeeld Angelina Jolie, Johnny Depp en Lady Diana. In de westerse cultuur zien we het vaak bij jongeren in de overgang naar een andere levensfase. Op middelbare scholen kunnen jongeren elkaar aansteken en er zijn sites waarop jongeren hun ervaringen delen over automutilatie. Vaak stopt het automutileren vanzelf weer. Niet bij iedereen en dan kan het soms ernstige vormen aannemen. Vanavond vertelt Jan Baars over zijn ervaring binnen de hulpverlening met automutileren. Waar kunnen oorzaken liggen en hoe kan je je als hulpverlener verhouden tot dit onderwerp.

Functies en achtergronden

Mensen die automutileren voelen vaak de hele dag een drang om zichzelf te beschadigen. Dit beschadigen van het lichaam kan een ‘gewenst’ effect hebben, waardoor het uiteindelijk een verslaving kan worden.
De reden waarom mensen automutileren kan uiteenlopen. Daarom is het van belang uit te vragen wat de drijvende kracht achter de zelfbeschadiging is. Een reden kan zijn het regelen van het gevoel. Als iemand overspoeld wordt door emoties of sombere, wanhopige gedachten, kan de pijn een kalmerend effect hebben. Bij een innerlijk gevoel van leegte kan automutileren juist het gevoel geven te leven. Bij schuldgevoelens kan het een manier van straffen zijn. Het kan ook een manier zijn om de relatie te regelen. Bijvoorbeeld een vorm van communiceren van het lijden of grenzen stellen. Als laatste kan het een manier zijn om zich te identificeren met een groep.
Een psychologisch aspect dat mee kan spelen is perfectionisme. Het altijd moeten voldoen aan allerlei verwachtingen, meer dan het beste uit je zelf halen. Dit is iets wat ook nog eens gestimuleerd wordt in de huidige maatschappij. Verder kan eenzaamheid meespelen, of ontevredenheid over het lichaam of kunnen stemmingswisselingen een rol spelen. We zien automutilatie ook terug bij onvoldoende coping bij borderline of autisme. Risicofactoren kunnen tevens zijn: ingrijpende jeugdervaringen, ouders die het zelf ook deden, problemen met seksuele oriëntatie, een trauma of een gebeurtenis waar iemand zich schuldig over voelt.

Hoe je als hulpverlener te verhouden tot mensen die automutileren?

Valideren! Aansluiten bij de ander! Erkennen in wat voor moeilijke situatie iemand zich bevindt; juist door het verslavingseffect is het zo moeilijk voor mensen om te stoppen. Gepaste nabijheid is belangrijk, iemand moet zelf beslissen om te stoppen. Laat iemand niet in de steek, welke keus hij ook maakt. Bemoedigen, maar je niet bemoeien. En niet te hoge verwachtingen hebben.
Je kunt samen met iemand een signaleringsplan maken om bewust te worden wat eraan voorafgaat en alternatieven bedenken voor het automutileren.
Automutilatie komt zoals gezegd vaak voor bij jongeren. Het heeft dan ook een impact op het hele gezin. Als bekend is bij ouders dat hun kind het doet, kan dat veel angst en machteloze gevoelens oproepen. Ouders kunnen de neiging hebben om erbovenop te gaan zitten, te gaan controleren of hun kind het nog doet. Dat heeft vaak een averechts effect. Als het automutileren nog een geheim is binnen het gezin, is er vaak een grote angst bij het kind om het aan de ouders te vertellen. Bang voor veroordeling. Het is van belang om ouders te betrekken bij de behandeling. Aan de ene kant om met elkaar in gesprek te gaan over het automutileren en hoe ieder zich daartoe verhoudt. Aan de andere kant om te onderzoeken of er een functie is binnen het gezin wat maakt dat het kind automutileert. Wat speelt er binnen het gezin? Zijn er familiegeheimen, patronen die uit vorige generaties worden doorgegeven?
Als laatste gaf Jan Baars de tip om ons eens te verdiepen in de theorie van Mark Solms. Hij heeft onderzoek gedaan naar het brein. Zijn bevindingen kunnen helpend zijn in de diagnostiek van het individu en gezinnen.
Kwartaalbijeenkomsten worden 4 maal per jaar gehouden in het kader van bij- en nascholing voor systeemtherapeuten en systeemspecialisten.

Automutilatie herkennen en bespreekbaar maken

Jan Baars benadrukt dat automutilatie niet als losstaand probleem gezien moet worden, maar altijd in de context van het gezinssysteem. Door automutilatie systeemtherapeutisch te benaderen, ontstaat ruimte om niet alleen het gedrag maar ook de onderliggende relaties te begrijpen. Meer achtergrondverhalen over psychische thema’s vind je in het PSC Magazine 2018. Voor meer informatie over hulp bij zelfbeschadiging kun je terecht bij 113 Zelfmoordpreventie.

Auteur

Redactie PSC Magazine

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2018

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen