Uitspraken van/voor therapeut en cliënt
In de eerdere columns met metaforen heb ik met jullie mijn gedachten gedeeld over de uitspraken: het zal mij (g)een zorg zijn en op eigen benen staan.
In deze column wil ik nadenken over een geheel ander lichaamsdeel dat we gebruiken in de therapie, namelijk onze mond. Daarbij hoort de uitspraak ‘hij kan goed zijn mondje roeren’. Wat inhoudt dat je goed je eigen mening kunt verwoorden en verkondigen. Je kent vast wel cliënten op wie dit van toepassing is. Zij kunnen je goed vertellen wat ze ergens van vinden en waar ze voor staan. Of je hebt misschien wel cliënten die willen leren om hun mondje beter te roeren, ze willen zich juist uitspreken over wat ze ergens van vinden.
Om wat nader te onderzoeken hoe je deze metafoor kunt gebruiken als kader voor je gesprekken is het goed om bij jezelf na te gaan hoe jij hierin staat. Ben jij iemand die goed zijn/haar mondje kan roeren en kun je dat dan in alle situaties of zijn er ook situaties waarin het niet lukt om je mening te verwoorden? Wat vind je als een therapeut zijn mondje goed roert, mag dat? En wat vind jij van mensen die goed hun mondje kunnen roeren, welk gevoel roepen ze bij je op? Bewondering of misschien wel angst om overruled te worden, een gevoel van kracht/trots als je ziet hoe de ander zich uitspreekt of juist een gevoel van je minder voelen omdat je niet zo goed uit je woorden kunt komen? Iemand die zijn mondje roert, kan bij degene tegen wie hij zijn mening verkondigt, heel verschillende gedachten, gevoelens en belevingen oproepen.
In deze column wil ik met je nadenken over de mondige cliënt die zo goed zijn mondje roert dat hij zijn/haar eigen therapietraject ondermijnt. Mogelijk herken je dat wel, dat je van tevoren een gesprek voorbereidt, nadenkt over waar je aandacht aan wilt geven, welke lijn je wilt volgen in lijn met je doelen en behandelplan. En dat er cliënten zijn die maar blijven praten en er op een heel vriendelijke manier voor zorgen dat het vooral bij praten over (anderen) blijft in plaats van contact te maken met zichzelf en een stapje te zetten naar meer verbinding met de gevoelswereld. Het overkomt mij wel eens dat er (te) veel tijd aan de cliënt in het gesprek gegeven wordt, tijd aan praten, je mondje roeren, je mening ergens over geven, wat helpend is voor de verbinding met je cliënt. En aan de andere kant dat het dan niet lukt om een stapje naar verdieping te maken en vaak is dat het gevoelsniveau.
Toen ik er op een gegeven moment achter kwam dat je als cliënt een reden kunt hebben om in het gesprek goed je mondje te roeren en stellig te zijn over dingen, ben ik juist daar vragen over gaan stellen. Hoe komt het dat het zo belangrijk is om dat te vinden? Van wie heb je dat geleerd? Wat zou er gebeuren als je dat niet meer denkt of als er ruimte is dat een ander er anders over mag denken? Veel cliënten zijn zich namelijk helemaal niet zo bewust van overtuigingen die zij hebben, vaak zijn deze namelijk onbewust. Als je de overtuigingen/meningen bewuster krijgt en je daarin verbinding kunt maken van hoofd (ofwel mondje) naar hart en onderbuik, worden ze veel meer geïntegreerd.
Waar je mee aan de slag kunt gaan, is je bewust te worden van wat er in gesprekken met mensen gebeurt die hun mondje goed kunnen roeren bij jou. En hoe je bij hen kunt aansluiten om hen een stapje verder op weg naar hun doel te brengen.
Ik hoop dat deze column je wat helpt om erover na te denken en ermee aan de slag te gaan! Goede ‘mondige’ gesprekken met je cliënten toegewenst!
Hanneke Nijkamp, praktijkhouder Caritasgroep, psycholoog, relatiecounselor en supervisor. www.caritasgroep.nl
De metafoor ‘zijn mondje roeren’ in de praktijk
Wanneer een cliënt zijn mondje leert roeren, betekent dit dat hij steviger voor zichzelf leert opkomen en zijn mening durft te uiten. Als therapeut kun je deze metafoor gebruiken om samen te onderzoeken waar iemand zijn mondje juist wel of niet roert, en wat daarvoor nodig is. Meer columns over taal en metaforen in de therapie lees je op het PSC Magazine 2018 overzicht. Meer achtergrond over het werken met taal en metaforen vind je bij de LVVP.

