Inhoudsopgave
Interview met Saskia de Bruin
Saskia de Bruin probeerde verschillende beroepen die, zoals ze zelf zegt, te maken hadden met de buitenkant van mensen, voor ze zich bezig ging houden met de binnenkant van mensen. Ze werkte onder andere als schoonheidsspecialiste en pedicure. “Die buitenkant vond ik echt niet interessant. Het werken met mensen vond ik wel interessant. Het contact met mensen vond ik leuk en ik hoopte dat ik de wereld een beetje mooier kon maken. Ik kwam erachter dat die buitenkant toch niets voor mij was.”
Stapje voor stapje veranderde ze van richting en ging communicatietrainingen volgen en trainingen voor veranderprocessen in bedrijven. En zo ging de focus stapvoets van buiten naar binnen. Nu is Saskia mindfulness-trainer, geeft ze les aan mensen met chronische spanning en pijn, en schrijft ze veel. “Mijn eigen lijf heeft daaraan bijgedragen, doordat ik zelf allerlei klachten had. Ik ging op zoek naar antwoorden die ik ‘vanbinnen’ kon vinden.”
Saskia schreef verschillende boeken en inspiratiekaartjes, waaronder Schrijvend openbloeien, Het Schrijfhandboek en meest recent Weg van de pijn.
Hoe kwam het dat je ging schrijven?
“Dat begon al heel vroeg. Als vierjarige deed ik al alsof ik kon lezen en ik kan me nog herinneren dat ik, toen ik nog een kind was, boos kon worden omdat ik niet kon lezen. Mijn opa en vader schreven ook; blijkbaar zit het schrijven een beetje in de familie. Toen ik echt serieus wilde gaan schrijven, kon ik maar geen ingang vinden en daarom ben ik een training creatief en reflectief schrijven gaan volgen. Hierdoor vond ik mijn schrijversstem. Het was niet zo dat er direct een boek van mij in de winkel lag. Het heeft wel tien jaar geduurd, voordat een uitgeverij een boek van mij wilde publiceren.”
Onlangs is je nieuwste boek Weg van de pijn uitgekomen. Dat is vanuit je eigen ervaring geschreven.
“Ik had altijd al klachten en ik was een sensitief kind. Ik had bronchitis, was heel gevoelig voor alles wat er binnen ons gezin speelde en ik was snel bezorgd. Toen ik een jaar of dertien was, ontwikkelde ik anorexia. Op het moment dat ik dat op orde had en meer balans vond, begonnen de chronische klachten. En dat begon met een stijve nek. Eerst af en toe, maar de stijve nek bleef steeds langer stijf totdat hij op een gegeven moment niet meer wegging. Daarna kreeg ik pijn in mijn schouder en ondertussen kwam ik er nooit achter wat er nu eigenlijk aan de hand was. Tot ik een boek las over fybromyalgie. De verzameling klachten die daarin werd beschreven, herkende ik wel. Met dat idee liep ik een hele tijd rond. Bij fybromyalgie gaat er niets kapot in het lichaam, het is niet schadelijk, maar je hebt wel veel pijn en rare klachten. Ik probeerde wel dingen als fysiotherapie en haptonomie, maar echt iets oplossen deed het niet. Het werd eigenlijk alleen maar erger en erger, totdat ik op een dieptepunt kwam en op een ochtend wakker werd en mijn gewrichten allemaal opgezet waren. Ik ging weer naar de dokter en na onderzoek bleek ik reuma te hebben. Daar was ik hevig bezorgd over. Die bezorgdheid is een patroon dat ik als kind al had. Het nieuws sloeg in als een bom. Die schrik leverde veel stress op en dat had natuurlijk impact op de pijn.
Ik hield altijd al van boeken en van het snuffelen naar oude boeken in allerlei winkels. Op een dag vond ik zo het boekje Overgave van Chris Veraart. Ik sloeg het open en las het gedicht op die bladzijde en werd diep geraakt.
Beter / Wat zou er gebeuren / Als ik plotseling / Beter zou worden / Ik zou / Volkomen / In paniek raken …
Ik schrok van dit gedicht omdat ik het zo intens herkende. Ik ging erover schrijven om dit in mezelf te onderzoeken. Een week later raadde iemand me een boek aan van de Amerikaanse arts John E. Sarno en dat was het begin van veel meer helderheid.
Ik ging met frisse tegenzin het boek van Sarno lezen, want ik had inmiddels al 20 jaar pijn en ik had al van alles geprobeerd. Ik was moe en wanhopig en had me min of meer neergelegd bij de situatie. ‘Dit is het dan.’ Toch zat er ergens nog een restje nieuwsgierigheid. Op bladzijde 10 wist ik al dat dit over mij ging.
In het boek beschrijft Sarno een pijnpatroon dat hij TMS noemt (tension myoneural syndrome). De kern hiervan is dat mensen onbewust, zonder dat ze er ook maar iets aan kunnen doen, klachten laten ontstaan in het lichaam, die hen zo enorm bezighouden en bezorgd maken, dat er geen ruimte meer over is in het bewustzijn om met emoties bezig te zijn. Dat is natuurlijk iets dat je ontkent wanneer iemand je dat vertelt. Want het zou betekenen dat je met die onbewuste emoties aan de gang moet en dat is confronterend. Daar was nou juist dat pijnpatroon de uitkomst voor.
Sarno schrijft hier op een uiterst milde manier over en blijft steeds weer benadrukken dat je er niets aan kunt doen en dat het iets onbewusts is dat bij veel mensen voorkomt. Voor mij haalde zijn schrijftoon de weerstand eraf en kon ik wat ik las, toelaten.”
Wat ben je gaan doen met dit inzicht over het pijnpatroon?
“Ik ben al zijn adviezen gaan volgen en de schrijfopdrachten gaan maken die hij in het boek geeft. Hij vraagt herhaaldelijk te schrijven over alles wat je emotioneel raakt. Hij gelooft dat het patroon vooral met boosheid en verdriet te maken heeft. Boosheid is een emotie waar veel mensen moeite mee hebben. Het is moeilijk toe te geven dat er boosheid is waarmee je geen contact kunt maken.
Daarom vraag ik zelf niet aan de mensen die bij mij komen: ‘Waar ben je boos over?’ maar ‘Wanneer was het helemaal niet zo vreemd in je leven als je er boos over was geworden?’
Ikzelf moest dat ook leren. Mijn vader was alcoholist en overleed op vrij jonge leeftijd. En daar was ik natuurlijk verdrietig over. Maar er was ook boosheid: waarom moest hij zoveel drinken, waarom kon hij niet blij zijn met zijn gezin en waarom moest hij ons in de steek laten? In een rouwproces is verdriet heel gewoon, maar voor de ook aanwezige boosheid is vaak minder ruimte. Om die emotie ‘eronder te houden’ heb je iets anders nodig waar je je mee bezig kunt houden. En pijn is daarvoor een mogelijkheid. Maar je kunt ook heel hard gaan werken, gaan drinken of eten. Zelf probeerde ik door mijn vaders alcoholisme nergens aan verslaafd te raken, maar ik ontdekte dat pijn eigenlijk ook een soort verslaving is. Het heeft hetzelfde effect: je bent geobsedeerd door je klachten en zo worden de emoties opzijgezet. Je creëert het patroon om pijn te vermijden, maar uiteindelijk creëert het alleen maar meer pijn. De oplossing wordt het probleem.
Naast de schrijfoefeningen had Sarno nog meer adviezen, waaronder stoppen met alle therapieën en middelen die bevestigen dat er iets stuk is in je lichaam. Ook als je denkt dat iets helpt, adviseert hij ermee te stoppen, anders los je het patroon nooit op.
TMS komt voor bij mensen die gevoelig zijn, graag anderen plezieren en mensen goed kunnen aanvoelen en graag helpen. Dit soort ‘goeierds’ houden alles waar ze boos over zijn in; het mag er niet zijn. En dat kan natuurlijk niet, want boosheid is ook een onderdeel van het leven.
Ik stopte dus overal mee en na 3 weken werd ik wakker zonder pijn. Emotioneel raakte dit me. En ik schaamde me voor mezelf en voelde me schuldig, want ‘had ik wel genoeg mijn best gedaan?’ Sarno legt gelukkig heel goed uit dat het echt buiten het bewustzijn om gaat. Je kunt er niets aan doen dat je een dergelijk patroon ontwikkeld hebt.
Gelukkig had ik ook mindfulness gedaan en zo kon ik met milde nieuwsgierigheid naar mezelf kijken en ook als ik me schaamde hier met interesse naar kijken. Het was heel raar om na 3 weken ineens wakker te worden zonder pijn. Dat is ook niet zo gebleven hoor. Af en toe kwam de pijn terug en dan ging ik weer lezen en schrijven en op die manier bleef de pijn steeds langer weg. Ik ging de pijn en klachten als een soort graadmeter zien.
Ik wil niet zeggen dat de reuma weggaat, doordat ik dit patroon heb doorzien. Maar het is rustiger, nu ik niet meer zoveel pieker en beter slaap. Piekeren en slecht slapen doen je afweersysteem geen goed.”
Aan het eind van je ontdekkingstocht ben je je eigen verhaal gaan opschrijven.
“Toen ik een keer bij mijn uitgever was, zaten we te praten en ik zei dat ze eigenlijk de boeken van Sarno moesten gaan vertalen. Zijn boeken over TMS hebben mij zo enorm geholpen dat ik wilde dat deze informatie voor iedereen beschikbaar was. De uitgever zag dit niet helemaal zitten. Sarno was op dat moment misschien al wel 93 – inmiddels is hij overleden – en hij schreef een beetje op een Amerikaanse manier. Toen stelde de uitgever mij voor zelf over dit onderwerp te gaan schrijven. Ik was dit aanvankelijk niet van plan, want ik ben geen medicus en wil mezelf ook niet zo neerzetten. Toch ben ik aan het boek begonnen; ik ging schrijven vanuit mijn eigen ervaring en ontdekkingen. Het schrijven zelf heeft me ook veel goed gedaan. Want ik ging alles weer opnieuw uitzoeken zodat ik het goed kon verwoorden en structureren. Ik ging er nog meer over lezen en ook met mensen praten; dat betekende voor mij nog veel meer herstel.
Het boek is gericht op mensen met pijn, of mensen die hiermee in hun werk te maken hebben. Ik denk zelfs dat het voor begeleiders gemakkelijker is om het pijnpatroon te doorzien, dan voor iemand die zelf pijn heeft. Een vertrouwenspersoon – een coach, therapeut of zelfs arts – kan helpen om het idee van het pijnpatroon langzaam toe te laten.”
Wat is belangrijk wanneer coaches en therapeuten de kennis uit het boek gaan integreren in hun werk?
“Voor mij is het allerbelangrijkste het idee geweest, dat ik er écht niets aan kon doen. Dat het iets is dat zich buiten mijn bewustzijn om heeft ontwikkeld. Dat ik dat zelf niet gemerkt heb en het eigenlijk ook niet zelf kon merken. Dat ik iemand anders nodig had om het patroon te kunnen zien. Ik had er geen schuld aan en was ook geen aansteller, want die pijn was echt. Wanneer je daarin gehoord wordt, sta je meer open om nieuwe perspectieven toe te laten. Samen kun je dan gaan zoeken naar emoties die er niet mogen zijn, cruciale gebeurtenissen waarover emoties niet voldoende geuit konden worden.
Sarno vergelijkt de pijn met kramp in je kuit bijvoorbeeld. Die kramp wordt vaak veroorzaakt door een mild zuurstoftekort in die spier. Er is niets ernstigs aan de hand, er gaat niets kapot, maar het doet wel flink pijn. Door een psychische gesteldheid gebeurt er iets in je lijf, waardoor je echte klachten krijgt. Het zijn geen nepklachten, ze zijn niet ingebeeld. De bron is misschien psychisch, maar je hebt het niet zelf in de hand, zolang je het niet doorziet.
De pijnklachten bij mannen en vrouwen uiten zich anders. Bij mannen gaat het vooral om rugklachten, migraine en maagklachten. Bij vrouwen om fybromyalgie en nek- en schouderklachten. Bij deze klachten kan ook aan vermoeidheidsklachten gedacht worden. Dan wordt in plaats van pijn vermoeidheid ervaren. De vermoeidheid leidt af van de onderdrukte emoties. Overigens hoeven die emoties niet eens zo heftig te zijn.
In primitievere culturen komt dit patroon niet voor. Daar mag je misschien even het bos in rennen om te gillen wanneer je boos bent. Dat zouden wij ook af en toe moeten doen (in plaats van die culturen primitief te noemen).”
Wat zou je tot slot nog willen zeggen?
“Heel bewust heb ik het nooit over genezen. Dat is in mijn ogen een kernprobleem. Mensen die denken dat ze iets hebben, denken dat er iets mechanisch stuk is en dat ze óf ermee moeten leren leven óf dat ze kunnen genezen. Het idee achter TMS is, dat je niet stuk bent en dus ook niet hoeft te genezen. Het idee dat er iets stuk is, is de brandstof van het patroon. Bang zijn en je zorgen maken over wat er is met je lijf, houdt het pijnpatroon in stand. Het ontdekken en geloven dat je klachten niet komen doordat er iets mechanisch of fysiologisch stuk is, is een belangrijk kernpunt bij het herstellen van het patroon.
In het boek beschrijf ik verschillende holistische methoden die kunnen helpen het pijnpatroon te herstellen, want het geestelijke en het lichamelijke zijn één geheel. Ik hoop dat ik een zo liefdevol mogelijk boek heb geschreven zodat mensen zich niet aangevallen, maar uitgenodigd voelen om op onderzoek uit te gaan in zichzelf. Daarom ben ik eerlijk over mezelf geweest. Ik zie namelijk om me heen dat ik, wanneer ik zelf eerlijk ben, anderen uitnodig ook eerlijk te zijn.”
Dagelijkse schrijfoefening (uit: Weg van de pijn) – Gebeurtenissen en emoties beschrijven. Je kunt een dagelijkse gewoonte maken van het schrijven over een aantal kernvragen voor emotioneel bewustzijn: 1. Wat gebeurde er in je leven vandaag? 2. Wat hield je bezig? Wat raakte je? 3. Had je klachten vandaag? Waren ze meer of minder dan gewoonlijk? 4. Had je vandaag tijd voor jezelf? 5. Waar heb je veel aan gedacht? 6. Was er een emotie die heftig was? 7. Heb je plezier gehad? Rust ervaren? Geruststellende dingen gedaan? 8. Hoe voelde het vandaag om jou te zijn?
Herkennen van het pijnpatroon TMS
Het pijnpatroon TMS, beschreven door John E. Sarno, laat zien dat onverwerkte emoties zich kunnen uiten als lichamelijke pijn. Door het pijnpatroon TMS te herkennen, kun je leren dat je lichaam niet stuk is. Meer verhalen over herstel lees je op Curova. Achtergrond over TMS is te vinden op Wikipedia.

