CZ schrapt vergoeding alternatieve geneeswijzen
Column door Willem Pinksterboer
Eind november zorgde zorgverzekeraar CZ voor onrust onder alternatieve behandelaars en hun patiënten door te besluiten de vergoeding van een aantal alternatieve geneeswijzen te beëindigen. Reïncarnatietherapie, craniosacraal therapie, fytotherapie, ayurvedische geneeskunde, energetische geneeskunde en kinesiologie worden vanaf 1 januari niet meer vergoed.
De manier waarop CZ tot dit besluit kwam, is op zijn zachtst gezegd onzorgvuldig. De zorgverzekeraar heeft niet overlegd met de getroffen beroepsgroepen en komt zeven weken voor het nieuwe beleid ingaat, met zijn mededeling. De getroffen therapeuten werden er twee jaar geleden nog toe verplicht een kostbare en tijdrovende bijscholing te volgen om hun medische basiskennis te garanderen. Hoe kan een zorgverzekeraar zo onzorgvuldig met mensen omgaan?
Bovendien rammelt de inhoudelijke onderbouwing van dit besluit aan alle kanten. CZ nam dat besluit op basis van de uitkomsten van een enquête onder slechts driehonderd van haar 3,6 miljoen verzekerden. De verzekeraar vroeg welke alternatieve geneeswijzen ze zinvol dan wel onzinnig vonden. Zo’n steekproef is veel te klein om representatief te zijn en de vraagstelling is dubieus. De geënquêteerden hadden over het algemeen geen ervaring met de therapieën die ze beoordeelden, laat staan dat ze er verstand van hadden.
CZ probeerde het gebrek aan visie en onderbouwing te verhullen door te beweren dat voor deze behandelvormen weinig wetenschappelijk bewijs zou bestaan. Dat is aperte onzin.
Fytotherapie is een ander woord voor kruidengeneeskunde, de oudste geneeskunde op aarde. Fytotherapie omvat onder andere ayurvedische geneeskunde, Chinese geneeskunde en westerse kruidengeneeskunde. Veel moderne geneesmiddelen zijn afgeleid van de geneeskrachtige werking van planten, zoals vingerhoedskruid (digitalis) en taxus. De wetenschap heeft de laatste jaren steeds meer interesse in allerlei vormen van fytotherapie. Zo is farmacognosie een jonge tak van wetenschap die in geneeskrachtige planten zoekt naar werkzame stoffen voor nieuw te ontwikkelen medicijnen.
Eén enkele zoekopdracht op internet leert dat heel veel wetenschappelijk onderzoek juist positieve resultaten te zien geeft voor de oeroude ayurvedische geneeskunde, zeker in vergelijking met de veel jongere osteopathie, die gelukkig wel gewoon vergoed blijft. De ayurvedische geneeskunde sneuvelt echter omdat ze niet erg bekend is. Onbekend maakt nog altijd onbemind. Maar dat een behandelmethode niet bekend is, zou voor een verzekeraar geen reden mogen zijn om die niet meer te vergoeden en daarmee zowel therapeuten als patiënten te duperen.
Toch is er ook een andere kant aan dit verhaal. De woordvoerder van CZ zegt desgevraagd dat er steeds meer klachten binnenkomen over de vergoeding van ‘onzintherapieën’ waar verzekerden niet aan willen meebetalen. De uitzending van Zondag met Lubach over alternatieve geneeswijzen (oktober 2017) zal daar zeker aan bijgedragen hebben.
Alternatieve geneeswijzen worden vergoed vanuit de aanvullende verzekering. Dat zijn commerciële producten waarmee verzekeraars vergoeden wat verzekerden willen. De vergoeding van alternatieve geneeswijzen is nooit een inhoudelijke keuze geweest waarmee verzekerden duidelijk wilden maken dat ze in die therapieën geloven, maar is niet meer dan een marketingstrategie om polissen te verkopen. Als de klant het wil en het kost niet te veel, dan is het prima, mits het geen schade oplevert aan de gezondheid. Het sentiment onder verzekerden is dus altijd leidend geweest. Alternatieve behandelaars hebben daar genoegen mee genomen en te weinig moeite gedaan om uit te leggen wat ze doen, hoe hun behandeling werkt en waarom die onmisbaar is. Als nu op basis van een veranderend sentiment besloten wordt om de vergoeding stop te zetten, is dat schrikken, maar je kunt er weinig aan doen.
De alternatieve sector is bovendien een lappendeken van uiteenlopende therapieën die allemaal ongeveer dezelfde klachten behandelen en elkaar dus beconcurreren. In zo’n sector kunnen zorgverzekeraars, die gewend zijn het harde spel van de markt te spelen, gemakkelijk verdelen en heersen. De alternatieve sector laat alleen met één stem van zich horen wanneer hij aangevallen wordt, zoals nu. Zo is de sector na het besluit van CZ meteen een petitie gestart in de hoop dat CZ het genomen besluit terugdraait. Ik heb die petitie natuurlijk ondertekend, maar ik geloof niet dat die veel effect zal hebben. Om de alternatieve geneeswijzen een stabiele positie in de gezondheidszorg te geven, zal de sector uit de slachtofferrol moeten stappen, zelf-kritischer moeten worden en heel goed moeten uitleggen welke kernwaarden hij vertegenwoordigt. De alternatieve geneeswijzen zullen volwassen moeten worden. De geschiedenis van de reguliere geneeskunde leert dat dat geen gemakkelijk proces is. Maar als de alternatieve sector er daarom maar niet aan begint, zal de maatregel van CZ niet de laatste en ook niet de grootste klap zijn die hij te verwerken krijgt. Wellicht zijn zulke klappen juist nodig om volwassen te worden. Beter dan dat we klagen over het onrecht dat ons wordt aangedaan, kunnen we als alternatieve sector de tik die CZ uitdeelt, gebruiken als wake-up call. Het kan veel beter!
Willem Pinksterboer heeft een praktijk voor oosterse geneeswijzen en is als docent verbonden aan acupunctuuropleiding TCMA. Hij schrijft artikelen en geeft lezingen over filosofie, zingeving, gezondheid en de positie van de alternatieve geneeswijzen in de gezondheidszorg. www.willempinksterboer.com

