Inhoudsopgave
Lucas Flamend begon zijn carrière als bachelor ziekenhuisverpleegkundige. Twintig jaar geleden startte hij een eigen praktijk als psychotherapeut na een vierjarige opleiding transpersoonlijke psychotherapie. Als ADHD-ervaringsdeskundige specialiseerde hij zich gaandeweg in de ADHD-problematiek. Hij merkte dat de psychische klachten van ADHD gepaard gaan met lichamelijke klachten. Na een aantal opleidingen – onder meer voor EEG-analist in Amerika en orthomoleculaire geneeskunde in Nederland – is hij zich meer gaan richten op de fysieke oorzaken van ADHD. Zo kwam hij uit bij de epigenetica, een tak van de geneeskunde die vijftien jaar geleden nog in de kinderschoenen stond. De epigenetica bestudeert de invloed van omgevingsfactoren zoals voeding en stress op de werking van de genen.
Eind 2019 kwam zijn tweede boek uit: De epigenetica van ADHD & glutamaat. In de komende edities van TCC Magazine zal hij iedere keer een onderwerp uit zijn boek uitlichten. In deze eerste aflevering: zijn visie op ADHD en de rol van het stofje glutamaat.
De epigenetica van ADHD in de praktijk
Onderzoek naar de epigenetica van ADHD laat zien dat omgevingsfactoren zoals voeding en stress via epigenetische mechanismen invloed kunnen hebben op ADHD-klachten. Bij Curova volgen therapeuten deze ontwikkelingen op de voet om cliënten beter te kunnen begeleiden. Meer wetenschappelijke achtergrond over epigenetica is te vinden bij het NEMO Kennislink.
Een andere kijk op ADHD
ADHD kun je op meerdere manieren omschrijven. Volgens de reguliere zorg is het een psychische stoornis: mensen met ADHD hebben een afwijking die andere mensen in onze maatschappij niet hebben. De psychiatrie spreekt over ADHD in termen van psychopathologische kenmerken. Dat geeft de indruk dat deze symptomen niet in harmonie zijn met de maatschappij waarin we leven. Klinkt helder en overzichtelijk. Maar daarom is het nog niet waar! Ik kijk op een andere manier naar ADHD en dat verklaart deels het succes van mijn aanpak.
Als ik iemand met ADHD zie – iemand zoals ik –, dan zie ik een individu dat in een maatschappij met verregaande kenmerken van ADHD leeft. Onze maatschappij is hectisch, chaotisch, gericht op onmiddellijke bevrediging en genot en kent een cultuur waarin het ego en de individualiteit voorrang hebben op de maatschappelijke behoeften. Deze samenleving heeft een consumptiemodel gecreëerd waarin geluk gelijkstaat aan het scoren van zo veel mogelijk ‘dopaminepunten’. Typisch ADHD. In dit consumptiemodel is het nooit genoeg.
Je zou kunnen zeggen dat mensen met ADHD leven in een wereld die in harmonie is met hun ‘stoornis’. Ze weerspiegelen deze samenleving. Sterker nog, ze belichamen de vleesgeworden symptomen van het consumptiemodel. Het is zelden prettig als blinde vlekken zichtbaar worden gemaakt en dat merk je ook in de reacties op ADHD’ers: het gedrag van deze mensen wordt vaak als hinderlijk ervaren. Dat zie je bijvoorbeeld in onderwijsinstellingen die kinderen met ADHD hun integriteit ontnemen door ouders te adviseren dat hun ADHD-kind medicatie moet nemen.
Zelf heb ik ADD, de rustige variant van ADHD. Daarbovenop komt bij mij nog iets, en dat wordt hoog-functionerend autisme genoemd. Zelf ervaar ik dat als een voordeel. Het heeft me in staat gesteld om me de laatste twintig jaar intensief bezig te houden met het lezen en analyseren van wetenschappelijk onderzoek. Zonder deze eigenschap zou het me waarschijnlijk niet zijn gelukt meer dan 20.000 studies te lezen, te verwerken en te catalogiseren, zonder een moment van verveling. Omdat elk nadeel zijn voordeel heeft, kunnen ADD en ADHD ook voordelen hebben. De voordelen wegen volgens mij echter niet op tegen de nadelen. Dus ondanks dat ik ADHD niet zie als een stoornis, wil ik het tegelijkertijd ook niet romantiseren of idealiseren.
Regie in eigen handen
In de twintig jaar dat ik me heb verdiept in ADHD, heb ik een lange weg afgelegd. Voordat ik aan die weg begon, dacht ik dat ADHD werd veroorzaakt door genetische afwijkingen. Het makkelijke aan die overtuiging was, dat ik geen actieve rol hoefde te spelen in de film van mijn leven. Ik liet de film gewoon afspelen in de veronderstelling dat alles op voorhand was geregisseerd. Het is een soort machteloosheid die ik nu nog wel eens zie bij mensen die zijn gediagnosticeerd met een psychische stoornis. De aandoening is hun overkomen en ze voelen zich niet bij machte er iets aan te veranderen. Het is een bekend fenomeen waarvoor zelfs een uitdrukking is bedacht: ‘aangeleerde hulpeloosheid’. Gevolg is dat mensen de regie van hun leven in handen leggen van anderen, artsen bijvoorbeeld, hun baas of hun partner. Iemand die de regie uit handen geeft, verliest niet alleen de controle, maar evolueert ook niet in het proces van bewustwording en legt de verantwoordelijkheid bij anderen.
Wat ik met mijn boek hoop te bereiken, is handvatten te geven waarmee mensen de regie weer in eigen hand kunnen nemen. Dat wordt een heel stuk makkelijker wanneer mensen hun eigen handleiding beter leren kennen.
Transformatie
De grootste schilders, schrijvers, psychologen, uitvinders, koks en ondernemers kwamen meestal niet uit harmonieuze gezinnen en hadden al helemaal geen evenwichtige persoonlijkheid. Deze mensen, die hun bijdrage hebben geleverd aan een betere wereld, hadden zogenoemde ‘persoonlijkheidsstoornissen’, zoals een dwangstoornis (OCD), autisme of ADHD. Zij wisten dit etiket, samen met hun andere ‘stoornissen’, trauma’s en hun intellect, met succes om te vormen. Steve Jobs, de oprichter van Apple, was zo iemand. Jobs en anderen wisten hun ‘stoornis’ te transformeren tot een ‘functionele eigenschap’ van waaruit creatie kon ontstaan.
Er zijn heel wat mensen met ADHD die hun passie hebben gevonden en succesvol zijn in wat ze doen. Anderen lukt dat niet en zij blijven hangen in verslavingen, depressie en chaos. Dat is niet zo vreemd, want ADHD is best pittig. Ik vergelijk het met een raket met veel stuwkracht, waarbij de motoren uitvallen en dan opeens weer aangaan. Dat is een patroon en patronen kun je veranderen, als je maar begrijpt wat de onderliggende dynamiek is. Ik heb me verdiept in de neurobiologische dynamiek van ADHD en dat bracht me op de onderwerpen voeding, gewoonten, trauma’s, omgeving en erfelijkheid, en vervolgens op de stofjes en genen die deze processen reguleren, zoals glutamaat, GABA en dopamine.
ADHD laat zich kort samenvatten in de formule: dopamine + genot = glutamaat = ellende. Dit klinkt nu misschien nog wat abstract, maar deze formule beschrijft naar mijn gevoel de essentie van ADHD. Zodra je de dynamiek erachter begrijpt en doorvoelt, wordt duidelijk wat de valkuilen en de mogelijkheden zijn. Dan zie je wat je kunt doen om de regie weer in eigen hand te nemen. Mensen met ADHD hebben geen stoornis. Wel hebben ze een net iets andere handleiding. Zodra je deze gebruiksaanwijzing beter leert kennen, zul je merken dat het leven een heel stuk prettiger wordt.
De neurobiologie van ADHD en glutamaat
Bij ADHD speelt het stofje glutamaat een essentiële rol. Mensen met ADHD zijn, net zoals iedereen, op zoek naar innerlijk evenwicht. Vaak meer nog dan anderen, omdat hun leven allesbehalve harmonieus is. Zij zoeken een contragewicht om hun excessen te compenseren. Heftige verliefdheid wordt afgewisseld met de sterke behoefte aan alleen zijn. Obsessief werken om daarna stil te vallen. Terwijl anderen genoeg hebben aan een biertje, leidt het biertje bij iemand met ADHD tot een joint, en de volgende keer misschien tot een lijntje coke. Een leven met excessen lijkt op het eerste gezicht spannend, maar in werkelijkheid komt er veel drama en ellende bij kijken.
Mensen met ADHD hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken, zoals: motivatieproblemen, neiging tot verslaving, gemoedswisselingen en bij een deel ook hyperactiviteit. ‘Dopaminepunten’ is mijn benaming voor het scoren van beloning. Het antwoord op de vraag waarom mensen met ADHD geobsedeerd zijn op het scoren van dopaminepunten, is dat hun beloningssysteem dusdanig uit evenwicht is dat een normale beloning niet volstaat: normaal is saai. En omdat ze steeds hoger op de ladder klimmen om dopaminepunten te scoren, vallen ze ook steeds dieper. Dat dieptepunt wordt in gang gezet door glutamaat, het stofje dat antibeloning activeert.
Veel mensen kennen dopamine als het stofje dat het beloningssysteem activeert. Maar dopamine maakt deel uit van een exclusief beloningsclubje, en het feest kan pas doorgaan als de andere leden ook present zijn: dopamine-activators zoals endorfine, insuline en oxytocine. Dopamine zelf heeft maar een werkingsduur van minder dan één seconde. Er is dus voortdurend input nodig van andere stofjes om de dopaminetoevoer op gang te houden. De gebruikelijke uitspraak is dat mensen met ADHD een dopaminetekort hebben. Toch is er geen tekort aan bouwstenen om dopamine aan te maken. De essentie van het probleem is dat er iets schort aan de aansturing van dopamine. Daarnaast ervaren mensen met ADHD meer antibeloning dan beloning: hun beloningssysteem wordt constant geboycot door glutamaat, het stofje dat antibeloning en stress aanstuurt.
Een van de belangrijkste grondbeginselen van het universum is het streven naar evenwicht. Stress wordt in evenwicht gehouden door ontspanning, beloning door antibeloning. ADHD’ers streven ook naar evenwicht, alleen is het proces om die balans te vinden heftiger: grote hoogten (beloning) worden in evenwicht gebracht door diepe dalen (antibeloning). Als de dopaminemachine niet wordt afgeremd, kan iemand manisch of psychotisch worden. Er moet dus een rem zijn. Die rem wordt bediend door glutamaat.
Evenwicht en epigenetica
Het streven naar evenwicht zie je terug tot in het kleinste detail, ook in onze genen. Genen geven niet alleen erfelijkheid door, maar zorgen er ook voor dat andere stofjes, zoals neurotransmitters, hormonen en eiwitten worden aangemaakt. Om te weten wanneer dopamine moet worden aangemaakt, heeft een gen informatie nodig die wordt aangeleverd door een leger aan informanten die constant in en uit de cel gaan. Dit proces noemen we epigenetica: de ‘software van de genen’, die hen in staat stelt te communiceren met hun omgeving.
Het softwareprogramma van onze genen heeft zich gedurende duizenden jaren ontwikkeld met een aantal prioriteiten: overleving, evenwicht en voortplanting. Het probleem is dat we onze omgeving de laatste honderd jaar drastisch veranderd hebben. De software heeft dat tempo niet kunnen bijhouden. Onze genen hebben sommige omgevingsfactoren, zoals chemische stoffen en geneesmiddelen, nog nooit eerder meegemaakt. Voor de genen is dit geen evolutie, maar revolutie, met als gevolg een forse ontregeling van de software.
Ook onze eetgewoonten en de kwaliteit van het voedsel zijn enorm veranderd, of beter gezegd: achteruitgegaan. Onze software stamt nog uit de tijd dat er nog geen internet was, kinderen niet voortdurend aan het gamen waren en er nog geen bewerkt voedsel was. Mensen met ADHD leven in dezelfde prikkelrijke omgeving als iedereen, met dit verschil dat hun software nog heftiger reageert. Je zou kunnen zeggen dat de ADHD-software in de grot van Aladdin is terechtgekomen: zo veel genot, extreme prikkels en mogelijkheden tot nieuwe verslavingen, dat het wel verkeerd moet gaan.
Mensen met ADHD vinden een prikkelarme omgeving maar saai. Denk bijvoorbeeld aan gestructureerde omgevingen zoals het onderwijssysteem of een administratieve baan. Dergelijke omgevingen leveren kortsluiting op in het circuit van iemand met ADHD: waar zit de beloning en de uitdaging? Daarom doen zij er alles aan om uit deze oncomfortabele situatie te ontsnappen en dat vervelende gevoel te compenseren.
Dit is deel 1 van de reeks over De epigenetica van ADHD & glutamaat, gebaseerd op het boek van Lucas Flamend (Uitgever BrainQ Publishing, ISBN 9789082922110). In de komende edities van TCC Magazine belicht Flamend telkens een ander onderwerp uit zijn boek.

