In mijn werk als psycholoog komt (echt)scheiding veel voor, maar mijn interesse in scheiding komt voort vanuit mijn persoonlijke situatie. Ik ben namelijk ook gescheiden. Niet van mijn man, maar van mijn ouders. Ik ben geboren in Zuid-Korea. Toen ik 1,5 jaar oud was, ben ik in een kindertehuis terechtgekomen en vanuit daar in Nederland geadopteerd. Door mijn adoptie heb ik mij in mijn werk verdiept in adoptiegerelateerde onderwerpen zoals verlies, hechting, rouw en loyaliteit. Gevoelens van verlies zijn van invloed op hoe we over onszelf denken. Het kan leiden tot existentiële vragen en angsten. Ik merkte dat veel dezelfde vragen spelen bij adoptie en (echt)scheiding. Mag ik er zijn, ben ik goed genoeg? Waar ga ik wonen, met wie durf ik wat aan te gaan? Wat blijft er van mij over na dit verlies? Is dit een nieuwe kans of ben ik voor altijd verslagen? Ik zag zoveel overeenkomsten dat mijn adoptiewerk zich op een natuurlijke manier uitbreidde naar (echt)scheiding.
Het werken met mensen in scheiding viel me zwaar. Mede daarom begon ik mijn werk als psycholoog en mediator af te wisselen met het geven van trainingen. Tijdens de trainingen bleken veel andere professionals zoals pedagogen, maatschappelijk werkers ook te worstelen met scheidingszaken. Sommige professionals probeerden zelfs echtscheidingszaken te vermijden, zo gefrustreerd raakten ze ervan. Dit is begrijpelijk want werken met mensen in echtscheiding is vaak complex; er spelen vaak heftige emoties, vooral als er kinderen in het spel zijn. Scheiden is niet alleen afscheid nemen van elkaar maar ook van een toekomstbeeld. Daarnaast heeft de aanloop naar de scheiding toe ook vaak zijn sporen achtergelaten. Bij de meeste paren gaan er jaren van strijd, frustratie en tevergeefs hard werken aan vooraf.
Hoewel een scheiding voor sommige mensen een positieve stap in hun leven is en misschien het beste wat ze hadden kunnen doen, geldt dat zelden voor het gehele systeem. Er wordt iets afgesloten en nooit is iedereen het er evenveel mee eens. Al deze gevoelens nemen mensen mee naar de spreekkamer. Daar zitten dan mensen die boos, verdrietig en uitgeput zijn. Desondanks moeten er beslissingen en afspraken worden gemaakt over zaken waarbij de belangen zeer groot en soms tegenstrijdig zijn.
Naast de emoties van de scheidende partners, hun eigen ouders en indien aanwezig, hun kinderen, kan het hulpverleningsproces ook worden beïnvloed door de emoties van de hulpverlener zelf. Een echtscheiding kan heel dichtbij komen. Wellicht omdat de hulpverlener zelf van dichtbij een scheiding heeft meegemaakt, maar dat hoeft niet eens. Het voelt dichtbij omdat we allemaal mens zijn en ervaren dat we verbinding met anderen nodig hebben. Een echtscheiding kan een intens gevoel van eenzaamheid of verlating oproepen, een gevoel dat wij allemaal in enige mate zullen herkennen. Daarnaast zijn we allemaal kind geweest. Als er geen kinderen in het spel zijn en scheidende partners komen er niet uit, dan is dat pijnlijk. Als kinderen echter de dupe lijken te worden van de ruzie tussen hun ouders kan dat rampzalig voelen. Het is dan vanzelfsprekend om het voor ze op te willen nemen. Hoe begrijpelijk ook, het is zorgelijk dat hulpverleners terugdeinzen voor echtscheidingszaken. Want er zijn per jaar zo’n 70.000 kinderen die te maken hebben met een scheiding. Veel ouders kunnen een extra steuntje goed gebruiken en kinderen hebben hun ouders echt nodig.
Echtscheiding en het verwerken van verlies
Een echtscheiding brengt vaak dezelfde existentiële vragen naar boven als andere ingrijpende verlieservaringen. Bij Curova begeleiden therapeuten mensen die door een echtscheiding gaan bij het verwerken van rouw, hechting en identiteit. Voor praktische informatie rond echtscheiding en de gevolgen voor kinderen verwijzen we graag naar het Nederlands Jeugdinstituut.
Een boek voor collega-hulpverleners
Ik besloot een boek te schrijven voor mijn collega hulpverleners. Dit boek komt tegemoet aan de meest voorkomende vragen van mijn cursisten. Deze zijn:
- Hoe blijf ik uit de strijd? Ik wil graag onpartijdig blijven en niet worden meegezogen.
- Hoe blijf ik het kind centraal stellen? We praten allemaal over het belang van het kind maar hoe verwoord ik dit zonder belerend over te komen?
- Hoe ga ik in deze situaties met mijn eigen emoties om? Geef mij handvatten voor wat ik kan doen als ik geïrriteerd raak of als een zaak mij erg aangrijpt.
Dit boek geeft handvatten over hoe je de juiste omstandigheden creëert waarin je je werk als hulpverlener of bemiddelaar zo goed mogelijk kunt uitvoeren. Aan de hand van voorbeeldgesprekken wordt duidelijk gemaakt hoe de theorie kan worden toegepast in een gesprek met cliënten.
Drs. Ruth Willems heeft klinische psychologie gestudeerd en heeft zich hierna gespecialiseerd tot kinder- en jeugdpsycholoog. Zij heeft een eigen praktijk voor kinderen en hun ouders en houdt zich intensief bezig met adoptie.

