Geduld, hoop en verdragen

NKS-column: over hoop, valse hoop en de vraag of hoop hebben de veerkracht van zieke mensen ondermijnt of juist helpt.

Geduld, hoop en verdragen

Door Cathy van Hasselt, systeemspecialist

‘Psychotherapie verlicht wel ons lijden maar kan ons er nooit van verlossen, er zijn geen spectaculaire veranderingen te verwachten’, schrijft arts, onderzoeker en systeemtherapeut Flip Jan van Oenen in zijn recent verschenen boek Het misverstand psychotherapie. Wederom geen hoop, of misschien toch een beetje?

Deze twee zaken hebben mij de afgelopen weken beziggehouden. Daarmee verwonder ik me over het begrip ‘hoop’. Het is één van de drie (christelijke) deugden: geloof, hoop en liefde en hoe verhoud ik mij in mijn leven hiertoe? Ik beperk me hier tot ‘hoop’ waarvan ik altijd heb gedacht dat ik het als zinvol, eerlijk en vanzelfsprekend eigenlijk, beschouwde. Maar waarvan ik me nu realiseer dat dit geen vaste overtuiging en gevoel is, maar beïnvloedbaar en veranderlijk.

Van Oenen noemt zijn favoriete uitspraak van de filosoof Nietschze (1844-1900): ‘De hoop is het kwaadste der kwaadste, omdat zij de marteling verlengt.’ Van Oenen zegt dat hoop hebben de veerkracht van de mens ondermijnt. In de wachttijd van de hoop, komt men niet meer zelf in actie maar wacht (de behandeling) af. In die zin benadeelt het hebben van hoop het welbevinden van de mens.

Wordt in de medische behandelingen de suggestie gewekt dat men gerust hoop mag, of zelfs moet houden terwijl er wordt gehandeld in ‘valse’ hoop? De chemo, bestraling, medicijnen, gesprekken; het helpt allemaal wel iets -realistische hoop- maar je moet niet denken dat je beter c.q. klachtenvrij wordt, want dát is valse hoop.

Hier lijkt het om twee verschillende zaken te gaan: hoop en valse hoop. Wikipedia zegt: ‘Hoop is de onzekere verwachting dat een bepaalde gewenste gebeurtenis zal plaatsvinden. Bij valse hoop is de verwachting geheel op fantasie gebaseerd of op een gebeurtenis met een verwaarloosbare kans van optreden.’

Hoe kan een kwetsbaar en ziek individu het verschil weten? Of ieder van ons? Met de kennis van Van Oenen moet ik misschien wel tegen mijn cliënten zeggen, dat ze wel mogen hopen maar dat het evengoed een valse hoop is die ze koesteren. Dat is voor mijzelf nauwelijks te verdragen. Waar haal ik dan de moed vandaan om mijn werk te doen?

De Duitse filosoof Ernst Bloch (1885–1977) wordt wel de filosoof van de hoop genoemd. Hij stelt: ‘Hoop is de remedie tegen apathie, tegen fatalisme, wanhoop, en is bovenal iets dat aangeleerd moet worden. Het is een onzeker gevoel en een voorbeeld van uitgestelde behoeftebevrediging.’

Moet ik dan misschien mijn cliënten léren hoop te hebben? Moet ik zelf leren hoop te hebben dat wat ik doe, helpend is? Hopen, soms tegen beter weten in? Want het haalt ons uit de apathie.

Als de hoop uiteindelijk niet de behoefte kan bevredigen (en achteraf misschien wel vals blijkt), is het alternatief dat we moeten leren verdragen. Verdragen dat het leven met alle narigheid is zoals het is.

De filosoof Pythagoras (580 v.C-504 v. C.) schrijft: ‘Voor het lijden van de ziel zijn er maar twee geneesmiddelen, hoop en geduld.’ Zonder de hoop komt het aan op geduldig leren verdragen.

En hopen dat ik dat kan leren.

‘Ik kan niet meer beter worden’, snikte ze aan de telefoon. Al die tijd had ze, liggend op bed van behandeling naar behandeling, liggen hopen dat ze de (van meet af aan agressieve) kanker de baas zou worden en weer zou kunnen gaan leven. Nu was al haar hoop de bodem ingeslagen en de kostbare tijd verbruikt.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2020

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen