Gewoon, een bijzonder woord
‘Ik moet mezelf gewoon een schop onder m’n kont geven.’ ‘Ik moet het gewoon een plekje geven.’ ‘Ik moet gewoon wat vaker nee zeggen.’ Ik hoor ze vaak in mijn praktijk, dit soort opdrachten die mensen zichzelf geven. Het bijwoord ‘gewoon’ viel me daarbij aanvankelijk nauwelijks op. Als je het zou weglaten, verandert er niets aan de letterlijke betekenis van de zin. Met of zonder ‘gewoon’ blijft de boodschap dat iemand vindt dat hij iets ‘een plekje moet geven’ of wat vaker ‘nee’ moet zeggen. ‘Gewoon’ vestigt niet de aandacht op zichzelf. Het is alsof het wil zeggen: let maar niet op mij, ik sta hier ‘gewoon’, als een gast die de hele avond stilletjes toekijkt zonder werkelijk mee te doen aan het feest. Het werkwoord ‘moeten’, dat ook in al die zinnen voorkomt, krijgt veel meer aandacht.
Toen ik uiteindelijk mijn aandacht richtte op dat ‘gewoon’, zag ik dat er een goede reden is waarom dat woord altijd half verborgen en enigszins nonchalant in de schaduw van zulke zinnen staat. Het wordt niet gebruikt om iets uit te drukken of om iets duidelijk te maken, maar staat daar juist om dingen te verbergen en te verhullen. Achter het woord ‘gewoon’ schuilt onbegrip, onmacht, zelfverwijt en soms zelfs sluimerende wanhoop. Als een cliënte zegt dat ze haar boosheid ‘gewoon’ moet loslaten, bedoelt ze daarmee dat ze vindt dat het gewoon en eenvoudig zou moeten zijn om die boosheid los te laten. Ze durft niet te erkennen dat ze eigenlijk niet weet hoe dat moet en dat het haar daarom steeds niet lukt. Ze vindt dat misschien stom van zichzelf. Misschien heeft een vriendin het met de beste bedoelingen tegen haar gezegd – ‘Ach meid, je moet het gewoon loslaten’ – waarbij andere vriendinnen instemmend knikten van achter hun muntthee of cappuccino. Zij weten kennelijk wel hoe dat moet: gewoon loslaten. En dus blijft ze zichzelf steeds diezelfde opdracht geven en probeert ze het ‘gewoon’ nog een keer als ze zich boos en gefrustreerd voelt: ‘Laat het nou toch gewoon los!’ Maar het vertrouwen dat het ooit zal lukken, sijpelt langzaam weg.
Het woord ‘gewoon’ wordt ingevoegd in allerlei adviezen en opdrachten die we elkaar geven, zoals ‘Je moet gewoon die knop omzetten’, ‘Je moet gewoon beter je best doen’ en (misschien wel de allermooiste) het woedend uitgesproken ‘Je moet gewoon normaal doen!’ Wie het woord gebruikt als hij een advies of opdracht geeft, werpt er een rookgordijn mee op. Als iemand zoiets tegen je zegt, durf je niet te vragen hoe dat dan precies in z’n werk gaat, die knop omzetten of normaal doen. ‘Gewoon’ suggereert dat je wel een enorme sukkel bent als je dat niet begrijpt. Jouw falen zit al in de boodschap ingebakken, dus de meeste mensen houden hun mond. Maar dat zou je niet moeten doen, want degene die je zo’n advies geeft, probeert door ‘gewoon’ in de zin te knutselen te verdoezelen dat hij het zelf ook niet weet.
Ik ben alert op dat woord ‘gewoon’ en stel er vaak vragen over. Welk onvermogen verwijt je jezelf? Wat doet dat met je? Is de opdracht die je jezelf geeft, wel echt nodig om je probleem op te lossen? En als dat het geval is, zullen we dan eens kijken wat je nodig hebt om het wel te laten lukken? Stilstaan bij ‘gewoon’ kan me helpen de hulpvraag van cliënten te beantwoorden, maar een nog belangrijker reden waarom ik het woord aandachtig onderzoek is, dat mensen op die manier ontdekken dat, als je goed kijkt, helemaal niets in het leven gewoon blijkt te zijn.
Willem Pinksterboer heeft een praktijk voor oosterse geneeswijzen en is als docent verbonden aan acupunctuuropleiding TCMA. Hij schrijft artikelen en geeft lezingen over filosofie, zingeving, gezondheid en de positie van de alternatieve geneeswijzen in de gezondheidszorg. www.willempinksterboer.com

