Melatonine
Melatonine, ook wel N-acetyl-5-methoxytriptamine genoemd, is een hormoon dat vooral bekendstaat als regulator van ons dag-nachtritme. Het wordt geproduceerd door de epifyse (pijnappelklier) in de hersenen, maar ook door tal van andere organen zoals het maagdarmkanaal, de lever, nieren, het hart en cellen van het immuunsysteem. Melatoninereceptoren zijn teruggevonden in vrijwel het hele lichaam: hersenen, netvlies, milt, alvleesklier, baarmoeder, vetweefsel en zelfs in de mitochondriën van elke cel. Dat verklaart waarom melatonine niet alleen de slaap-waakcyclus stuurt, maar ook een rol speelt bij antioxidatieve bescherming, immuunregulatie, autofagie en de glucose- en vetstofwisseling.
Hoe werkt melatonine in het lichaam?
Centraal geproduceerde melatonine verlaat de epifyse via passieve diffusie en verspreidt zich via het hersenvocht en de bloedbaan. Doordat het molecuul zowel wateroplosbaar als vetoplosbaar is, passeert het gemakkelijk de bloed-hersenbarrière en de placenta. ’s Nachts, tussen twee en vier uur, bereikt de melatonineconcentratie in het bloed een piek die vijf tot tien keer hoger ligt dan overdag. Licht op het netvlies remt de aanmaak, duisternis stimuleert ze.
Melatonine bindt aan specifieke receptoren (MT1 en MT2) en beïnvloedt zo de expressie van klokgenen die het glucose- en vetmetabolisme overdag regelen. Daarnaast lijkt melatonine ook aan te grijpen op de GABAa-receptor, wat een rustgevend en mogelijk hersenbeschermend effect geeft tegen overactiviteit van zenuwcellen. Het hormoon heeft bovendien een uitgesproken antioxidatieve werking: het neutraliseert vrije radicalen en beschermt zo DNA, eiwitten en celmembranen, vooral in de mitochondriën. Daarom wordt melatonine ook wel een “mitochondriaal antioxidant” genoemd, met een belangrijke beschermende rol voor bijvoorbeeld eicellen en zaadcellen. Tot slot heeft melatonine een ontstekingsremmend en immuunregulerend effect: het remt de activatie van het zogeheten NLRP3-inflammasoom, waardoor een overmatige afgifte van pro-inflammatoire stoffen wordt beperkt.
Aanmaak en bronnen
In de hersenen wordt melatonine stap voor stap opgebouwd uit het aminozuur tryptofaan, via serotonine, met behulp van de enzymen SNAT en HIOMT. Ook buiten de hersenen kunnen vrijwel alle lichaamscellen zelf melatonine aanmaken, zij het via andere regelmechanismen. De hoeveelheid die iemand ’s nachts aanmaakt, verschilt sterk van persoon tot persoon.
Naast de eigen aanmaak kan melatonine ook via de voeding worden opgenomen. Planten maken het zelf aan als antioxidant, en het komt onder meer voor in kersen, gojibessen, eieren, vis, noten (met pistachenoten als uitschieter) en moedermelk. Ook bepaalde medicinale kruiden, zoals sint-janskruid, bevatten relatief veel melatonine.
Afbraak en behoefte
Melatonine wordt voornamelijk in de lever afgebroken tot metabolieten zoals 6-hydroxymelatonine, die via de urine het lichaam verlaten. Perifeer geproduceerde melatonine wordt lokaal in de mitochondriën afgebroken tot AFMK.
De endogene aanmaak van melatonine daalt bij nachtwerk, onregelmatige slaap of slaapstoornissen, bij veroudering (door verkalking van de epifyse) en bij gebruik van bepaalde medicijnen, zoals NSAID’s en bètablokkers. Ouderen, nachtwerkers en mensen met slaapproblemen kunnen daardoor baat hebben bij suppletie.
Waarvoor wordt melatonine gebruikt?
Melatoninesupplementen worden meestal synthetisch geproduceerd en zijn verkrijgbaar als tablet of druppel. De belangrijkste toepassing is slapeloosheid: onderzoek toont aan dat suppletie de inslaaptijd verkort, de totale slaapduur verlengt en de slaapkwaliteit verbetert, ook bij langdurig gebruik. Het effect is doorgaans kleiner dan dat van slaapmedicatie, maar met een gunstiger veiligheidsprofiel. Melatonine helpt ook mensen met het uitgestelde-slaapfasesyndroom om vroeger in slaap te vallen, en verbetert de slaap bij aandoeningen als epilepsie, COPD, astma en autismespectrumstoornissen (ASS).
Bij jetlag vermindert melatonine de klachten, vooral na oostwaartse vluchten over meerdere tijdzones: inname rond 22 uur op de bestemming, gedurende een aantal dagen, vermindert slaperigheid en versnelt de aanpassing.
Bij autismespectrumstoornissen gaat een verstoorde melatoninehuishouding vaak samen met oxidatieve stress, hersenontsteking en darmklachten; suppletie kan de slaap bij kinderen met ASS verbeteren. Ook bij depressieve stoornissen, waarbij het dag-nachtritme vaak ontregeld is, kan melatonine het ritme helpen herstellen en stemmingsklachten verminderen. Verder wordt onderzoek gedaan naar toepassingen bij hoofdpijn (spanningshoofdpijn, clusterhoofdpijn, migraine), neurodegeneratieve aandoeningen, hart- en vaatziekten, glaucoom, vruchtbaarheidsproblemen, PCOS, pre-eclampsie en reflux- en maagklachten.
Veiligheid, bijwerkingen en interacties
Orale melatonine geldt over het algemeen als veilig; doseringen tot 20 mg gedurende twaalf weken bleken geen problemen te geven. Zeldzame, meestal milde bijwerkingen zijn duizeligheid, misselijkheid, hoofdpijn en slaperigheid, die vaak verdwijnen door dosis of innametijdstip aan te passen. Voor langdurig gebruik bij kinderen, zwangeren en zogende moeders is meer onderzoek nodig, en voorzichtigheid is geboden bij dialysepatiënten, verminderde leverfunctie en bepaalde auto-immuunziekten.
Melatonine kan interacties vertonen met geneesmiddelen die het afbrekende enzym CYP1A2 remmen, zoals fluvoxamine, cimetidine, ciprofloxacine, erytromycine en tricyclische antidepressiva, waardoor de melatoninespiegel in het bloed stijgt. Ook voorzichtigheid is aangewezen bij combinatie met bloedverdunners, anti-epileptica, diabetesmedicatie, bloeddrukverlagers, cafeïne, kalmerende middelen en anticonceptiva.
Dosering
Afhankelijk van de indicatie volstaat doorgaans een avonddosis van 0,1 tot 2,0 mg. Bij onvoldoende effect kan de dosering veilig verhoogd worden tot 5 à 10 mg.

